Skip to content

Digitale filmrestauratie

Eye heeft meer dan 50.000 films in de depots liggen. Analoge films op rollen, in blikken, in eindeloze rijen stellingkasten. Maar we kijken films tegenwoordig eigenlijk altijd in digitale vorm, en als kijker vertrouw je erop dat een gedigitaliseerde film een waarheidsgetrouwe weergave is van het analoge origineel. Tegelijkertijd zitten kijkers niet te wachten op ál te veel sporen van slijtage, ontbinding of schimmel. Daarom restaureren we films.

De wraak van het visschersmeisje (NL, Jan van Dommelen, 1914) voor en na restauratie.
De wraak van het visschersmeisje (NL, Jan van Dommelen, 1914) voor en na restauratie.

Restauratie was vroeger een volledig analoog proces. Idealiter werd er hierbij gebruik gemaakt van een zogenaamde wet gate. Dit apparaat, dat nog steeds gebruikt wordt, dompelt de film onder in een chemische vloeistof, zodat krasjes en kleine beschadigingen op het filmoppervlak dichtvloeien en zo minder zichtbaar zijn op de kopie. Daarna konden helderheid en contrast soms nog verbeterd worden. Er is zelfs een analoge techniek ontwikkeld om verbleekte kleuren van ingekleurde films te restaureren: de Desmetmethode.

De wet gate wordt nog steeds gebruikt, en ook de Desmetmethode wordt nog vaak ingezet om kleuring te restaureren. Maar bij een ernstig beschadigde film zijn de verdere analoge mogelijkheden om het beeld te herstellen beperkt. Daarentegen is de digitale gereedschapskist bijna eindeloos: alles kan. Je hebt dan vast ook wel eens archiefbeelden langs zien komen die er verdacht goed uitzien: wacht eens even... zat die kleur er al in of is ie digitaal toegevoegd? Bij Eye krijgen we steeds vaker de vraag wát we eigenlijk doen als we een film restaureren - en wat we niet doen.

Verantwoording afleggen

Archieffilms zeggen ons iets over de tijd waarin ze gemaakt zijn. Bij restauraties streeft Eye daarom niet naar een smetteloos eindresultaat. Als Eye een film restaureert, zeggen we wel dat we “het beeld zo dicht mogelijk bij de staat brengen die het kan zijn geweest toen het werd gecreëerd”. Daarbij is elke restauratie anders. Een stille film restaureren we op een andere manier dan een film noir uit de jaren ’40 of een kleurenfilm uit de jaren ’70. De stille film behoudt in principe wel enige sporen van stof, kabels, craquelé. Bij een nieuwere film proberen we te benaderen hoe de film eruitzag toen hij in première ging.

Restauratierichtlijnen FIAF

Onze restauratierichtlijnen verzinnen we niet zelf. De discussie over wat filmrestauratie precies behelst loopt namelijk al decennia. Grote filmarchieven hebben zich verenigd in een internationale federatie, de FIAF (Fédération internationale des archives du film). Deze organisatie wijdt zich sinds 1938 aan het bewaren en ontsluiten van filmerfgoed. Het is de FIAF die restauratierichtlijnen opstelt.

De FIAF-richtlijnen voor het digitaal restaureren van films zijn streng: deelnemende archieven mogen niet zomaar elke digitaal opgepoetste film een restauratie noemen. Aangesloten archieven maken onderscheid tussen (onder meer) een reproductie, een restauratie, een reconstructie en een afgeleid werk:

  • Reproductie: een kopie. Doel is om een ‘ongemanipuleerde’ weergave te maken die zo dicht mogelijk bij het originele materiaal staat.
  • Restauratie: het maken van een nieuwe weergave met als doel zoveel mogelijk eigenschappen van de oorspronkelijke, historische film te benaderen. Sporen van schade kunnen verwijderd worden, en soms worden verschillende (incomplete) filmkopieën gecombineerd om tot een completer eindresultaat te komen.
  • Reconstructie: gaat verder dan het samenvoegen van incomplete kopieën van dezelfde film. Het kan ook gaan om het maken van nieuw materiaal, maar uitsluitend met als doel de oorspronkelijke film begrijpelijk te maken: bijvoorbeeld een tussentitel die uitlegt dat er een scène ontbreekt.
  • Afgeleid werk: een film die toevoegingen of veranderingen bevat die geen betrekking hebben op de oorspronkelijke film. Eye moedigt het hergebruik van films op deze wijze aan, maar doet dit niet zelf en noemt dit soort films dus geen restauratie.

Een voorbeeld van een afgeleid werk is Liquidator (Karel Doing, 2010), afgeleid van Haarlem (Willy Mullens, 1922).

De term 'restauratie' heeft in archivale context dus een hele specifieke betekenis. Je bent misschien ook wel eens de term 'digitale remaster' tegengekomen. Het verschil tussen een restauratie en een remaster kan feitelijk minimaal zijn, maar zit vooral in het aantoonbaar volgen van de FIAF-restauratierichtlijnen. Een film is voor Eye een digitale remastering, als Eye of een ander FIAF-archief niet (geheel) bij de supervisie van de digitalisering en afwerking betrokken was.

Filmrestauratie stap voor stap

Maar wàt doen we dan als we een film digitaal restaureren? Hoewel elk restauratietraject anders is, zijn twee dingen bij bijna elke restauratie hetzelfde: de originele film wordt bewaard én er wordt een kopie op film gemaakt, de zogenaamde analoge conservering - ook digitale media kunnen immers kwetsbaar zijn. Die kopie komt tegenwoordig uiteindelijk op een polyester drager.
Eerst wordt de film (ultrasoon) gereinigd en daarna gedigitaliseerd in een speciale scanner met de eerdergenoemde wet gate. Daarna begint het digitale gedeelte.

Stabilisatie

Bij nitraatfilm zitten de frames soms niet precies onder elkaar op de film, waardoor een iets stuiterig beeld kan ontstaan. Dit is dan veroorzaakt door een minieme speling in de camera, tijdens de opname dus. Dit beeld kan digitaal worden gestabiliseerd, maar we laten een kleine mate van beweging toe omdat het gaat om een eigenschap die inherent voorkwam uit het productieproces.

Dust removal

Sporen van schade die na de wet gate nog zichtbaar zijn, worden digitaal verwijderd. Eye gebruikt hiervoor onder meer software die verschillende individuele filmbeeldjes na elkaar met elkaar vergelijkt, om zo te bepalen hoe het beeld moet worden aangevuld. Maar menselijke controle blijft een must, want de software is niet altijd goed in staat om het verschil te herkennen tussen een beschadiging en een element dat in het beeld hoort.

Kleur

Veel stille films zijn dan wel zwart-wit opgenomen, maar de meeste ondergingen na de opname enige vorm van kleuring. Restaureren van kleur is het herstellen van een kleur die verbleekt of verkleurd is. Het gaat dus niet om het toevoegen van een kleur die geen deel uitmaakte van het oorspronkelijke productieproces.

Framerate

Als je een stille film beeldje voor beeldje digitaliseert, ziet hij er bij het digitaal afspelen anders uit dan het analoge origineel. Dit heeft te maken met framerate: het aantal beelden per seconde waarmee de film afspeelt. De meeste digitale videoformaten spelen af op 24 of 25 beelden per seconde (fps, voor frames per second). Stille films zijn vaak opgenomen op ongeveer 18 fps, maar ook framerates variërend van 12 tot en met 22 fps komen voor. Zonder ingrijpen worden gedigitaliseerde stille films dus stelselmatig te snel afgespeeld.

Om stille films digitaal af te spelen op het juiste tempo, is enig kunst- en vliegwerk nodig. In essentie komt het erop neer dat er extra beeldjes, (frames) ingevoegd moeten worden om die pakweg 18 beelden op te rekken tot 24 fps. Dat kan op verschillende manieren. Er bestaat software die vanuit een laag framerate 24 (of meer) geheel nieuwe beelden kan genereren die precies op elkaar aansluiten. Daardoor ziet elke beweging er supervloeiend uit, maar een nadeel van deze methode is dat de film op het niveau van de individuele frames geen enkel oorspronkelijk beeld meer bevat: elk beeldje is synthetisch tot stand gekomen. Eye kiest er daarom voor om van de oorspronkelijke film een aantal beeldjes te dubbelen, bijvoorbeeld één op de drie, om zo tot 24 fps te komen, ook al geeft dit een iets minder gelijkmatig resultaat.

Geluid

Stille films werden vertoond met explicatie of muziek tijdens de voorstelling. Veel bioscopen werkten met pianisten of orkestjes die uit een bestaand repertoire van populaire klassieke muziek putten, om zo op afroep allerlei soorten films te kunnen begeleiden. Vaak was er dus geen sprake van een oorspronkelijke score, en hing de muziek af van de bioscoop. Bij het vertonen van een restauratie kan de muziekkeuze daarom best een puzzel zijn. Een stille film ‘stil’ vertonen werkt niet, en zo waren ze ook niet bedoeld. ‘Zomaar’ een nostalgisch muziekje er onder zetten kan een film oubollig maken. Daarom wordt soms nieuwe muziek gecomponeerd.


Wat Eye niet doet is achtergrondgeluid toevoegen, ofwel foley. (Soms is foley wel een onderdeel van de nieuwe score of soundscape.) Je neemt geluid namelijk veel minder bewust waar dan beeld, en we zijn er al generaties aan gewend dat overal geluid bij zit. Veel kijkers zouden het dus niet opmerken als ze straatgeluiden horen bij een filmfragment uit 1919 met een marktscène - en zonder meer aannemen dat het bij de oorspronkelijke opname hoort. Maar in 1919 was er nog geen geluidsfilm.

Voorbeelden uit de restauratie van Oblomok imperii (SUHH, Friedrich Ermler, 1929)

Je moet cookies accepteren om dit te kunnen kijken.
Voorbeelden van digitaal restauratiewerk aan Oblomok imperii (SUHH, Friedrich Ermler, 1929).

Grenzeloze mogelijkheden

Dit is in grote lijnen hoe een restauratie bij Eye gaat. Maar er zijn buiten de archivale sector ook filmliefhebbers die vinden dat je de oorspronkelijke film én de filmmaker helemaal geen eer aandoet met een ‘authentieke’ beeldkwaliteit. Als je een film digitaal zo kunt oppoetsen dat het lijkt alsof deze gisteren is gemaakt, waarom zou je dat dan niet doen?

They Shall Not Grow Old

Een voorbeeld dat internationaal veel aandacht heeft gehad is They Shall Not Grow Old (2018). Deze film over de Eerste Wereldoorlog werd door regisseur Peter Jackson samengesteld uit archiefbeelden van het Britse Imperial War Museum, waaraan hij audio toevoegde bestaand uit interviews met soldaten. Jackson liet de beelden inkleuren en verschillende geluidslagen toevoegen. Het resultaat is dat je als kijker ineens geen afstand tot het verleden meer ervaart: alles komt dichtbij.

Er best wat aan te merken op dit project: er is sowieso geen manier om bijvoorbeeld de oorspronkelijke kleuren van het beeld te achterhalen. Je vraagt je bij elk roze muurtje en blauwe pet af of die kleurkeuze niet vooral esthetisch was. Daarnaast liet Jackson, voor maximaal contrast, de film beginnen met zwart-witbeelden op hun beroerdst: te snel afgespeeld en vol stof en krassen. Zo gaat het publiek vanzelf denken dat zwart-witfilm, stille film, of oude film in het algemeen, ‘moeilijk’ is en niet om aan te zien zonder maximale hulp.


Maar het resultaat was óók heel mooi, en werd gewaardeerd door een breed publiek. Bij Eye waren we gefascineerd, juist omdat we als filmarchief een andere rol hebben dan Jackson als filmmaker. Ook niet elk ‘archivaal’ bezwaar is een onoverkomelijkheid voor de meeste kijkers: als ze maar weten waar ze aan toe zijn. Binnen de context van de film wordt dat vrij goed duidelijk gemaakt.

Weten wat je ziet

Maar bij héél veel bewerkte archiefbeelden die je online tegenkomt heb je als kijker geen idee wat er nou precies aan is veranderd. Soms zie je in de credits of de beschrijving staan dat de beelden zijn bewerkt met kunstmatige intelligentie (ofwel A.I., Artificial Intelligence). Juist relatief oude films zijn populair voor deze bewerkingen, omdat ze vaak vrij van auteursrecht zijn.

Ook hier gaat het in de basis om software die verschillende frames met elkaar vergelijkt, maar die wordt hier ingezet om het beeld scherper te doen lijken en gezichten meer nadruk te geven.

De term neural networks kom je hier vaak tegen. Een kunstmatig neuraal netwerk is een algoritme dat is ontworpen om te leren van voorbeelden en om patronen te herkennen. Het is geïnspireerd op de werking van de hersenen en bestaat uit verschillende lagen van kunstmatige "neuronen" die met elkaar zijn verbonden.

In het geval van bijvoorbeeld het verscherpen van het beeld, oftewel upscaling, wordt het neurale netwerk getraind met behulp van een groot aantal video’s in lage en hoge resolutie. Het netwerk leert zo uiteindelijk nieuwe, lagere resolutie video's opschalen naar een hogere resolutie door zelf extra pixels toe te voegen.

Dit is niet los te zien van de bredere vlucht die beeldtechnologie de afgelopen jaren heeft genomen, van gezichtsherkenning tot deepfakes. Een steeds groter deel van de beelden die we in de toekomst onder ogen zullen krijgen, zal min of meer synthetisch tot stand gaan komen. Archivale filmbeelden die digitaal beschikbaar zijn ontkomen niet aan die ontwikkeling.

Conclusie

Filmarchieven hebben een essentiële rol, want zij bewaken het bronmateriaal. De originele, analoge film wordt daarom altijd bewaard; deze heeft altijd meer autoriteit dan het duplicaat, de kopie of de scan. We zullen deze films beschikbaar blijven maken in een vorm die het origineel zo getrouw mogelijk benadert. Maar digitale technologie verandert continu, en ook filmrestauratie maakt daar gebruik van. Wat we in de toekomst als authentiek ervaren, zal de tijd uitwijzen.

Collectiebeleidsplan

Lees meer over ons werk aan de collectie en onze visie op filmconservering en -restauratie in ons collectiebeleidsplan.