Acteur Kees Brusse overleden, Dakota te zien op 21 december

Kees Brusse in Dakota

Vanwege het overlijden van acteur Kees Brusse vertoont EYE op 21 dec 12.45 Wim Verstappens Dakota. Verder is er veel aandacht voor Brusse in Het Schimmenrijk op 29 dec 19.00 uur. Door zijn gedoseerde, natuurlijke manier van spelen bevrijdde Brusse het Nederlandse acteren van zijn toneelmatigheid en was hij van grote invloed op tal van vakgenoten.

In 2005 vierde EYE de 80-jarige verjaardag van Brusse met een filmprogramma en een speciale verjaardagsvoorstelling met Brusses favoriete film Dokter Pulder zaait papavers. Brusses carrière omspant bijna zeventig jaar Nederlandse filmgeschiedenis. Hij was een van de eerste Nederlandse acteurs die een film- en toneelcarrière succesvol wist te combineren met werk voor radio, televisie en reclame. Door zijn gedoseerde, natuurlijke manier van spelen bevrijdde hij het Nederlandse acteren van zijn toneelmatigheid en was hij van grote invloed op tal van vakgenoten. Als regisseur dwong Brusse vooral respect af met de documentaire Mensen van morgen (1964), een indringend tijdsbeeld van de vroege jaren zestig. In 2002 maakte hij in eigen beheer de documentaire Vader is zo stil de laatste tijd.

EYE  heeft vrijwel alle lange speelfilms van en met Kees Brusse gerestaureerd, zoals Ciske de Rat (1955), Bert Haanstra’s Dokter Pulder zaait papavers (1975), Mensen van morgen en De Overval (1962) van Paul Rotha. Dakota (1974), lievelingsfilm van Wim Verstappen, werd in 2005 door het Filmmuseum opnieuw uitgebracht en is op 21 december om 12.45 in EYE te zien.

Kees Brusse (Rotterdam, 1925) debuteerde in 1936 met Merijntje Gijzens jeugd op elfjarige leeftijd. In 1941 debuteert Brusse in het theater bij het Nederlandsch Toneel, en ontwikkelt zich in de jaren daarna tot een gevierd, veelgevraagd toneelacteur. Tussen 1950 en 1959 was Brusse onder meer te zien in De dijk is dicht (Anton Koolhaas, 1950), Ciske de Rat (Wolfgang Staudte, 1955) en Jenny (Willy van Hemert, 1958). Zijn populariteit groeit door optredens in het radiohoorspel De familie Doorsnee (1952-1958) en in Pension Hommeles (1957-1959), de eerste Nederlandse televisieserie. Brusse debuteerde vervolgens als regisseur met de speelfilm Kermis in de regen (1962). Daarna doet hij de acteursregie van De overval (Paul Rotha, 1962) en maakt hij de ‘psycho-montage’ Mensen van morgen (1964), waarin hij aan de hand van gesprekken met jongeren een fascinerend tijdsbeeld schept. Twee jaar na Mensen van morgen tekent Brusse voor een Duitse versie: Menschen von Morgen.

Brusse speelde daarna glansrollen in de speelfilms VD (1972) en Dakota (1974) van Pim de la Parra en Wim Verstappen. Ook was hij te zien in Bert Haanstra’s Dokter Pulder zaait papavers (1975). De films toonden een totaal andere Brusse dan het grote publiek gewend is van televisieprogramma’s als ‘Wie van de drie’ of ‘Mensen zoals jij en ik’. Brusse ging uiteindelijk in Perth, Australië wonen. In 2002 maakte hij in eigen beheer Vader is zo stil de laatste tijd, een persoonlijk document over ouder worden.

-------------------------------------------
Hieronder een interview met Brusse in Zine uit 2005:

De onbegrepen ‘psycho-montage’ van Kees Brusse
Mensen van morgen

In de vroege jaren zestig voerde Kees Brusse onthullende gesprekken met Nederlandse en Duitse jongeren in de Cinetone-studio’s. Veertig jaar na de première blijken de ‘psychomontages’ Mensen van morgen en Menschen von Morgen nog even fascinerend. Een gesprek met regisseur Kees Brusse: ‘Het was een lust om ze te maken’. Door Annemieke Hendriks

Halverwege de jaren zestig maakte Kees Brusse twee fascinerende tijdsbeelden; een Nederlandse en een Duitse ‘state of the nation’ aan de hand van openhartige gesprekken met jonge mensen. De films zijn zo spannend vormgegeven en zo scherp van toon dat hedendaagse talkshows er bleekjes bij afsteken. ‘Ik was mijn tijd wel vaker vooruit’, zegt Brusse aan de telefoon vanuit Australië. Met zijn Nederlandse film Mensen van morgen  (1964) zou het namelijk raar lopen.

Kees Brusse sprak voor zijn films met jongvolwassenen die ‘bijna overdreven tegengesteld’ aan elkaar waren: een student, een hoertje, een novice, een lefgozertje, een homo, een kunstzinnig type, een moeder. Ze verschijnen in close-up voor drie camera’s, intens ondervraagd door een onhoorbare en onzichtbare Brusse. Maar hij is er wel. Ze hebben hem, in het licht van de schijnwerpers, in vertrouwen genomen. ‘Wat zal ik op mijn kop krijgen als ze dit allemaal horen op het dorp’, zegt een meisje. Maar ze giert het uit. De Duitse jongeren zijn duidelijk serieuzer, ouwelijker ook.
‘Ik heb Menschen von Morgen (1966) nooit teruggezien’, zegt Kees Brusse. ‘Maar ik herinner me dat sommige van die Duitse jongeren vertelden hoe ze als klein kind door de ruïnes van hun gebombardeerde steden hadden rondgekropen. Als je dan ziet hoe ze er doorheen gekomen zijn – ze waren mogelijk wat harder dan hun leeftijdgenoten in Nederland, maar het ging ze relatief goed. De Nederlandse jongeren hadden vooral problemen met hun ouders, en sommigen kwamen daar behoorlijk kwakkelig uit te voorschijn.’
Al bij de selectie waren er typerende verschillen tussen beide producties. ‘In Nederland lieten we een paar psychologiestudenten jongeren zoeken’, vertelt Brusse. ‘In Duitsland moest er natuurlijk een professor aan te pas komen. Een gedoe met die man! Hij bleef maar prostituees ondervragen, er kwam geen eind aan.’

Vormgeving
Brusse wil duidelijk stellen dat hij niemand iets in de mond heeft gelegd. Dat is ook wel te zien: de geportretteerden praten vrijuit over wat hen bezielt. Van het aandoenlijke jonge hoertje komt de meesterlijke oneliner: ‘Mijn moeder was diepgelovig en die ging dood.’ Mijn grootmoeder was een rotwijf en dat leeft nog.’ Ze zuigt de kijker mee in haar verhaal. De montage versterkt het effect van haar woorden; het ‘gekunstelde’ aan de film is zijn consequente, extreme vormgeving.
‘Mijn lievelingsscène is die waarin de gehandicapte pianist zit te spelen en dat kunstzinnige meisje danst’, zegt Brusse. ‘Zij wilde dansen, ik heb het gefilmd. Die jonge pianist was er helemaal niet bij.’ De geportretteerden hadden ieder een eigen opnamedag – alleen. De afzonderlijke gesprekken, die in close-up waren vastgelegd, heeft Brusse door elkaar gemonteerd. Het resultaat oogt als een bevreemdend kringgesprek.
Die montage, samen met Robert Kruger, nam voor elke film zo’n vijf maanden in beslag. ‘Maar het was een lust om ze te maken; om de spanning in de montage te krijgen, door alle geklets en alle kale mededelingen eruit te gooien. Dan blijven de emotionele verhalen over. Ik heb geprobeerd ze iets onzegbaars te laten zeggen.’

Bedompt
Kees Brusse is het regievak ingerold. In 1962 had Rudolf Meyer - de ‘exil-producent’ uit Duitsland, die zowel voor als na de oorlog een frisse wind door de bedompte vaderlandse cinema deed waaien – de verzetsfilm De overval in productie; Brusse speelde erin mee. ‘De regisseur, Paul Rotha, had grote persoonlijke problemen en Meyer vroeg of ik mijn schouders eronder kon zetten.’ Brusse had zich, vanuit zijn achtergrond als theater- en filmacteur, op de acteursregie geconcentreerd. Hij kreeg de smaak te pakken. ‘Maar niemand kon het soort films schrijven dat ik wilde maken.’
Rudi Meyer kwam met het idee voor Mensen van morgen aanzetten, waaruit Menschen von Morgen voortvloeide. Hij had de Franse film Hitler… connais pas! (1963) van Bertrand Blier gezien. Blier is de latere regisseur van vrijmoedige speelfilms als Les valseuses (1974). Hij liet Franse jongeren in de studio over hun leven praten en monteerde uit deze gesprekken een ‘verhevigde waarheid’, zoals de NRC in 1963 enthousiast schreef, toen de krant het Nederlandse vervolg op dit experiment aankondigde. ‘Ikzelf heb Bliers film toen niet willen zien’, zegt Brusse.

Karbonade
Mensen van morgen was in 1964 een groot succes. ‘De mensen stonden in rijen voor Alhambra, vijf voorstellingen per dag. De voorpagina’s stonden er vol van.’ Zijn ‘psychomontage’, zoals Brusse de film graag typeert, werd door Jan Blokker in het Algemeen Handelsblad wel van vraagtekens voorzien. ‘Jan vond het geen cinema verité. Dat is het ook niet. Als je karbonade op je bord krijgt, kun je ook zeggen dat het geen biefstuk is.’ Maar Blokker schreef ook dat Brusses beeldmanipulaties decent en integer waren, ‘boven alle lof verheven’.

Dat zag niet iedereen zo. ‘Zoveel moois als ik van tevoren heb gelezen’, zegt Brusse, ‘zoveel lelijks kreeg ik later voor mijn kiezen.’ De ouders van de ‘probleemjongere’ Loekie waren dwars gaan liggen. Zoonlief had pijnlijke intimiteiten uit het gezinsleven prijsgegeven. ‘Maar eigenlijk ging het alleen over geld’, zegt Brusse. Loekie’s ouders wilden materiële genoegdoening. Een juridisch steekspel volgde. Op last van de rechter werd de film uit roulatie gehaald en sneuvelden 45 seconden. De film kwam er nagenoeg ongeschonden uit, zegt Brusse. ‘Maar het is heel zwaar voor me geweest. Nu schreven de kranten opeens dat ik een kinderverleider was.’

Toen de vertoning werd hervat, bleef het publiek thuis. Kees Brusse is doorgegaan met regisseren, zij het op kleine schaal. Daarvan zitten fraaie voorbeelden in het programma, zoals het swingende Gedachten over het sexuele leven van de mens (Sex is overal) uit 1967. De sixties waren aan Brusse welbesteed.

 

Printervriendelijke versie

Delen |