Het Nederlandsch Centraal Filmarchief

In september 1919 werd in Arnhem het Vaderlandsch Historisch Volksfeest georganiseerd, een folkloristische festiviteit. Van het Volksfeest werden opnamen gemaakt door Haghe Film, de productiemaatschappij van Willy Mullens.

Naar aanleiding van deze opnamen schreef de amateur-historicus D.S. van Zuiden een ingezonden brief waarin hij voorstelde een nationaal filmarchief op te richten. In dit archief zouden films moeten worden opgenomen die het sociale, culturele en historische leven van Nederland tot onderwerp hadden. Doel was het beeld van Nederland voor latere generaties vast te leggen.

Het voorstel viel in goede aarde en al in oktober 1919 werd het Nederlandsch Centraal Filmarchief opgericht. Van Zuiden werd secretaris van het archief, waarin onder andere ook rijksarchivaris Robert Fruin en David van Staveren zitting hadden. Willy Mullens werd adviseur.

Plannen komen samen

De plannen sloten aan bij een project dat Mullens al eerder was begonnen. In maart 1919 had hij in een advertentie in 'De Film-Wereld' Nederlandse gemeenten opgeroepen met hem samen te werken aan een filmproject. Het idee was om van een groot aantal Nederlandse steden een film op te nemen. De gemeenten zouden de films financieren en een kopie krijgen voor promotiedoeleinden. Zelf wilde Mullens de opnamen onderbrengen in zijn archief.

Met de oprichting van het Nederlandsch Centraal Filmarchief werden Mullens’ plannen in de praktijk gebracht en kregen ze officiële overheidssteun.

Om praktische redenen werd Mullens geen bestuurslid, maar adviseur van het Centraal Filmarchief. Haghe Film zou veel films voor het archief produceren en Mullens wilde niet beticht worden van belangenverstrengeling.

In juli 1921 werd de exclusieve samenwerking tussen Haghe Film en het Centraal Filmarchief vastgelegd: Haghe Film zou zijn negatieven bij het archief onderbrengen. In ruil zou het archief bij gemeenten en andere instanties financiële en productionele steun voor Mullens bepleiten.

Mullens’ eerste reeks films

Mullens had intussen niet stilgezeten: direct na het tekenen van het contract leverde hij zijn eerste reeks films bij het archief af. Het corpus bestond uit actualiteiten, korte documentaires en 23 stedenfilms. In 1922 en 1923 volgden nog eens 99 stedenfilms.

Ook andere maatschappijen en instanties werden gevraagd hun negatieven bij het Centraal Filmarchief onder te brengen. Vooral de producenten – concurrenten van Haghe Film – waren enigszins terughoudend; tot Mullens afzag van de exclusiviteitsclausule in zijn contract met het archief.

Vooral de samenwerking met de in 1925 opgerichte Orion Filmfabriek leverde een grote hoeveelheid films op. Orion werd later ook ontwikkellaboratorium voor het archief.

Officiëel heeft het Nederlandsch Centraal Filmarchief tot 1933 bestaan. Na de opheffing is de collectie – meer dan elfhonderd filmrollen – overgegaan in een nieuwe stichting. De films bleven ondergebracht in de kluizen van het Algemeen Rijksarchief.

foto's

meer informatie

Op zoek naar meer materiaal uit onze collectie? Neem dan contact op met:

Mevr. Leenke Ripmeester
sales@eyefilm.nl
tel. 020 5891 426
mob. 06-41189635

steun EYE

Steun EYE en help ons erfgoed veilig te stellen voor de toekomst. Meer informatie