De Jean Desmet-collectie van EYE is toegevoegd aan het Memory of the World Register van UNESCO. Dat is op 25 mei in Parijs bekendgemaakt door de VN-organisatie. De gehele collectie zal worden opgenomen in dit prestigieuze UNESCO-programma dat landen bijstaat bij het bewaren en openbaar maken van documentair werelderfgoed.
De collectie van filmpionier Jean Desmet, waarin zich vele verloren gewaande producties uit de vroege jaren van de cinema bevinden, is cultuur-, bedrijfs- en filmarchief in één. Filmpionier Jean Desmet was de eerste grote distributeur en bioscoopexploitant van Nederland. De enorme collectie bevat onder andere de enige overgebleven kopieën van meesterwerken van D.W. Griffith en Louis Feuillade, films met Asta Nielsen en Lyda Borelli, en producties van filmmaatschappijen Pathé, Gaumont en Edison.
Het Memory of the World Register van UNESCO is de lijst voor documentair erfgoed: boeken, archiefstukken, film- en geluidsopnamen met een uitzonderlijke betekenis voor de wereld. Het register bevat onder andere het dagboek van Anne Frank, de archieven van de VOC, de Magna Carta en de Gutenberg Bijbel.
De collectie van Jean Desmet (1875-1956) is sinds 1957 in beheer van het Filmmuseum, nu EYE Film Instituut Nederland. Het filmhistorische belang van de Jean Desmet-collectie wordt wereldwijd erkend. Een groot aantal films in de collectie van de eerste professionele distributeur in Nederland zijn unieke exemplaren (de enige bewaard gebleven kopieën ter wereld). Tussen de circa negenhonderd films uit de periode 1907 - 1916 bevinden zich vele meesterwerken die decennia uit het zicht waren verdwenen. Deze ontdekkingen hebben vooroordelen doen sneuvelen: de filmhistorische waardering van historische genres zoals de Italiaanse divafilm, het Duitse melodrama en de Franse komedie is er definitief door veranderd.
Revolutie
In de meeste landen is driekwart van de filmproductie uit de periode van de stille cinema verdwenen, omdat de films slecht of niet werden bewaard. Desmet gooide vrijwel nooit iets weg – zelfs de nota’s van de glazenwasser werden gearchiveerd – waardoor een collectie is ontstaan van (voornamelijk buitenlandse) films die in het land van origine vaak niet meer aanwezig waren. Toen deze films in de jaren tachtig en negentig werden geconserveerd en op buitenlandse festivals vertoond, zorgde dat voor een revolutie in de waardering door de filmhistorici. Men zag tientallen films terug die verloren werden gewaand.
Rond de vroege cinema bestond tot diep in de jaren zeventig een ware mythologie; men deed vaak lacherig over het overdreven acteerwerk en de zogenaamde primitieve manier van filmen. Vanaf 1978, toen tijdens een conferentie van de Internationale Federatie van Filmarchieven (FIAF) in Brighton de stille cinema met een nieuwe, welwillende blik werd bekeken, drong bij archivarissen en filmwetenschappers het besef door dat die mening radicaal moest worden bijgesteld. De ontsluiting van de Desmet-collectie door het toenmalige Filmmuseum heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de herwaardering van de vroege film; de bestudering van de Desmet-collectie heeft er onder meer voor gezorgd dat het onderzoek naar de vroege film, dat voor 1978 in de kinderschoenen stond, een hoge vlucht nam. Filmwetenschappers konden nu bevooroordeelde aannames opzijzetten: ook in de vroege cinema bleek sprake van bijzondere acteursregie, mise-en-scène, vernuftig gebruik van dramaturgie en werd het gebruik van kleur niet geschuwd. De mythe dat alle oude films zwart-wit waren, is toen definitief ontzenuwd.