Collectieblog

  • Moving to the Collection Centre

    maandag 14 maart 2016

    An interesting time lies ahead of us. Lots has already happened since the move to EYE’s new Collection Centre was announced. The EYE library will be moving too, therefore many considerations have to be made. Especially given that more and more material is requested through the online catalogue instead of being consulted in the library. Needless to say, it is still key to hold on to the great collection of books and magazines. EYE has been focussing on its core task of maintaining the Dutch film heritage more and more. How does this affect what is moved to the Collection Centre and what isn’t?

    Foreign magazine and book duplicates make up a significant part of the library collection. They have for long been stored elsewhere since they are the duplicates of material available. Since the first week of February, all these boxes with magazine duplicates have moved into the Overamstel library.  In teams of two, EYE employees and volunteers have been going through over 90 cardboard boxes with material from all over the globe.  This ranges from numerous Variety issues, to Finnish and Russian magazines, as well as beautifully designed Dutch Kunst en Amusement issues from the 1920s. The latter is of course kept and it will make the move to the new Collection Centre. These magazines are put in new boxes and registered on title. The foreign duplicates are certainly not thrown away, but are given to another film museum.

    Kunst en Amusement (Nr.1, 1923)

    As an intern at EYE, it has been really interesting handling all these beautiful magazines and preparing them for a place in a brand new building. As we are working meticulously over the next couple of months until reopening in October, these gems as well as others, are digitally available in the BIBIS library catalogue. This specific magazine gives a concrete overview of the Dutch commercial cinema circuit throughout the 1920s, and is one of numerous examples in EYE’s collection from throughout the twentieth and twenty-first century. Kunst en Amusement’s primary focus could be described as promoting the cinema circuit and caring for its future, for example by discussing the “Ontwerp Bioskoopwet” as well as dismissing the idea for restricting cinema admission for children. The latter was thought to be unnecessary, since the nationally centralized "filmkeuring” commission kept track of providing cinemas with decent films suitable for all ages. Moreover, the advertisements in the Kunst en amusement magazines offer a glimpse into the countless film businesses that were around in the 1920s.



    From October onwards, it is possible to reserve a spot in the Collection Centre's EYE Study, where magazines such as this one can be consulted close to the main EYE Museum building. It will be more condensed and complete than ever: both the film collection and film-related collections under one roof. Sorting out these duplicates to make use of the new Collection Centre as efficiently as possible is only one of many tasks needed to prepare for the move. During the move, I will occasionally update this blog with interesting moments in the process. 

    collectie, collection, Collection Centre, EYE Study, collectie-informatie, filmkeuring, Nederlandse film, Kunst en amusement, digitalisering, digitized
  • Films in Noord

    donderdag 23 juli 2015

    De zomereditie van het tijdschrift Ons Amsterdam staat in het teken van Amsterdam Noord. Een van de artikelen, met filmfoto's uit de EYE-collectie, gaat over de opkomst als filmlocatie van dit deel van de stad, dat in de vorige eeuw nog een vrijwel braakliggend terrein was voor de camera.

    Een enkele regisseur had Noord al wel ontdekt, schrijft Harry Hosman. Zo maakte Nouchka van Brakel hier in 1967 de korte film Sabotage, over drie jongens wiens speelterrein inkrimpt door de oprukkende bulldozers die nieuwe wijken bouwen.

    Still uit Sabotage, fotograaf onbekend
    In de jaren 2000 is Noord echter een ware filmhotspot geworden, onder andere door de komst van EYE aan de IJ-oever en door de vele filmbedrijven. De filmers zoomen vooral in op het bekende volkse karakter van wijken als de Van der Pekbuurt en Disteldorp en tonen een wereld vol snackbars, rondrijdende canta's en rokerige zaaltjes met pokerspelers.

    In een aantal films biedt de veerpont Amsterdammers de kans om te ontsnappen aan het burgerlijke leven op het 'vasteland' van Amsterdam. Zoals in Alles Stroomt (Danyael Sugawara, 2009) waarin een zoon van een rijke familie zijn ouderlijk huis in Amsterdam Zuid verruilt voor een kraakpand aan de overkant van het IJ.

    Het witte doek en het tv-scherm lopen echter nog steeds een beetje achter op de werkelijkheid: het toenemende aantal studenten, bakfietsmoeders en creatieve ondernemers dat de voormalige arbeiderswijken en fabrieken bevolkt, blijft veelal uit beeld. Misschien omdat de makers het authentieke karakter van Noord, dat mede hierdoor dreigt te verdwijnen, nog op de valreep willen vastleggen. Voordat het straks ook 'gewoon Amsterdam' wordt.
    Still uit Alles stroomt, fotograaf onbekend

    still, foto, Nederlandse film
  • De krullevaar uit Pluk van de Petteflet terug in het museum

    vrijdag 26 juni 2015


    De krullevaar uit Pluk van de Petteflet is terug in het museum. Deze bijna uitgestorven maar vrolijke vogel met haren in plaats van veren lag tot voor kort opgeslagen in het depot van EYE. Sinds deze week is hij weer te bekijken in de familietentoonstelling De vrolijke wereld van Fiep, tot en met 6 maart 2016 in het Limburgs Museum in Venlo. En Fiep is natuurlijk Fiep Westendorp (1916-2004), de maakster van de beroemde tekeningen van de kinderboeken van Annie M.G. Schmidt.

    Van deze 'grande dame onder de Nederlandse illustratoren' zoals zij genoemd wordt, zijn vierhonderd originele werken te zien in deze overzichtstentoonstelling.

    De krullevaar is een zeldzame vogel die zijn ouders kwijt is. Hij komt uit een groot oranje ei dat Pluk heeft gevonden. Als hij in handen dreigt te vallen van een sluwe museumdirecteur, die hem wil opzetten en tentoonstellen in zijn museum, weten Pluk en zijn vriendjes hem gelukkig te redden. Daarna leert hij weer vliegen en vindt hij zijn familie terug, die toch nog in leven blijkt te zijn.


    De echte krullevaar in het boek, tekening Fiep Westendorp

    Het boek Pluk van de Petteflet uit 1971 werd in 2004 verfilmd door Ben Sombogaart en Pieter van Rijn. In het archief van producent Burny Bos bij  EYE bevindt zich niet alleen de krullevaar, maar ook het autootje van Pluk. Een replica van dit autootje staat ook in de tentoonstelling, op bovenstaande foto te zien achter de krullevaar, zodat kinderen er me kunnen spelen.

    Still uit Pluk van de Petteflet

    Nederlandse film, props
  • Première Fietsen naar de maan

    vrijdag 19 juni 2015

    Johan Walhain in een still uit Fietsen naar de maan

    Op 28 juni gaat in EYE de gloednieuwe restauratie van Fietsen naar de Maan  uit 1963 in première. Deze speelfilm is een door de nouvelle vague geïnspireerd tijdsdocument van het volkse Amsterdam vlak voor de opmars van Provo en hippies, en vormde het debuut van Jeroen Krabbé. Het oorspronkelijke beeld-en geluidsnegatief van de bioscoopversie waarop de restauratie gebaseerd is, werd vorig jaar teruggevonden in het Stadsarchief Amsterdam.

    In de film van Jef van der Heyden spelen Bernhard Droog, Johan Walhain en Ton Lensink drie broers:  een politieman, een schroothandelaar en een kunstenaar. De drie vertegenwoordigen elk één van de eigenschappen van hun overleden vader, namelijk charmante onhandigheid, een artistieke aanleg en een speelse zakelijkheid. Hun worstelingen met het leven leiden tot allerlei tragikomische situaties. De fiets bepaalde toen ook al het stadsbeeld, en de titel symboliseerde volgens de regisseur destijds "het menselijke streven naar het onbereikbare".
    

    Regisseur Jef van der Heyden op de set bij Fietsen naar de maan


    Voor de binnenopnames werden decors gebouwd in de Amsterdamse filmstudio Cinetone (de huiskamers van twee van de broers en een kroeginterieur), maar de buitenopnames geven een mooi beeld van de sfeer in de stad.

    De film past in een beweging van jonge regisseurs met een klein budget die steeds meer op straat gingen filmen om het 'echte leven' te vangen. Dit werd toen mogelijk doordat de filmapparatuur lichter en goedkoper werd. Van der Heyden filmde (vaak met een verborgen camera) op vele plekken in de stad, onder andere het Waterlooplein en het Leidseplein.

    Het publiek interesseerde het echter niet; bij de meeste bioscopen werd hij na een week al uit de roulatie gehaald, en voor de recensenten kon de film de vergelijking met de Franse nouvelle vague niet doorstaan. De regisseur en de producent P. Hans Frankfurter raakten gebrouilleerd, waardoor de film later ook nooit op dvd of video is uitgekomen.

    Met terugwerkende kracht wordt nu de onschatbare waarde van de film ingezien en komt deze alsnog in een beperkte oplage uit op een dvd. Bij de première wordt deze uitgereikt en zijn Maartje van der Heyden en Guido Frankfurter, de kinderen van respectievelijk de regisseur en de producent (inmiddels beiden overleden) te gast evenals Michiel Kerbosch, die als 16-jarige in de film meespeelde.
    

     

    Aankondiging, uit het archief van P. Hans Frankfurter

    In de archieven van EYE bevindt zich een aantal still- en werkfoto's, evenals het scenario, publiciteitsmateriaal en enkele brieven van de regisseur. Een treffende terugblik op Fietsen naar de Maan is te vinden in een artikel in Ons Amsterdam van Harry Hosman, die werkt aan een boek over Amsterdam in de film:

    "Zelden gaf Amsterdam zich zo bloot in een Nederlandse speelfilm. De straten, de havens, de pleinen, de stegen en grachten, ze zijn adembenemend grijs, grauw, vies. Maar tegelijk onweerstaanbaar aantrekkelijk en mooi. Fietsen naar de maan ademt de triestheid van het vergaan van de tijd."
     

     

    filmcamera, still, publiciteitsmateriaal, werkfoto, archief, Nederlandse film
  • Filmmaker René van Nie komt zijn archief brengen

    vrijdag 29 mei 2015

    https://fbcdn-sphotos-d-a.akamaihd.net/hphotos-ak-xpa1/t31.0-8/11174657_825155544244366_4310661059694233909_o.jpg

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Filmmaker René van Nie met  Soeluh van den Berg, Hoofd afdeling curatoren van EYE. Foto Bubo Damen

    De op Aruba wonende Filmmaker René van Nie heeft persoonlijk zijn archief overgedragen aan EYE. Dit deed hij ter gelegenheid van de première van de onlangs verschenen documentaire Kind van de Zon. Hierin wordt de maker van 200 documentaires voor verschillende ministeries, instellingen en bedrijven en ruim 300 bioscoop- en televisiespots en korte films, die 'een rijk leven leidde vol geld en vrouwen' geportretteerd.

    René van Nie (Overschie,1938) kwam al op jonge leeftijd in dienst als assistent bij filmpionier Max de Haas en zijn filmmaatschappij Visie. Voor de Hilversumse filmfabriek Cinecentrum en later als freelance cameraman zou hij meewerken aan meer dan 3000 items voor de Nederlandse en buitenlandse televisie en in opdracht voor vooral culturele instellingen. Hij legde zich toe op het schrijven, produceren en regisseren van documentaires en portretten, zoals de (destijds) spraakmakende film Bronbeek bijvoorbeeld (1969) over oud-strijders in tehuis Bronbeek te Arnhem. 

    Na zijn eerste korte speelfilm Blackmail  (1970) volgden nog vijf lange speelfilms, waaronder de taboedoorbrekende film Doodzonde (1978, zie het publiciteitsmateriaal hieronder) met een sterrencast waaronder Willeke van Ammelrooy, René Soutendijk en Jan Decleir. Zijn strenge Rooms-katholieke opvoeding zou de inspiratiebron zijn geweest voor deze film, waarin een groep kritische kunstenaars een kerk bezet om de sloop te voorkomen.

    Halverwege de jaren tachtig stopte hij met filmen en vestigde zich op Aruba, waar hij zich wijdt aan schrijven, kunst en een eigen eethuisje. De actrice en tv-presentatrice Nada van Nie is zijn dochter.

    Het archief bevat met name krantenknipsels, recensies en oorkondes, maar ook publiciteitsmateriaal voor films. Opvallend onderdeel hiervan zijn onderstaande stillfoto en het uiteindelijke, hierop gebaseerde affiche van Doodzonde. Zoek de verschillen!

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Max de Haas, René van Nie, archief, Nederlandse film
  • Archief familie Kinsbergen: een leven in film en theater

    donderdag 7 mei 2015

    In EYE is kort geleden een interessant archief ontsloten over de familie Kinsbergen, wiens geschiedenis nauw verbonden was met de vroege film- en theaterwereld. Dochter Coba was op latere leeftijd bevriend geraakt met de vermaarde filmhistoricus en vroege film-verzamelaar Geoffrey Donaldson (aan wie nu ook een klein museum is gewijd). Via hem is het archief uiteindelijk bij EYE terechtgekomen. 

    Jacoba Helena (Coba) Kila-Kinsbergen (1895-1985) begon al als klein meisje met toneelspelen. In 1913 kreeg ze een contract bij de net opgerichte Haarlemse Filmfabriek Hollandia. 

    Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormde zij een dansduo 'Kitty en Teddy' met haar toenmalige verloofde en collega-acteur Theo Frenkel Jr. In 1918 kwam echter een einde aan zowel het dansduo als hun verloving. Frenkel zou enkele jaren later met Lily Bouwmeester trouwen. Op de publiciteitskaart hiernaast is Coba met haar eerste echtgenoot Eduard IJdo te zien in de film Het circusmeisje in 1922. Coba zou met de komst van de geluidsfilm als een van de eerste Nederlandse artiesten vanaf het witte doek in het Nederlands een bioscooppubliek toezingen.

    Na de bevrijding leidde ze met haar tweede echtgenoot John Kila met groot succes het Haagse theater ‘De Kleine Comedie’, totdat het gebouw moest worden afgebroken in 1954. Volgens Donaldson was dit een zware slag, die Coba nooit heeft kunnen verwerken. Daarna trok zij zich volledig uit de artiestenwereld terug.

    Haar acteertalent had ze zeker geërfd van haar moeder, Francisca Catharina Kinsbergen-Rentmeester (1873-1938), die ook in theater en film te zien was. Catharina was lid van het gezelschap Gebr. A. van Lier  en speelde ondertussen ook in de Salon des Variétés. In films speelde zij in de jaren 1910 (waaronder de Oorlog en Vrede-trilogie van Maurits H. Binger). Op deze publiciteitsfoto uit 1911 poseert ze met Eduard Jacobs in een exotisch decor in de film Amsterdam op hol!

    Ook Coba's vader Solomon (Sol) J. Kinsbergen (1867 – 1956) hield van de bühne. Hij was musicus en kapelmeester en trad ook op in theaters. In de jaren tien was hij directeur van het Amsterdamse Panopticum, een wassenbeeldenfabriek en -museum, waarin vanaf 1912 ook een theater huisde. In 1915 werd dit theater omgedoopt tot Centraal-Theater, zijn eerste bioscoop in Amsterdam. Later zou hij ook in Den Haag de bioscoop het Passage-theater oprichten. 

    In het archief is over alle drie de gezinsleden interessant materiaal te vinden, waaronder plakboeken van Coba en knipselboeken over het Panopticum. 

    archief, Zwijgende film, Eerste Wereldoorlog, Geoffrey Donaldson Instituut, Nederlandse film
  • Rembrandt in de schuilkelder

    donderdag 19 maart 2015

     

    In de tentoonstelling Het Stedelijk in de oorlog, die loopt tot en met 31 mei 2015, kijkt het Stedelijk Museum zeventig jaar na de bezetting terug op deze tijd en haar eigen rol daarin. Hierin zijn kunstwerken uit de collectie te zien, waarvan sommigen mogelijk nog zullen worden teruggebracht naar de rechtmatige eigenaar; het onderzoek van de restitutiecommissie loopt op dit moment. Ook wordt er archief-en documentatiemateriaal getoond, waaronder een foto-album uit een persoonsarchief van EYE.

    Tijdens de naziperiode is van veel, met name Joodse, kunstverzamelaars en kunstenaars op onrechtmatige wijze werk afhandig gemaakt. Het onderzoek waarop de expositie is gebaseerd maakt deel uit van het landelijke onderzoek 'Museale verwervingen sinds 1933', dat ook bij het Stedelijk leidde tot een zoektocht door de eigen collectie.
    In het getoonde album van EYE plakte Rolf ten Kate, directiesecretaris van de Amsterdamse Filmstudio Cinetone, foto's en krantenartikelen van films die in de eerste oorlogsjaren gemaakt werden. Dit is bijzonder, omdat over deze turbulente periode in de Nederlandse filmgeschiedenis weinig materiaal te vinden is. In 1942 werd Cinetone bezet door de Duitsers en werden er propagandafilms gemaakt.


    Pagina uit het fotoalbum die in het Stedelijk wordt getoond.

    De pagina die te zien is bevat een reportage van de in november 1940 door Andor von Barsy gefilmde documentaire Rembrandt in de Schuilkelder. Deze gaat over het voor de Duitsers verstoppen van schilderijen van o.a. Rembrandt, Vermeer en Breitner op geheime locaties in Castricumse duinbunkers. De film is in 1946 voltoooid. Op de foto's is ook Willem Sandberg te zien, de toenmalige legendarische directeur van het Stedelijk.

    Ten Kate, zelf tevens een enthousiast amateursmalfilmer en fotograaf, maakte tegelijkertijd een filmreportage in kleur van de verhuizing en het omringende duinenlandschap, getiteld Waar de blanke top der duinen. Beide genoemde films zijn in de tentoonstelling te bekijken.

    Cinetone, Tweede Wereldoorlog, documentaire, werkfoto, foto, Nederlandse film
  • Zaterdag 7 maart Filmfestival Kees Hin

    donderdag 5 maart 2015


    Kees Hin, jaartal onbekend, fotograaf Maarten Hin

    Filmmaker Kees Hin zit dit jaar vijftig jaar in het vak. Daarom wordt hij komende zaterdag geëerd met een persoonlijk filmfestival in de Desmet Studio's. Jaarlijks vindt hier het Plantage Filmfestival plaats.

    Zijn eerste film, Onderaards (1965), over de Nederlandse Aardoliemaatschappij zou de start worden van zijn levenslange, inspirerende  samenwerking met schrijver en dichter K. Schippers. Met hem zou hij onder andere televisieportretten van kunstenaars maken.

    Nadat hij de filmacademie vroegtijdig de rug toekeerde, begon hij zijn filmcarrière als assistent van Fons Rademakers en Bert Haanstra.  Sindsdien maakte hij meer dan honderd  documentaires en televisiefilms en speelfilms, zoals Soldaten zonder geweren (1985) en Het schaduwrijk (1993). Kees Hin is iemand die altijd op het grensvlak werkt tussen speelfilm en documentaire en vaak een experimentele invalshoek kiest.

    Op het filmfestival zullen documentaires, korte films en televisie-afleveringen te zien zijn. Ook is er de première van zijn onlangs voltooide filmportret Het scherpe oog van Aat Veldhoen (1914) over deze kunstenaar, die tevens bij Hin in de buurt woont. De filmer zelf is de hele middag aanwezig om zijn films toe te lichten en vragen te beantwoorden en K. Schippers zal ook een deel van de middag komen kijken.

    Vandaag was Hin in EYE om onderzoek te doen voor een retrospectief van zijn werk in dit Filmmuseum, dat waarschijnlijk in januari 2016 georganiseerd zal worden. Hij is blij met het festival komende zaterdag en heeft ook meegedacht over het programma. Zelf verheugt hij zich er het meest op om de korte film Walt van Praag en de toren naar de hemel uit 1976 weer terug te zien. Hierin wordt een  man gevolgd, die zo gefascineerd is door Griekse zuilen, dat hij er een toren mee bouwt in zijn tuin. "Het gaat over de clown in de mens, over hoogtebehoefte, en ik hoop dat het plezier van die man en het filmen ook overkomt op de kijkers," aldus Hin.

    EYE beheert een groot persoonsarchief van Kees Hin, met materiaal van 1965 tot 2011. Klik hier voor de inventaris. 

    documentaire, archief, Kees Hin, Nederlandse film
  • PARRADOX

    vrijdag 10 december 2010

    Deze week is de film Parradox, over filmmaker Pim de la Parra, in premiere gegaan. Een boeiend portret van deze sympathieke Surinaamse filmer. Voor de film is uitgebreid gebruik gemaakt van het persoonlijke archief van De la Parra, dat behoort tot de collectie van eye Film Instituut Nederland.
    Voor de inventaris van het archief klik hier.
    documentaire, Pim de la Parra, Nederlandse film
  • Ongeïdentificeerde foto 2

    zondag 4 juli 2010

    Van deze foto weten we alleen maar dat het om een Nederlandse film gaat.

    Wie weet meer?
    foto, ongeïdentificeerd, Nederlandse film