Collectieblog

  • Archief familie Kinsbergen: een leven in film en theater

    donderdag 7 mei 2015

    In EYE is kort geleden een interessant archief ontsloten over de familie Kinsbergen, wiens geschiedenis nauw verbonden was met de vroege film- en theaterwereld. Dochter Coba was op latere leeftijd bevriend geraakt met de vermaarde filmhistoricus en vroege film-verzamelaar Geoffrey Donaldson (aan wie nu ook een klein museum is gewijd). Via hem is het archief uiteindelijk bij EYE terechtgekomen. 

    Jacoba Helena (Coba) Kila-Kinsbergen (1895-1985) begon al als klein meisje met toneelspelen. In 1913 kreeg ze een contract bij de net opgerichte Haarlemse Filmfabriek Hollandia. 

    Tijdens de Eerste Wereldoorlog vormde zij een dansduo 'Kitty en Teddy' met haar toenmalige verloofde en collega-acteur Theo Frenkel Jr. In 1918 kwam echter een einde aan zowel het dansduo als hun verloving. Frenkel zou enkele jaren later met Lily Bouwmeester trouwen. Op de publiciteitskaart hiernaast is Coba met haar eerste echtgenoot Eduard IJdo te zien in de film Het circusmeisje in 1922. Coba zou met de komst van de geluidsfilm als een van de eerste Nederlandse artiesten vanaf het witte doek in het Nederlands een bioscooppubliek toezingen.

    Na de bevrijding leidde ze met haar tweede echtgenoot John Kila met groot succes het Haagse theater ‘De Kleine Comedie’, totdat het gebouw moest worden afgebroken in 1954. Volgens Donaldson was dit een zware slag, die Coba nooit heeft kunnen verwerken. Daarna trok zij zich volledig uit de artiestenwereld terug.

    Haar acteertalent had ze zeker geërfd van haar moeder, Francisca Catharina Kinsbergen-Rentmeester (1873-1938), die ook in theater en film te zien was. Catharina was lid van het gezelschap Gebr. A. van Lier  en speelde ondertussen ook in de Salon des Variétés. In films speelde zij in de jaren 1910 (waaronder de Oorlog en Vrede-trilogie van Maurits H. Binger). Op deze publiciteitsfoto uit 1911 poseert ze met Eduard Jacobs in een exotisch decor in de film Amsterdam op hol!

    Ook Coba's vader Solomon (Sol) J. Kinsbergen (1867 – 1956) hield van de bühne. Hij was musicus en kapelmeester en trad ook op in theaters. In de jaren tien was hij directeur van het Amsterdamse Panopticum, een wassenbeeldenfabriek en -museum, waarin vanaf 1912 ook een theater huisde. In 1915 werd dit theater omgedoopt tot Centraal-Theater, zijn eerste bioscoop in Amsterdam. Later zou hij ook in Den Haag de bioscoop het Passage-theater oprichten. 

    In het archief is over alle drie de gezinsleden interessant materiaal te vinden, waaronder plakboeken van Coba en knipselboeken over het Panopticum. 

    archief, Zwijgende film, Eerste Wereldoorlog, Geoffrey Donaldson Instituut, Nederlandse film
  • Tentoonstelling Bert Haanstra in Geoffrey Donaldson Instituut

    donderdag 14 augustus 2014

    Van 16 augustus t/m 15 oktober vindt in Noord-Scharwoude de tentoonstelling 'Bert Haanstra, schilder,tekenaar, fotograaf' plaats. In deze tentoonstelling, die samengesteld is door Egbert Barten en Hans Schoots (de biograaf van Haanstra), zijn ca. 17 schilderijen en diverse uitingen van Haanstra's werk als fotograaf en tekenaar te zien. Het laat zien dat Haanstra, voordat hij bekend werd als filmmaker, een gedegen opleiding had genoten aan de Rijksakademie en zeker niet gespeend was van enig talent. Zijn fotowerk gaat terug tot 1934, als hij in dienst is van Foto-Varia, een persbureau onder de directie van een lid van de bekende familie Vaz Dias.


    Uit het archief van Haanstra, dat zich bij EYE bevindt, is een album in de tentoonstelling te zien met deze vroege foto's. Een deel van Haanstra's persfotografie speelde zich af op op het schip de Dempo, tevens te zien in Noord-Scharwoude. Haanstra staat daarin vereeuwigd in scheepsuniform.
    Ook van het storyboard van de film Dokter Pulder zaait papavers (1975) zijn een aantal fragmenten opgenomen in de tentoonstelling.
    Bert Haanstra, Geoffrey Donaldson Instituut