Collectieblog

  • Komt dat zien! Affiche-expo in EYE Overamstel

    donderdag 12 maart 2015

     
    In de entreehal en de bibliotheek van EYE Overamstel wordt nu een selectie affiches getoond van iconische films uit de geschiedenis.

    Curator Soeluh van den Berg licht toe: 'Uit de doublurecollectie van de affiches is een keuze gemaakt op basis van vormgeving, formaat en niet in de laatste plaats belangrijke films. Daarbij is de diversiteit van de collectie goed terug te zien: bij de entree een replica van het beroemde Stenbergaffiche voor Pantserkruiser Potemkin (1925) naast het opvallende affiche voor Als twee druppels water (1963) vervolgens op de rolstellingen twee grote Franse affiches vergezeld van twee grote Italiaanse affiches, o.a van de films The Kid (1921) van Charlie Chaplin en Tristana (1970) van Luis Buñuel. Achterin de bibliotheek tenslotte vier kleine affiches die vooral de breedte van de collectie illustreren en een kleurrijke toevoeging aan deze studiezaal geven.'

    De affiches zijn tot de verhuizing naar het nieuwe Collectiecentrum in aanbouw in Noord te zien aan de Van Marwijk Kooystraat 14, bij metrostation Overamstel. De bibliotheek, met een grote collectie filmboeken, -tijdschriften, digitale bronnen en dvd's een niet te missen plek voor filmliefhebbers en onderzoekers, is toegankelijk op dinsdag en donderdag van 9:30 tot 17:00.

    affiche
  • Zaterdag 7 maart Filmfestival Kees Hin

    donderdag 5 maart 2015


    Kees Hin, jaartal onbekend, fotograaf Maarten Hin

    Filmmaker Kees Hin zit dit jaar vijftig jaar in het vak. Daarom wordt hij komende zaterdag geëerd met een persoonlijk filmfestival in de Desmet Studio's. Jaarlijks vindt hier het Plantage Filmfestival plaats.

    Zijn eerste film, Onderaards (1965), over de Nederlandse Aardoliemaatschappij zou de start worden van zijn levenslange, inspirerende  samenwerking met schrijver en dichter K. Schippers. Met hem zou hij onder andere televisieportretten van kunstenaars maken.

    Nadat hij de filmacademie vroegtijdig de rug toekeerde, begon hij zijn filmcarrière als assistent van Fons Rademakers en Bert Haanstra.  Sindsdien maakte hij meer dan honderd  documentaires en televisiefilms en speelfilms, zoals Soldaten zonder geweren (1985) en Het schaduwrijk (1993). Kees Hin is iemand die altijd op het grensvlak werkt tussen speelfilm en documentaire en vaak een experimentele invalshoek kiest.

    Op het filmfestival zullen documentaires, korte films en televisie-afleveringen te zien zijn. Ook is er de première van zijn onlangs voltooide filmportret Het scherpe oog van Aat Veldhoen (1914) over deze kunstenaar, die tevens bij Hin in de buurt woont. De filmer zelf is de hele middag aanwezig om zijn films toe te lichten en vragen te beantwoorden en K. Schippers zal ook een deel van de middag komen kijken.

    Vandaag was Hin in EYE om onderzoek te doen voor een retrospectief van zijn werk in dit Filmmuseum, dat waarschijnlijk in januari 2016 georganiseerd zal worden. Hij is blij met het festival komende zaterdag en heeft ook meegedacht over het programma. Zelf verheugt hij zich er het meest op om de korte film Walt van Praag en de toren naar de hemel uit 1976 weer terug te zien. Hierin wordt een  man gevolgd, die zo gefascineerd is door Griekse zuilen, dat hij er een toren mee bouwt in zijn tuin. "Het gaat over de clown in de mens, over hoogtebehoefte, en ik hoop dat het plezier van die man en het filmen ook overkomt op de kijkers," aldus Hin.

    EYE beheert een groot persoonsarchief van Kees Hin, met materiaal van 1965 tot 2011. Klik hier voor de inventaris. 

    documentaire, archief, Kees Hin, Nederlandse film
  • Borge Ring programma 6 maart in EYE

    donderdag 5 maart 2015

    De Rembrandt onder de animators, zo wordt hij genoemd. Afgelopen zaterdag is de autobiografie verschenen van de 94-jarige tekenaar Børge Ring, die in 1985 een Oscar won voor zijn animatiefilm Anna en Bella. Daarnaast is er een mooi verzorgde publicatie uitgekomen met artwork van Ring.

    Om dit te vieren vindt er morgenmiddag in EYE een programma plaats rondom zijn films.
    Ring werkt sinds 1949 voor grote animatiestudio's, waaronder die van Marten Toonder, Walt Disney en Steven Spielberg. Hij tekende onder andere Donald Duck, Asterix & Obelix en Olivier B. Bommel en maakte daarnaast veelgeprezen vrij werk.

    Børge Ring met zijn Oscar. Foto Jan van de Nieuwenhuijzen
    Ring woont al sinds 1988 met zijn vrouw in een boerderij in Brabant. Hij had behoorlijk wat tegenslag bij het schrijven van zijn memoires. In 2012 brandde zijn huis af, waar zich ook zijn collectie bevond en al zijn prijzen, inclusief de Oscar. Die was gesmolten en zag er volgens Ring uitzag als een "omelet die door een truck was overreden".

    Het is dus een groot geluk dat er veel materiaal van Ring goed bewaard is in verschillende archieven, waaronder dat van EYE. Hiervan heeft striptekenaar Jan-Willem de Vries, die het boek met Rings artwork samenstelde, dankbaar gebruik gemaakt. Bij het programma morgen is ter plekke origineel artwork van Ring te bekijken.  Ook zijn de producenten Nico Crama, Cilia van Dijk en Willem Thijssen, waar Ring mee heeft samengewerkt, bij de voorstelling aanwezig.

    Ook het typen van zijn memoires ging volgens Ring soms lastig, of is het zijn rijke fantasie die hem parten speelde? "Wanneer de spelling niet consequent is, heeft dat ermee te maken dat er een familie van lieveheersbeestjes in mijn toetsenbord huist. Soms gaan ze op de letter zitten die ik net wilde gebruiken. Af en toe plegen ze zelfmoord in mijn koffiemok.”

    Meer mooie observaties van Ring zie je in het filmpje dat over hem gemaakt is in 2012.
    Hieronder enkele voorbeelden van artwork uit de EYE-collectie, van Anna en Bella (1984) en Run of the Mill (1999):








    Nederlands Instituut voor Animatiefilm (NIAf), animatie
  • Marcel Perez: misschien wel de beste vergeten filmkomiek

    donderdag 26 februari 2015

    Onlangs is er een boek uitgekomen over de vergeten acteur en regisseur uit de zwijgende filmperiode: Marcel Perez (1884, Madrid, 1929, L.A.). Steve Massa, een historicus gespecialiseerd in zwijgende komedies, brengt hem hierin weer tot leven. Wie veel films heeft gezien uit de Desmet collectie is deze komiek zeker een keer tegengekomen, want hij speelde in een groot deel van de films uit die tijd. In Italië is hij bekend als Robinet, het karakter dat hij in 150 Italiaanse films speelde. Hij begon zijn carrière als circusclown in Parijs en speelde tussen 1900 en 1928 in meer dan 200 korte films. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vertrok hij naar Amerika, waar hij in de Bungles-komedies speelde.
     

    Samen met Max Linder vormde hij een van de schakels tussen de Europese en Amerikaanse stille films.  Inmiddels is hij in de vergetelheid geraakt, door het schaarse aantal films dat er van hem over is. De enorme hoeveelheid artiesten- en bijnamen waarmee hij door de filmkomediewereld fladderde, zoals Marcel Fabre, Michel Fabre, Fernandea Perez, Tweedy en zijn bekendste, Robinet, maakte het de onderzoekers echter ook niet makkelijk. Massa schetst de levens- en carrièreloop van Perez, die samenviel met de opkomst van de filmkomedie. Daarnaast bevat het boekje ook een groot aantal zeldzame filmfoto's.

    Op de cover is een affiche te zien van de film Robinet automobilista miope (Robinet bijziende chauffeur, 1914, Marcel Fabre, Italië) uit de EYE-collectie, ontworpen door het Italiaanse atelier Butteri.

    In samenwerking met EYE is ook de DVD The Marcel Perez Collection verschenen, met een keuze uit de Italiaanse Robinetfilms (Uit de Desmetcollectie van EYE) en de Amerikaanse films van Perez (uit het archief van de Amerikaanse Library of Congress). De films zijn door Ben Model, een van Amerika's bekendste muzikaal begeleiders van stille films, voorzien van muziek. De DVD is evenals het boek te koop in de EYE Shop en op Amazon.

    Voor wie nu al iets van Perez wil zien, is  hier een stukje te bekijken van de science fictionfilm The Extraordinary Adventures of Saturnino Farandola, die hij aan het begin van zijn carrière regisseerde en waar hij ook in meespeelde.

    affiche, Zwijgende film, archief Desmet
  • Jean Desmet in Andere Tijden

    donderdag 19 februari 2015

    Naar aanleiding van de tentoonstelling Jean Desmets droomfabriek is er een aflevering van het tv-programma Andere Tijden gewijd aan deze illustere filmpionier. Hierin komen EYE-curator Mark Paul-Meyer en onderzoeker Ivo Blom aan het woord, o.a. in de Parisienbioscoopzaal, evenals Ilse Hughan, kleindochter van Jean Desmet en haar neef Maréchal Desmet.  Het programma is op 24 februari 2015 om 21.20 u te zien op NPO 2.

    Jean Desmet, archief Desmet
  • Het bedrijfsarchief van Jean Desmet, deel 5

    woensdag 18 februari 2015

    In het kader van de tentoonstelling over de vroege filmondernemer Jean Desmet ( 1875-1956) interviewden we Mark-Paul Meyer, die als senior curator de tentoonstelling mede heeft samengesteld. Aan de hand van vijf bijzondere archiefstukken in de expositie vertelt hij over Desmets Hollandse zuinigheid en kosmopolitische zakeninstinct, de hevige concurrentie en het exclusieve recht op filmsterren. De vijfde en tevens laatste aflevering van deze serie gaat over de prijs die Desmet moest betalen voor het kleuren van film.


    De prijs van inkleuren per meter
    "In de tijd van Desmet werden bijna alle films achteraf gekleurd. In de tentoonstelling is mooi te zien dat hier drie technieken waren: tinting, toning en inkleuren. Het inkleuren van film (wat bij Pathé door een leger dames met lange jurken gedaan werd, zoals een foto op de tentoonstelling laat zien) was veel bewerkelijker en daardoor ook vier keer zo duur als tinting. Dit kostte respectievelijk 40 en 10 centimes per meter film, zoals deze factuur van Léon Gaumont laat zien."

    Na 1916 waren de wilde filmpioniersjaren voorbij en vond Desmet de filmwereld niet meer echt interessant, aldus Meyer. "Hij moest heel hard werken voor steeds kleinere marges. Desmet was een echte ondernemer en wilde snel en in korte tijd veel geld verdienen. Dus zocht hij zijn geluk op andere terreinen, zoals het lucratieve onroerend goed en amusementsprojecten. Wel zou hij nog tot zijn dood  zijn geliefde Parisienbioscoop in Amsterdam blijven voortzetten."
    archief, Jean Desmet, archief Desmet
  • Het bedrijfsarchief van Jean Desmet, deel 4

    dinsdag 17 februari 2015

    In het kader van de tentoonstelling over de vroege filmondernemer Jean Desmet ( 1875-1956) interviewden we Mark-Paul Meyer, die als senior curator de tentoonstelling mede heeft samengesteld. Aan de hand van vijf bijzondere archiefstukken in de expositie vertelt hij over Desmets Hollandse zuinigheid en kosmopolitische zakeninstinct, de hevige concurrentie en het exclusieve recht op filmsterren. In aflevering 4 van deze serie verliest Desmet de concurrentiestrijd om een populaire filmster.

    Filmdiva’s op de voorgrond

    "Op een gegeven moment gingen de filmproducenten met sommige handelaren exclusieve contracten afsluiten. Op die manier kreeg Desmets concurrent Gildemeyer bijvoorbeeld alle films waarin Asta Nielsen meespeelde. Dat haar films daardoor buiten Desmets bereik kwamen, was een grote tegenvaller voor hem. De populariteit van films werd net zoals nu nog voor een belangrijk deel bepaald door de acteurs en vooral de vrouwelijke filmdiva’s die erin meespeelden. Dit is ook te zien aan het publiciteitsmateriaal uit Desmets archief, zoals hier de brochure van De Vorstin van Monte Cabello (orig. titel Sangue bleu, 1914, Italië)."

    archief, Jean Desmet, archief Desmet
  • Het bedrijfsarchief van Jean Desmet, deel 3

    maandag 16 februari 2015

    In het kader van de tentoonstelling over de vroege filmondernemer Jean Desmet ( 1875-1956) interviewden we Mark-Paul Meyer, die als senior curator de tentoonstelling mede heeft samengesteld. Aan de hand van vijf bijzondere archiefstukken in de expositie vertelt hij over Desmets Hollandse zuinigheid en kosmopolitische zakeninstinct, de hevige concurrentie en het exclusieve recht op filmsterren. In aflevering 3 van deze serie is te zien hoe Desmet inspeelde op de concurrentie. 

    Concurrentie 

    "Bij het inkopen van films die Desmet vertoonde in zijn reisbioscoop en later in de eerste vaste bioscopen voer hij zijn eigen koers en probeerde hij zich te onderscheiden van zijn concurrenten. Eerst kocht hij veel tweedehands. Bij een reisbioscoop had je niet veel films nodig, want in elke stad is een ander publiek. Later, toen de vaste bioscopen opkwamen, had je steeds nieuwe films nodig. De films die Desmet kocht vonden gretig aftrek bij andere bioscoophouders en zo zou Desmet niet alleen als vertoner, maar ook als distributeur groot worden. Als hij films ging inkopen hield hij op zijn lijstjes ook bij wat zijn concurrenten kochten, zoals Nöggerath en Gildemeyer. Hun inkopen gaf hij aan met een N of een G."

    archief, Jean Desmet, archief Desmet
  • Het bedrijfsarchief van Jean Desmet, deel 2

    vrijdag 13 februari 2015

    In het kader van de tentoonstelling over de vroege filmondernemer Jean Desmet ( 1875-1956) interviewden we Mark-Paul Meyer, die als senior curator de tentoonstelling mede heeft samengesteld. Aan de hand van vijf bijzondere archiefstukken in de expositie vertelt hij over Desmets Hollandse zuinigheid en kosmopolitische zakeninstinct, de hevige concurrentie en het exclusieve recht op filmsterren. In aflevering 2 van deze serie krijgen we een inkijkje in Desmets inventaris.

    Desmet als succesvol zakenman

    "Op deze verzekeringspolis zie je de inventaris van Desmet uit 1907. Hij had toen net zijn reisbioscoop opgericht. In zijn inboedel bevond zich onder andere een orgel. In totaal bedroeg zijn bezittingen 28.000 gulden, toentertijd heel veel geld, omgerekend zou dat nu zo'n zeven ton zijn. Hij was dus toen al een zeer succesvol zakenman."

    archief, Jean Desmet, archief Desmet
  • Het bedrijfsarchief van Jean Desmet, deel 1

    donderdag 12 februari 2015

    In EYE is nog tot en met 12 april 2015 de tentoonstelling over de vroege filmondernemer Jean Desmet ( 1875-1956) te zien.  Aan zijn verzameldrift –hij bewaarde elk bonnetje- heeft Nederland een collectie films uit de jaren tien te danken, dat in combinatie met het bedrijfsarchief uniek is in de wereld en daarom is bijgeschreven op de UNESCO-lijst voor documentair erfgoed. De collectie geeft een prachtig inkijkje in Desmets strategieën en succes als filmdistributeur -en  vertoner.  Hierover interviewden we Mark-Paul Meyer, die als senior curator de tentoonstelling mede heeft samengesteld. Aan de hand van archiefstukken in de expositie vertelt hij over Desmets Hollandse zuinigheid en kosmopolitische zakeninstinct, de hevige concurrentie en het exclusieve recht op filmsterren. 

    Dwarsdoorsnede van het bioscoopbedrijf
    “Het is heel bijzonder en uniek dat het complete bedrijfsarchief van Jean Desmet bewaard is gebleven”, vertelt Meyer. “Alles bij elkaar geeft dit een dwarsdoorsnede van het bioscoopbedrijf in de jaren tien. Naast de filmcollectie vertelt dus ook het bedrijfsarchief een eigen verhaal. Veel boeken en exposities over film gaan alleen over filmstijl, maar door dit bronnenmateriaal kom je echt veel te weten over de meer zakelijke  kant,  het reilen en zeilen van de filmwereld, die minstens zo interessant is.”    

    Dronken filmpianist
    “Als filmvertoner en -distributeur hield hij zich bezig met praktische zaken zoals: hoeveel kost film per meter, word ik bedrogen of niet, heb ik een dronken pianist in mijn bioscoop? Het wordt duidelijk uit zijn administratie dat Desmet misschien niet zozeer een cinefiel was, maar wel waanzinnig hard werkte. Hij reisde veel naar het buitenland voor allerlei beurzen en presentaties, bekeek enorm veel films om te bepalen welke hij wel en niet kocht. Hij wist dus echt waar hij het over had.”  

    Met Mark-Paul Meyer kijken we naar vijf objecten uit het bedrijfsarchief in de tentoonstelling, die ons een fascinerend inzicht geven in de hoogtijdagen van Desmets carrière van 1907 tot 1916. Vandaag nummer 1, een foto van zijn reisbioscoop The Imperial Bio op de Grote Markt in Groningen. 



    Reisbioscoop The Imperial Bio
    "Als kermisondernemer zette Desmet zijn eerste stappen  in de wereld van de cinema met de aankoop van een reisbioscoop in 1906, de Imperial Bio, op deze foto te zien. Desmet was relatief laat met zijn reisbioscoop, deze bestonden al zo’n 10 jaar in Nederland. Hij moest dus iets nieuws verzinnen om zijn concurrenten de loef af te steken. De voorgevel heeft hij in ‘keizerlijke’ stijl laten maken om de bezoekers te imponeren. Waar de meeste reisbioscopen vrij oncomfortabel waren- krappe tochtige tenten met gammele houten stoeltjes- was hier alles perfect verzorgd, met 300 pluche stoelen. Alles werd ingezet om de bezoeker te vermaken en te verwennen."






    bioscopen, archief, Jean Desmet, archief Desmet

Pagina's