Collectieblog

  • De Nefito: Who’s who in de Nederlandse filmwereld van de jaren dertig

    donderdag 21 september 2017

    Nefito cover

    Hoe word je bekend als filmster? Om jezelf in beeld te brengen bij het grote publiek, zijn er in onze tijd volop (gratis) publiciteitsmiddelen, waarvan Twitter en Instagram misschien wel de belangrijkste zijn. Maar hoe brachten acteurs zichzelf en hun prestaties vroeger aan de man? In de bibliotheek van EYE vind je Nefito, de Nederlandse Film- en Toneel Almanak uit 1935. Als je daar in stond, dan was je Iemand.

    Zo belandde de charmante toneelacteur Leo den Hartogh in 1935 zonder enige camera-ervaring pardoes in de zomerfilm Jonge harten. Zeventig jaar later vertelt hij daarover  in het interviewboek De Pioniers van Annemieke Hendriks. De regisseurs hadden een oproep geplaatst in De Telegraaf, “waarop meer dan tweehonderd mensen reageerden. Maar ik niet, ik werd gevraagd. Ik stond in vele castingboeken.”

    Nu was Den Hartogh niet de meest bescheiden persoon, zoals hij even later in het interview toegeeft: “Om even ijdel te zijn: toen ze mij zagen, sprongen ze een gat in de lucht.” De vermelding ‘vele castingboeken’ zal in ieder geval wat overdreven zijn; voor de Nederlandse filmindustrie was Nefito in ieder geval het eerste castingboek. Maar daar stond hij in ieder geval in, op pagina 77, en hoe. Met een foto waar tienermeisjes bij in katzwijm zouden vallen, wordt hij aangeprezen als specialist in ‘Jonge rollen en charmeur’, speelt gitaar en zingt Franse chansons, en tot slot beoefent hij ‘Alle sporten zeer goed.’

    Nefito Lily Bouwmeester

    Bijzondere eigenschap: autorijden

     De Nefito was een cast- en crewboek, een who’s who  voor de film- en toneelwereld. Zulk soort gidsen bestonden in het buitenland al, zo wordt in het voorwoord aangegeven. De eerste editie verscheen vol goede moed in april 1935 in een oplage van 1000, maar de uitgave zou geen lang leven beschoren zijn: voor zover bekend zou de tweede in 1936 ook de laatste zijn. Ik heb ze beide in mijn bezit, en het is een ware schat aan informatie voor wie iets te weten wil komen over de Nederlandse filmwereld in de jaren dertig. Dit is het onderwerp waarmee ik me bezighoud, en bij elke film uit die periode die ik kijk, sla ik de Nefito weer even open (staat hij of zij erin??). Het is daarnaast heel bijzonder om een gids die destijds waarschijnlijk gretig werd doorgebladerd door iedereen die een rol speelde in de speelfilmindustrie, in handen te hebben.

    Het is erg vermakelijk om te zien hoe acteurs zich in die tijd presenteerden. Zo zijn er acteurs die hun komische talenten naar voren brengen, en is er iemand die zichzelf aanprijst als ‘De man die NOOIT lacht’. Er is het ‘exotische type’, de ‘karakterspeler’ en een aantal acteurs zijn gespecialiseerd in ‘jonge liefdes- en sportrollen’. Als bijzondere capaciteiten kruisen sommige vrouwelijke actrices ‘autorijden’ aan;  opvallend genoeg geven de heren dit nooit aan. Er waren nog weinig autobezitters in die tijd, en voor vrouwen was dit waarschijnlijk helemaal ongebruikelijk.
     
     Crisis


     Dat film en toneel samen een boekje deelden, toont al aan hoe verstrengeld die twee werelden in die tijd nog waren. Omdat er nog niet zozeer sprake was van een echte filmindustrie in Nederland, waren er nog weinig echte filmacteurs. De producenten aasden dus op de vedetten van de bühne.  Film was toen al een kostbaar medium en daar kwam nog een crisis bij, waardoor er tussen 1929 en 1934 nauwelijks Nederlandse speelfilms zijn gemaakt. Maar met de komst van de geluidsfilm in Nederland (de eerste, Willem van Oranje, ging begin 1934 in première) was er weer nieuw optimisme ontstaan, wat ook blijkt uit de komst van dit ‘smoelenboek’. Nefito

     

    Hotspots Amsterdam en Den Haag

    Het boekje geeft ook been beeld van de habitat van de incrowd. Ook het adres wordt vermeld, en daaruit blijkt dat de filmwereld twee hotspots kende: Amsterdam en Den Haag. Daar waren de twee grote geluidsfilmstudio’s, beide net nieuw gebouwd: Cinetone in Amsterdam en Filmstad van filmtycoon Loet C. Barnstijn in Wassenaar. Op een paar uitzonderingen na wonen alle filmacteurs en vaklieden in de Nefito in een van die steden. Je moest dus in de buurt wonen, anders werd het niks.

    In Amsterdam was de straal zelfs nog kleiner: iedereen was woonachtig in Amsterdam-Zuid of in het centrum. Evenals het Amstelhotel was Hotel Schiller aan het Rembrandtplein een belangrijke hotspot, het ‘ trefpunt voor Hollands Hollywood’ zoals de advertentie het aanprijst. Ook wordt het aangeprezen met ‘rijks-telefoon, stroomend warm en koud water op alle kamers’.  Stillfotograaf en latere Cinetone-studiomanager Bobby Rosenboom vertelde in een interview dat al bij de eerste film die in Cinetone werd opgenomen,  de medewerkers op zaterdagmorgen in Schiller zaten te wachten op het loon dat ze maar niet kregen. “De centen bleken al na één draaiweek op te zijn.” Dat was ook kenmerkend voor de Nederlandse filmindustrie in die tijd.

    Protesen voor gelaatsverandering

    Ook alle benodigde uitrustingen voor film en toneel kon je vinden via het boekje. Zo staan er reclames in van allerlei bedrijven en ateliers:  van kostuums, tabak (r. peukert aan de Spuistraat), muziekinstrumenten, touringcars, juweliers, fotografen en decorbouwers. Een tandarts prijst zichzelf aan, gespecialiseerd in ‘protese werk, niet van echt te onderscheiden’, geschikt voor ‘gelaatsverandering’. De bijgevoegde foto’s laten zien dat de tandartspraktijk toen heel wat gezelliger was ingericht dan nu, met Perzische tapijten, schilderijen aan de muur en Chesterfield fauteuils om het wachten te veraangenamen.

    Nefito Mies Versteeg

    Het uiterlijk was toen ook al een factor van cruciaal belang. De toen al gelauwerde theateractrice Mary Dresselhuys kreeg na een proefopname voor de hoofdrol in de film De Kribbebijter van de Duitse regisseur Hermann Kosterlitz in het Amstelhotel te horen: “Leider, gnädige Frau, sind Sie sind nicht zu fotografieren.” In de Nefito is ze niet te vinden.

    Net als nu werden schoonheidsfoutjes op de foto’s vakkundig weggetoverd, zij het nog niet met Photoshop maar met retoucheertechnieken. In het boek van het Stadsarchief Amsterdam over fotostudio Merkelbach, die toen aan het Leidseplein gevestigd was, wordt verteld dat retoucheren eigenlijk een vrij standaard procedure was, maar ‘de zorg die aan de retouche werd besteed, was het handelsmerk van het huis.’ Om iedereen een vlekkeloze look te geven werd ‘het negatief na ontwikkeling begoten met een natte lak. In deze laag bracht de retoucheur met een naalddun potlood minuscule krasjes aan en voorzag zo iedereen van een gave huid. Zelfs in de simpelste opname zat al gauw anderhalf uur werk.’ Het retoucheerwerk ging toen al best ver: ‘Plooien in de stof of krullen in het haar kregen een extra accent, te dikke vingers werden slanker gemaakt, wallen onder de ogen weggewerkt- alles was maakbaar.’ Dat dit niet altijd even goed lukt, toont de bovenstaande foto van ‘karakter-speelster’ Mies Versteeg.

    Starfotograaf

    Merkelbach is al genoemd, maar verreweg de meeste foto’s in de Nefito zijn gemaakt door Godfried de Groot.  Kees Brusse, die ik kort voor zijn overlijden in 2013 interviewde, debuteerde als kindsterretje in Merijntje Gijzen’s Jeugd (1936) en werd later door hem gefotografeerd, vertelde over hem: “De Groot was een echte starfotograaf. Hij werkte met glamour: kostuums, de juiste belichting. Mies [Merkelbach, VdL] deed dat wat minder. Als je een foto liet maken bij Godfried, dan werd je voor vol aangezien.” Zijn divaportretten sierden steevast het weekblad Cinema en theater, waar hij tot de redactie behoorde. Brusse staat niet in de Nefito, maar wel het ondeugend en verlegen in de camera kijkende jongetje Marcel Krols, dat Merijntje speelde.

    Voor Nederlandse filmkrachten

    Het boekje doorbladerend, zou je de indruk kunnen krijgen dat er alleen maar Nederlanders werkten in onze filmindustrie. Het tegendeel was waar. De meeste regisseurs kwamen uit Duitsland. En zo gold het eigenlijk voor bijna alle belangrijke functies in die tijd, van editor tot cameraman en producent; met name Duitse exils die voor het naziregime gevlucht waren, hielden onze filmindustrie overeind. Behalve de grote producent Rudolf Meyer is niemand van hen te vinden in de Nefito. De buitenlandse vaklieden waren veel meer ervaren, en dit wekte wat jaloezie op in de Nederlandse filmwereld. In de kranten was een toenemende discussie gaande over in hoeverre de buitenlanders vrij vertaald ‘onze baantjes inpikten’. Het kan dus ook deze minder kosmopolitische beweegreden zijn geweest voor de Nefito, om de Nederlandse filmkrachten meer voor het voetlicht te brengen.

    Nefito advertentie

    Een belangrijke vraag blijft onbeantwoord: Wat moest je als acteur of andere professional doen om in de Nefito te komen? Moest je ervoor betalen? De vermelding in de oproep ‘Billijke conditiën’ lijkt hier wel op te wijzen. Was er een commissie die zorgde voor selectie aan de poort? Het voorwoord vermeldt dat de gids gratis en ongevraagd werd toegezonden aan ‘belanghebbenden’, waarmee wordt verwezen naar ‘Regisseurs, Productie-leiders en theater-Directie’s.’ Het vervolgt verontschuldigend: ‘Uiteraard de korte tijd van voorbereiding, hebben wij niet aan alle aanvragen kunnen voldoen, daar wij rekening moeten houden met het belang der contractanten’. Het voorwoord is ondertekend door de uitgever, A. Leo Bonefang in Den Haag. Dit is wellicht familie van Alex Benno (zijn werkelijke naam was Benjamin Bonefang), een regisseur die ook in de Nefito staat. In ieder geval zullen er criteria zijn geweest voor selectie, maar die zullen waarschijnlijk nooit worden opgehelderd. Dan is het in onze tijd, met de invloedrijke sociale media, toch een stuk democratischer geregeld.

     

     

     

  • FORWARD: The rights assessment of films

    donderdag 26 januari 2017

    Gloria Transita

    In recent years, there has been an increasing tendency of audiovisual archives to make their film heritage accessible through publication on various online platforms. A complicated part of this process is the rights assessment of film works. Many older films, produced before 1940, are orphan works. This means that they are copyright protected, but the rights holder(s) cannot be identified and/or located. In Europe, hundreds of thousands of orphan works are preserved in film heritage institutions. What are they to do with these orphans? In 2012, with a new European law, the Orphan Works Directive, the EU has made an exception to the copyright. If a film heritage institution cannot find the rights holder(s), it can still make use of the orphan work.

    Within the FORWARD project, involving the national film archives from 10 European countries, The EYE Filmmuseum has made an important leap forward in tackling the rights assessment issue. With the help of a sequence of questions (we call this the decision tree) the rights status of film works can be determined in a systematic way.  Through the performance of a diligent search- for which a long list of sources and databases is available- we try to find the creative makers and their life dates on which the protection term is based, and other possible rights holders. If the film results to be an orphan work, we register it with the orphan database of the European Intellectual Property Office. After that, the Cultural Heritage Agency of the Netherlands declares the film work officially orphan. With this declaration, as a non-profit institution EYE is allowed to publish the film online.

    In the last seven months of the FORWARD project the new program for rights assessment made it possible for me, as a film scholar without a juridical background, to clear the rights for 750 films. A part of those resulted to be orphan works, others turned out to be in the public domain or the rights holders were found. To give an idea of the practice of rights assessment, I will give an example of three different films I researched, with three different outcomes. It shows that the rights assessment can resemble the work of a detective in some cases, but can also be very simple in other cases.


    1. Gouvern. proefrijstbedrijf 'Selatdjaran' Palembang

    Om deze video te bekijken moet je cookies accepteren klik hier

    A special part of EYE’s collection consists of films that were recorded in the former Dutch East Indies. Gouvern. proefrijstbedrijf 'Selatdjaran' Palembang is a short documentary film from around 1922, which is, as the title already shows, commissioned by a government company. It shows the modernization of agriculture techniques that were used in the rice company Selatdjaran.

    First of all, the question is: who are the creative makers? In the Dutch copyright law, there are four so-called ‘protection term roles’ on which the protection period of 70 years depends: the director, the composer, the screen writer and the dialogue writer. The credits of this film reveal the names Charls en Van Es & Co, Weltevreden (present-day Jakarta). From our Collection Database (CE), I learn that they are the directors and that they owned a photo studio together.

    For the diligent search, I need to find their full names, which helps to find their birth and death dates. Because the film was made in the Dutch East Indies and Charls and Van Es were photographers, I search for them in the database of the Dutch Museum of World Cultures. This museum appears to have their photos in its collection and a copy of an article about the photo studio from the Bataviaasch Nieuwsblad of May 14, 1934. This article gives a historical overview on the occasion of the photo studio’s 50th anniversary. It notes that Charls and Van Es handed over their studio in 1920 to two gentlemen, named Theobald and Kraus.

    Even though Charls and Van Es are on the film credits, in practice the company was thus run by others, of which we can assume they also made the films. These new photographers turn out to be hard to find. I find the most on mister Theobald: His complete name is Heinrich Theobald and he was born 26/1/1883 in Frankfurt. In 1913, he married a girl ten years younger than him from The Hague, named Maria Theresia Schipperijn. According to a newspaper from the Dutch East Indies, in 1942 she settled alone in Surabaya. Did Heinrich Theobald die before? Did they divorce? Or was he interned in a Japanese camp? These questions remain unanswered; I cannot find anymore traces of him.
    Mr. Kraus remains almost a complete mystery. I only find a few advertisements with his name in it from the 1920’s and 30’s from the photo studio.

    Because this is a company film, the company is assumed to be the rights holder. On Delpher, an online directory which contains the digital archives of millions of texts from Dutch newspapers, books and magazines, I find an article from 1923 that describes the liquidation of the Proefrijstbedrijf. From this diligent search we can conclude that the makers could not be located and the rights holder has ceased to exist. We do not know whether the rights were transferred. The film can thus be considered an orphan work.
     

    2. Glasconserven

    Glasconserven consists of silent documentary footage from 1946 directed by Herman van der Horst and Allan Penning in which we see, among other things, the work in a glass factory. I cannot find the film title in Bert Hogenkamp’s book De Documentaire Film 1945-1965, but our Dutch collection specialist, Rommy Albers, tells me that this is working material for the film Rotterdam aan den slag, which was released in the same year. Working material has the same legal status as the published film. EYE owns two copies of Rotterdam aan den slag, but in the database of Beeld en Geluid (the Netherlands Institute for Sound and Vision), which also has many documentaries in its collection, I find that they have a copy as well. Of the well-known director Herman van der Horst, the birth and death date are submitted in CE- he died in 1976-, but of Allan Penning these dates are missing. I find his death announcement on Delpher, dating the 6th of June 1957. The term of 70 years hasn’t passed yet, so we know that the film is in any case copyright protected.

    The next step is to find out who the rights holders are. Because this is a commissioned film- just as is the case in the previous example- the rights holder is usually the commissioner. Rotterdam aan den slag is part of a series of short documentaries about the rebuilding of the Netherlands after WWII. It could be described as a propaganda film commissioned by a government committee for public works. Beeld en Geluid acquired its copy of this film from the RVD (the Netherlands Government Information Service) and also manages the RVD’s  film rights. Therefore we know that this film is copyright protected (needless to say, we cannot post a digital copy of the film here) and we have located the rights holders.
     

    3. Gloria transita

    Om deze video te bekijken moet je cookies accepteren klik hier

    The third and last example I will give here, is also the easiest search. This silent feature film from 1917 about a street singer who made a short career as an opera artist was directed by Johan Gildemeijer, a cinematic jack-of-all-trades, who was also responsible for the screenplay and the production. It was a silent film, but the famous opera fragments that were shown in the film were sung by a choir behind the screen. Information about the film can be found in Geoffrey Donaldson’s famous book on silent film, Of Joy and Sorrow, and in CE, which also mentions that Gildemeijer died on the 31st of January, 1945. The protection term of 70 years has thus passed, so the film becomes a part of the public domain.

     

     

     

    collectie, collection, rights assessment, FORWARD
  • Animatiefilmpjes St.Joost: Archive Overload

    dinsdag 24 november 2015

    Een groep vierdejaars animatiestudenten van de Academie AKV|St.Joost heeft korte geanimeerde teasers gemaakt van ongeveer 1 minuut, waarbij zij zich hebben laten inspireren door de Filmgerelateerde collecties van EYE. In een serie publiceren we hier deze filmpjes, die ook als voorfilm vertoond kunnen worden. Veel van de filmmakers hebben deze blog als vertrekpunt gebruikt bij de keuze voor het onderwerp van hun animatie.

    Om deze video te bekijken moet je cookies accepteren klik hier

    In de teaser Archive overload van Guusje Dekker worden verschillende stukken uit de collectie en het archief vertoond, om een indruk te geven van de enorme omvang van EYE's collecties. Guusje over de insteek van het filmpje: "Het beeld van een archief dat ik altijd voor ogen had, was een ruimte met grote eikenhouten boekenkasten en opbergmappen met een muffe geur van het stof. Dikke boeken met vergeelde bladen en dozen met oude kranten. Mijn idee van een archief was een opbergplek waar bijna niemand meer kwam, die verzorgd werd door een oude bibliothecaresse."

    Het archief bleek totaal anders te zijn dan ze verwachtte: "Mijn bezoek aan het EYE filmarchief heeft dit veranderd. Er staan zeker boeken en opbergmappen, maar het archief was juist erg levendig. Er waren veel mederwerkers van jong tot oud die hard aan het werk waren om het archief te ordenen en verzorgen. Graag wilde ik dat het archief net zo levendig overkomt als dat ik het aantrof. De 'oude look' heb ik gekozen om te benadrukken hoe lang het archief al bezig is met materiaal te verzamelen." 

    De stemmen in het filmpje zijn van Yvette Verweij (telefoniste) en tegenspeelster Roxana Van der Meulen. De voice over van Yvette Verweij werd opgenomen in HollandStudio's door Paul Van de Veerendonk. Kijk voor een uitgebreid overzicht van het werk van Guusje Dekker op haar website.

    EYE's animatiespecialist Mette Peters begeleidde het maakproces van alle St. Joost- teasers. Zij schreef eerder een interessant blogartikel over het belang van het conserveren van niet alleen animatiefilms zelf, maar ook het filmgerelateerde materiaal  zoals artwork (waaronder tekeningen en animatiepoppetjes) en documentatie. De varieteit aan materialen die voor dit soort films worden gebruikt, uiteenlopend van plastic, metaal, hout, textiel en gevonden objecten, die niet altijd even makkelijk houdbaar zijn- zoals te zien aan onderstaand poppetje- zorgt hierbij voor een grote uitdaging.

    Aladdin artwork

     

    animatie, AKV/St.Joost, archief
  • Animatiefilmpjes St. Joost: Open up

    dinsdag 17 november 2015

    Een groep vierdejaars animatiestudenten van de Academie AKV|St.Joost heeft korte geanimeerde teasers gemaakt van ongeveer 1 minuut, waarbij zij zich hebben laten inspireren door de Filmgerelateerde collecties van EYE. In een serie publiceren we hier deze filmpjes, die ook als voorfilm vertoond kunnen worden. Veel van de filmmakers hebben deze blog als vertrekpunt gebruikt bij de keuze voor het onderwerp van hun animatie.

    "Het archief van EYE is eigenlijk een verborgen schat," vertelt Shivon Koopman, de maker van de teaser Open up. "Die wordt in het filmpje geopend word en te zien is voor iedereen. Iedereen die van films houdt zou de collecties eens moeten bekijken. Dit probeer ik weer te geven door de posters uit die donkere kist te halen en te laten zien dat de collecties voor iedereen beschikbaar zijn."

    Met behulp van digitale cut-out bouwde hij de beelden op uit verschillende afbeeldingen. Op de achtergrond zijn twee nummers van Kevin MacLeod te horen: 'Open your bright eyes' en 'Laendler in C minor Hess 68'.

  • Animatiefilmpjes St. Joost: Een zee van informatie

    dinsdag 3 november 2015

    Een groep vierdejaars animatiestudenten van de Academie AKV|St.Joost heeft korte geanimeerde teasers gemaakt van ongeveer 1 minuut, waarbij zij zich hebben laten inspireren door de Filmgerelateerde collecties van EYE. In een serie publiceren we hier deze filmpjes, die ook als voorfilm vertoond kunnen worden. Veel van de filmmakers hebben deze blog als vertrekpunt gebruikt bij de keuze voor het onderwerp van hun animatie.

    Om deze video te bekijken moet je cookies accepteren klik hier

    Sophie Neeleman was onder de indruk van de enorme omvang van de archieven van EYE en maakte met affiches, bladmuziek, foto's en scripts het filmpje Een zee van informatie/ EYE EYE Captain. De zee is een metafoor voor de grote hoeveelheid materiaal, en de archivaris is de schipper die hierop vaart: “In de eindeloos lijkende zee aan film-parafernalia weet de EYE-Kapitein (archivaris) alles te vinden. Hij weet wat er onder het wateroppervlak voor waardevols schuilgaat. Hij kent de beste visgronden op zijn duimpje en brengt je precies bij de goede school. De Kapitein helpt je op je zoektocht naar die ene speciale vangst waar jij naar speurt.”

    De teaser is gemaakt met een collagetechniek. Allerlei verschillende onderdelen zijn getekend, gefotografeerd, geknipt en geplakt. Wil je meer weten over het werk van Sophie? Kijk dan op haar website.

     

    animatie, AKV/St.Joost
  • Affiches EYE in tentoonstelling Magnum on Set

    donderdag 22 oktober 2015

    Liz Taylor op de set in Suddenly Last Summer (1959),
    foto Burt Glinn

    Met zijn nieuwe film Life portretteert fotograaf en filmmaker Anton Corbijn de vriendschap tussen Magnumfotograaf Dennis Stock met het jong overleden filmicoon James Dean. Dat Stock samen met velen van zijn collega’s van het beroemde Parijse fotoagentschap veel op filmsets rondliep en daarmee een fascinerend inkijkje gaf achter de schermen van die glamourwereld, is te zien in de tentoonstelling Magnum On Set in het Gemeentemuseum Helmond. EYE stelde hiervoor enkele filmaffiches beschikbaar.

    De jaren vijftig en zestig waren de hoogtijdagen van de stillfotografie in Hollywood. Voor films als The Seven Year Itch (1955), Rebel without a Cause (1955), Zabriskie Point (1970) en Planet of the Apes (1968) werden Magnumfotografen voor grote bedragen ingehuurd. De opnames van The Misfits (1961) werden zelfs door negen fotografen vastgelegd.

    James Dean en Natalie Wood op de set van Rebel Without a Cause (1955), foto Dennis Stock

    De Magnumfotografen konden met hun artistieke blik bijzondere foto’s maken, met name op momenten tussen de opnames door, waar de filmsterren zoals Marilyn Monroe, Buster Keaton, Elizabeth Taylor en Romy Schneider ongedwongen ‘gevangen’ konden worden. Vanaf de jaren zeventig kwam hier een einde aan door de komst van vaste stillfotografen in dienst van de filmmaatschappijen.

    Affiche Rebel Without a Cause (Nicholas Ray, VS, 1955)

    Magnum Photos werd in 1947 opgericht door Robert Capa en onder andere Henri Cartier-Bresson. Capa opende ook de deuren naar de Hollywoodsets, waar hij al in de jaren veertig was beland door zijn vriendschap met John Huston en affaire met Ingrid Bergman. 

    Er hangen in totaal maar liefs 18 affiches van EYE in de expositie, waaronder deze hiernaast van de legendarische James Deanfilm Rebel Without a Cause. Naast wegdromen bij de glamoureuze foto’s en filmposters kun je je in de tentoonstelling ook in comfortabele bioscoopstoelen nestelen voor een filmklassieker.
    still, affiche
  • Animatiefilmpjes St. Joost: Desmet Collectie

    vrijdag 2 oktober 2015

    Een groep vierdejaars animatiestudenten van de Academie AKV|St.Joost heeft korte geanimeerde teasers gemaakt van ongeveer 1 minuut, waarbij zij zich hebben laten inspireren door de Filmgerelateerde collecties van EYE. In een serie publiceren we hier deze filmpjes, die ook als voorfilm vertoond kunnen worden. Veel van de filmmakers hebben deze blog als vertrekpunt gebruikt bij de keuze voor het onderwerp van hun animatie.
     

    Om deze video te bekijken moet je cookies accepteren klik hier

    Olga van den Brandt hoorde bij haar bezoek aan de Filmgerelateerde collecties van EYE veel verhalen over hoe sommige stukken in het archief terecht zijn gekomen, en bedacht zich dat elk stuk in het archief een unieke weg heeft afgelegd.

    Ze heeft voor haar filmpje de Desmet Collectie als uitgangspunt genomen: "Archiefstukken van hetzelfde onderwerp, die in een grote wervelwind van alle windrichtingen naar EYE zijn gevlogen. Een storm, een chaos, maar in 'the EYE of the storm' heerst de rust, de vrede en orde.  De camera volgt in een soepele beweging deze stukken (door Desmets tijdlijn heen) naar hun doel."

    Olga heeft 3D animatietechnieken toegepast waarin de beweging van het papier zelf en van de vele stukken als zwerm wordt aangestuurd door een computersimulatie. Op de achtergrond klinkt 'Prelude no. 14' van Chris Zabriskie. Op Olga's website vind je meer voorbeelden van haar werk.

    AKV/St.Joost; animatie, Jean Desmet; archief
  • Affiches Antonioni in EYE

    donderdag 1 oktober 2015

    Dat affiches ware kunstwerken kunnen zijn, toont de affichetentoonstelling rondom de filmzalen van EYE, die aansluit bij de expositie over Michelangelo Antonioni. Er is een selectie gemaakt uit de grote collectie van EYE, waarin de mooiste en meest opvallende vormgeving zijn gekozen. Curator Soeluh van den Berg stelde deze samen.

    In veel Europese landen werd vroeger voor nieuwe films een affiche gemaakt in de eigen taal en vormgeving. Daardoor zijn in deze selectie bijvoorbeeld meerdere affiches te zien van La Notte, die totaal verschillend zijn. "Daar had Antonioni zelf  meestal weinig bemoeienis mee," aldus Van den Berg. "Voor het Franse affiche van l'Avventura is wel letterlijk het oorspronkelijke Italiaanse gekopieerd, alleen de taal is veranderd. Dit heeft echter verrassend genoeg juist een traditionele vormgeving, dat eigenlijk niet echt past bij de moderne stijl van Antonioni."

    Affiche l'Avventura

    De Oost-Europese affiches, waaronder die uit Polen en Tsjechië, sluiten meer aan bij de eigenzinnige blik van de regisseur. Met name Polen is goed vertegenwoordigd in EYE's affichecollectie door een ruil met het Poolse filmarchief in de jaren zestig. "Dit affiche hieronder, de Poolse interpretatie van l'Avventura, was eerder ook te zien in de tentoonstelling The Quay Brothers' Universum vanwege de opvallende vormgeving, die sterk bij de belevingswereld van de broers aansluit. De ontwerper Jan Lenica (1928-2001) was heel beroemd en werkte ook veel met animatie."

    Affiche La Notte

    "Onderstaand Pools affiche van Waldemar Swierzy verbeeldt  met het felgekleurde rasterpatroon tegelijkertijd de fotografie en de sfeer in de swinging sixties, die beiden belangrijke thema's in de film zijn. Daarom is dit mijn favoriet. Het springt er echt uit tussen de andere Oost-Europese affiches in de collectie, die meestal vrij somber zijn met veel zwart en donkergrijs."
    Affiche Blow-Up

    In het westen was de vormgeving over het algemeen vrolijker en kleurrijker. Ironisch genoeg hadden ontwerpers in het Oostblok echter juist door het beperkend regime meer artistieke vrijheid in wat ze maakten, zo vertelt Van den Berg: "De communistische regeringen wilden zich afzetten tegen de westerse regimes, dus ze moedigden vormgevers aan om een eigenzinnige stijl te ontwikkelen. Daarnaast was er voor hen niet de druk om te conformeren aan de commerciële eisen van filmproducenten, zoals in het westen." Precies daardoor worden hun affiches juist nu bij ons in het westen zo bewonderd.

    De affiches en de tentoonstelling Michelangelo Antonioni-Il maestro del cinema moderno zijn nog tot en met 17 januari 2016 te zien.

    affiche
  • Animatiefilmpjes St. Joost: Affiches en foto's

    dinsdag 22 september 2015

     

    Een groep vierdejaars animatiestudenten van de Academie AKV|St.Joost heeft korte geanimeerde teasers gemaakt van ongeveer 1 minuut, waarbij zij zich hebben laten inspireren door de Filmgerelateerde collecties van EYE. In een serie publiceren we hier deze filmpjes, die ook als voorfilm vertoond kunnen worden. Veel van de filmmakers hebben deze blog als vertrekpunt gebruikt bij de keuze voor het onderwerp van hun animatie.

     
     


    Dit ingetogen filmpje getiteld Open up is gemaakt door Shivon Koopman. Shivon over zijn bedoeling en het maakproces: "Het idee achter mijn teaser is dat het EYE archief eigenlijk een verborgen schat is, die geopend wordt en te zien is voor iedereen. Iedereen die van films houdt zou de collecties eens moeten bekijken. De posters en flyers heb ik eerst in de donkere kist (verborgen) laten zien, omdat er niet genoeg mensen zijn die het archief kennen. Ik wilde benadrukken dat de collecties voor iedereen beschikbaar zijn."

    Shivon gebruikte de animatietechniek van de digitale cut-out, de beelden zijn opgebouwd uit verschillende afbeeldingen. De muziek bestaat uit twee nummers van Kevin MacLeod: 'Open your bright eyes' en 'Laendler in C minor Hess 68'.

    affiches, AKV/St.Joost, foto, animatie
  • Loet C. Barnstijn's Filmstad

    donderdag 17 september 2015

    EYE bezit een interessant archief over de filmpionier Loet C. Barnstijn en de door hem opgerichte studio Filmstad in Den Haag. Hij was een innovatieve ondernemer die de Nederlandse filmindustrie naar het model van de Amerikaanse filmstudio's wilde inrichten.

    Loet Barnstijn studio
    Loet C. Barnstijn, oftewel LCB zoals hij zich liet noemen, begon zijn carrière als bioscoopexploitant en filmdistributeur in de jaren tien en twintig, waarvoor hij op reis ging naar Amerika. Daar zag hij al in 1927 de komst van de eerste geluidsfilms en het geluidssysteem de Vitaphone. Gebaseerd hierop ontwikkelt hij zelf in Nederland de Loetafoon, waarmee hij met succes voorstellingen organiseert. De nieuwe ontwikkeling inspireert hem om zelf films te maken "met Nederlandse acteurs, die ons in onze eigen taal van het witte doek toespreken."

    Werkfoto LCB Filmstad

    Daarom besloot hij als co-producent de volkskomedie De Jantjes, waarvan de productie wegens geldgebrek was stilgelegd, uit het slop te helpen. De film werd een groot succes en met de twee ton die dit Barnstijn opleverde, opende hij zijn eigen filmstudiocomplex. Op Landgoed Oosterbeek in Wassenaar werd een monumentale villa uitgebreid met twee studiohallen, een montageruimte en een laboratorium. Alles was dus ter beschikking om volledige speelfilms te produceren.

    Bij de opening op 12 oktober 1935 waren 800 gasten aanwezig, onder wie Louis Lumière. De opnames van de eerste film, de elegante detective Het Mysterie van Mondscheinsonate waren toen al van start gegaan. De films hadden echter niet altijd het verwachte succes, maar Barnstijn, slimme zakenman als hij was, wist meer inkomsten te vergaren door de set (tegen betaling van 22 cent) open te stellen voor het publiek, dat massaal toestroomde.

    Cast en crew Merijntje Gijzen's Jeugd

    Er ontstond een levendige internationale gemeenschap in de filmstudio, van veelal uit Duitsland en midden-Europa gevluchte joodse filmvaklieden en regisseurs, waaronder Kurt Gerron. Na de Duitse inval kwam hier abrupt een einde aan en werden velen van hen opgepakt. De laatste oorlogsjaren werd de studio evenals filmstudio Cinetone in Amsterdam ingelijfd bij de Duitse filmproductiemaatschappij Ufa en werden er propagandafilms gemaakt. In 1944 viel het doek definitief, toen het complex werd vernietigd door een Britse V2-raket.

    Barnstijn was toen al vertrokken naar Amerika, waar hij verder werkte als filmverhuurder. In 1953 overleed hij in zijn woonplaats Great Neck, op Long Island. Van het studiocomplex staan nog enkele gebouwtjes overeind, waaronder de filmopslagruimte en het laboratorium. EYE heeft een aantal dozen met archivalia van Barnstijn's Filmdistributie en Filmstad Den Haag, waaronder een dagboek van A. Sauter, die bedrijfsleider was van Ufa Filmstad Den Haag in de oorlogsjaren, en veel foto's en krantenknipsels.

    archief, Loet C. Barnstijn, foto, werkfoto

Pagina's