Goed of fout: de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse speelfilm

Op 21 december 1962 ging De overval van Paul Rotha in première. In de film wordt het verhaal verteld van een aantal Friese verzetstrijders die een aantal gevangenen bevrijden uit de Leeuwardense strafgevangenis. En dat zonder een schot te lossen.

De film was gebaseerd op een waargebeurd verhaal en gemaakt naar een idee van Lou de Jong. De Jong was de nationale geschiedschrijver van de Tweede Wereldoorlog en had bekendheid verworven met zijn veertiendelige boekenreeks over het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de oorlog en de televisieserie De bezetting. Vooral de serie - uitgezonden in 1960 - had een groot publiek bereikt en de belangstelling voor de oorlog weer aangewakkerd. Voor Rudi Meyer was het aanleiding om met De Jong in zee te gaan en aan diens wens De overval te produceren toe te geven.

In De overval zijn de ingenomen posities nog helder en overzichtelijk. Verzetstrijders, collaborateurs, Duitsers - ze voldoen allemaal aan het cliché wat we van ze hebben. Hoe gruwelijk de oorlog ook was, de standpunten waren helder.

Geen zekerheden

Dat bleek echter niet meer het geval in de volgende film over de oorlog. Uit Fons Rademakers' Als twee druppels water komt een heel ander beeld naar voren. De scheidslijn tussen goed en fout is niet meer helder, de waarheid geen vast omkaderd begrip. Een uitgangspunt waarmee Rademakers aansloot bij gedachten zo als deze verwoord werden in de Nederlandse literatuur. Door schrijvers als Harry Mulisch, Gerard van het Reve en W.F. Hermans, op wiens roman De donkere kamer van Damocles de film gebaseerd was. Ze maakten deel uit van een na-oorlogse generatie - waartoe ook de bij Cobra aangeloten kunstenaars als Karel Appel behoorden - bij wie de oorlog voorgoed bressen had geslagen in het geloof in de mens, voor wie waarheid geen absolute waarde meer heeft.

Vanaf Als twee druppels water zien we deze thematiek terugkomen in veel Nederlandse speelfilms die de Tweede Wereldoorlog - of de gevolgen daarvan - tot onderwerp hebben. Films die veelal gebaseerd zijn op romans waarin de vraag naar goed of fout, naar waarheid of onwaarheid steeds opnieuw gesteld worden.

De eerste film die de oorlog tot thema had en die volgde op Als twee druppels water was het eveneens op een roman van Hermans gebaseerde Paranoia van Adriaan Ditvoorst. Vestdijk, Mulisch en Theun de Vries volgden.

Gij zult niet doden

Naast de eeuwige vraag naar goed en fout is ook het antiheroïsche een thema in de Nederlandse oorlogsfilm. Met name Wim Verstappens Pastorale 1943 - naar een roman van Simon Vestdijk - toont de verzetstrijders als gewone, wat bangige burgers die voor een duivels dilemma komen te staan. Ze voelen de noodzaak tot verzet in, maar weten niet wat het is een mens te doden.

In De overval had men het nog afgekund zonder te doden, maar nu werd het een gruwelijke noodzaak. En dat dit geen vanzelfsprekendheid was laat de knullige liquidatie van de foute kruidenier in Pastorale 1943 maar al te duidelijk zien.

Het is een houding die sterk afsteekt tegen de heroïek zoals we die zien in Paul Verhoevens oorlogsfilms Soldaat van Oranje en Zwartboek. Daarin is het doden een vanzelfsprekendheid. Het is de natuur van de oorlog, een toestand waarin het dunne laagje beschaving allang is verdwenen, opportunisme hoogtij viert en heldhaftigheid gelijk is aan doodsverachting.

Verstappens verzet kent daarentegen geen heldendom, alleen maar dappere mensen. Het motto van zijn film luidt ook: 'Van een volk dat een aardig volk is, omdat het geen helden kent'.

foto's

meer informatie

Op zoek naar meer materiaal uit onze collectie? Neem dan contact op met:

Mevr. Leenke Ripmeester
sales@eyefilm.nl
tel. 020 5891 426
mob. 06-41189635

steun EYE

Steun EYE en help ons erfgoed veilig te stellen voor de toekomst. Meer informatie