Stanley Kubricks hallucinerende tijdruimtetrip begint bij de ontdekking van een zwarte monoliet op de maan in 2001 en voert van de oertijd naar een toekomst waarin verouderingsprocessen omkeerbaar zijn.
Intussen scheept Astronaut David Bowman zich in op een ruimtemissie naar Jupiter om de geheimzinnige monoliet te onderzoeken, bijgestaan door de eigenzinnige supercomputer HAL-9000. Kubricks kritische kijk op de technologische evolutie geldt door zijn inventieve verhaalstructuur en het effectief gebruik van special effects als filmhistorische mijlpaal.
Korte pauze, breedbeeldkopie
EYE vertoont een digitale kopie van de door Stanley Kubrick geautoriseerde 'roadshow'-versie uit 1968, bedoeld om het publiek te trekken met spectaculaire breedbeeldopnamen.
Negatieve reacties op de allereerste vertoningen in 1968 brachten Kubrick ertoe de film opnieuw te monteren. Negentien minuten sneuvelden, maar Kubrick voegde een ouverture en een entr’acte (pauzemuziek) toe. Ook werd uitloopmuziek toegevoegd, Johann Strauss' (jr) bekende compositie 'An der schönen blauen Donau’, die zelfs doorliep na de credits. De zogeheten ‘roadshow’-versie werd later vervangen door een 35mm-Cinemascopeversie, waarin ouverture, entr’acte en uitloopmuziek zijn verwijderd.
De digitale kopie (DCP) van 2001: A Space Odyssey die EYE vertoont is identiek aan de door Kubrick goedgekeurde breedbeeldversie. Tijdens de ouverture is geen beeld te zien, de projectie vindt plaats met zaallicht op half. Ook is er een korte pauze van tien minuten, die standaard in de film is ingelast.
Voor meer informatie over de verschillende versies van 2001: A Space Odyssey, zie het artikel van Thomas E. Brown.
Onderdeel van 100 jaar Hollywood: 25 klassiekers die je niet vaak genoeg kunt zien.