vastgoedman

Samen met een aantal familieleden exploiteerde Desmet bioscopen in onder meer Amsterdam, Rotterdam, Vlissingen, Amersfoort, Eindhoven en Bussum. Maar vanaf 1915 wordt het moeilijker.

de Eerste Wereldoorlog: het tij keert

In de zomer van 1914 is de Eerste Wereldoorlog uitgebroken, en hoewel Nederland neutraal blijft, droogt de Europese filmproductie behoorlijk op. Amerikaanse films vullen het gat, maar het lukt Desmet niet om een voor hem lucratieve handelsrelatie met de Amerikaanse productiemaatschappijen op te zetten. In 1916 stopt hij met het aankopen van films. Hij begint ook zijn bioscopen te verkopen.

vastgoedsucces

Desmet wordt meerderheidsaandeelhouder in de Amsterdamse vastgoedmaatschappijen Fortuna en Roggeveen. Fortuna is een NV die onder meer woningen aan Nieuwe Prinsengracht beheert, Roggeveen beheert een aantal percelen in de Roggeveenstraat. Hij is een formele en zakelijke huisbaas en de zaken gaan dan ook goed.

Zijn zwager Piet Klabou - de broer van zijn echtgenote Rika - wordt één van zijn vaste zakenpartners en heeft minderheidsaandelen. Desmet wordt directeur van beide bedrijven. Later betrekt hij ook zijn dochter Jeanne en haar echtgenoot F.C.J. Hughan in de zaken.

  • Na de brand in Flora in 1929 liet Desmet zich fotograferen in het uitgebrande interieur.

tentoonstelling Jean Desmet

tentoonstelling Jean Desmets Droomfabriek
Van 13 december 2014 tot en met 12 april 2015

Flora Palace

Toch lijkt het erop dat hij altijd is blijven dromen van film en kermislichten. Niet alleen omdat hij zijn bioscoop Parisien in Amsterdam altijd heeft aangehouden, maar ook omdat hij jaren heeft gewerkt aan een nooit gerealiseerd megaproject: Flora Palace.

In 1928 richtte hij een nieuw vastgoedbedrijf op: de nv Madrid, exclusief gewijd aan een nieuw te bouwen gigantisch uitgaanscomplex op de Amsterdamse Amstelstraat 20 – 28, de plaats van het vroegere Variété Flora.

Het was een plan dat zijn gelijke niet kende in Nederland: het nieuw te verrijzen Flora Palace moest ruimte bieden aan een theater met 2250 zetels, een overdekte ijsbaan, een cabaret en een daktuin met café-restaurant. Hier hoorde een architect bij die ervaring had met ambitieuze projecten: Jan Wils – de architect van het stadion waar de Olympische Spelen van 1928 werden gehouden.

Hoewel de crisis roet in het eten gooide, en de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk definitief afstel betekende, heeft Desmet de hoop nooit opgegeven. Rond zijn tachtigste verjaardag in 1955 schreef hij Jan Wils dat hij nog steeds met het Flora-plan in zijn hoofd rondliep.