Collectieblog

  • De Nefito: Who’s who in de Nederlandse filmwereld van de jaren dertig

    Thursday 21 September 2017

    Nefito cover

    Hoe word je bekend als filmster? Om jezelf in beeld te brengen bij het grote publiek, zijn er in onze tijd volop (gratis) publiciteitsmiddelen, waarvan Twitter en Instagram misschien wel de belangrijkste zijn. Maar hoe brachten acteurs zichzelf en hun prestaties vroeger aan de man? In de bibliotheek van EYE vind je Nefito, de Nederlandse Film- en Toneel Almanak uit 1935. Als je daar in stond, dan was je Iemand.

    Zo belandde de charmante toneelacteur Leo den Hartogh in 1935 zonder enige camera-ervaring pardoes in de zomerfilm Jonge harten. Zeventig jaar later vertelt hij daarover  in het interviewboek De Pioniers van Annemieke Hendriks. De regisseurs hadden een oproep geplaatst in De Telegraaf, “waarop meer dan tweehonderd mensen reageerden. Maar ik niet, ik werd gevraagd. Ik stond in vele castingboeken.”

    Nu was Den Hartogh niet de meest bescheiden persoon, zoals hij even later in het interview toegeeft: “Om even ijdel te zijn: toen ze mij zagen, sprongen ze een gat in de lucht.” De vermelding ‘vele castingboeken’ zal in ieder geval wat overdreven zijn; voor de Nederlandse filmindustrie was Nefito in ieder geval het eerste castingboek. Maar daar stond hij in ieder geval in, op pagina 77, en hoe. Met een foto waar tienermeisjes bij in katzwijm zouden vallen, wordt hij aangeprezen als specialist in ‘Jonge rollen en charmeur’, speelt gitaar en zingt Franse chansons, en tot slot beoefent hij ‘Alle sporten zeer goed.’

    Nefito Lily Bouwmeester

    Bijzondere eigenschap: autorijden

     De Nefito was een cast- en crewboek, een who’s who  voor de film- en toneelwereld. Zulk soort gidsen bestonden in het buitenland al, zo wordt in het voorwoord aangegeven. De eerste editie verscheen vol goede moed in april 1935 in een oplage van 1000, maar de uitgave zou geen lang leven beschoren zijn: voor zover bekend zou de tweede in 1936 ook de laatste zijn. Ik heb ze beide in mijn bezit, en het is een ware schat aan informatie voor wie iets te weten wil komen over de Nederlandse filmwereld in de jaren dertig. Dit is het onderwerp waarmee ik me bezighoud, en bij elke film uit die periode die ik kijk, sla ik de Nefito weer even open (staat hij of zij erin??). Het is daarnaast heel bijzonder om een gids die destijds waarschijnlijk gretig werd doorgebladerd door iedereen die een rol speelde in de speelfilmindustrie, in handen te hebben.

    Het is erg vermakelijk om te zien hoe acteurs zich in die tijd presenteerden. Zo zijn er acteurs die hun komische talenten naar voren brengen, en is er iemand die zichzelf aanprijst als ‘De man die NOOIT lacht’. Er is het ‘exotische type’, de ‘karakterspeler’ en een aantal acteurs zijn gespecialiseerd in ‘jonge liefdes- en sportrollen’. Als bijzondere capaciteiten kruisen sommige vrouwelijke actrices ‘autorijden’ aan;  opvallend genoeg geven de heren dit nooit aan. Er waren nog weinig autobezitters in die tijd, en voor vrouwen was dit waarschijnlijk helemaal ongebruikelijk.
     
     Crisis


     Dat film en toneel samen een boekje deelden, toont al aan hoe verstrengeld die twee werelden in die tijd nog waren. Omdat er nog niet zozeer sprake was van een echte filmindustrie in Nederland, waren er nog weinig echte filmacteurs. De producenten aasden dus op de vedetten van de bühne.  Film was toen al een kostbaar medium en daar kwam nog een crisis bij, waardoor er tussen 1929 en 1934 nauwelijks Nederlandse speelfilms zijn gemaakt. Maar met de komst van de geluidsfilm in Nederland (de eerste, Willem van Oranje, ging begin 1934 in première) was er weer nieuw optimisme ontstaan, wat ook blijkt uit de komst van dit ‘smoelenboek’. Nefito

     

    Hotspots Amsterdam en Den Haag

    Het boekje geeft ook been beeld van de habitat van de incrowd. Ook het adres wordt vermeld, en daaruit blijkt dat de filmwereld twee hotspots kende: Amsterdam en Den Haag. Daar waren de twee grote geluidsfilmstudio’s, beide net nieuw gebouwd: Cinetone in Amsterdam en Filmstad van filmtycoon Loet C. Barnstijn in Wassenaar. Op een paar uitzonderingen na wonen alle filmacteurs en vaklieden in de Nefito in een van die steden. Je moest dus in de buurt wonen, anders werd het niks.

    In Amsterdam was de straal zelfs nog kleiner: iedereen was woonachtig in Amsterdam-Zuid of in het centrum. Evenals het Amstelhotel was Hotel Schiller aan het Rembrandtplein een belangrijke hotspot, het ‘ trefpunt voor Hollands Hollywood’ zoals de advertentie het aanprijst. Ook wordt het aangeprezen met ‘rijks-telefoon, stroomend warm en koud water op alle kamers’.  Stillfotograaf en latere Cinetone-studiomanager Bobby Rosenboom vertelde in een interview dat al bij de eerste film die in Cinetone werd opgenomen,  de medewerkers op zaterdagmorgen in Schiller zaten te wachten op het loon dat ze maar niet kregen. “De centen bleken al na één draaiweek op te zijn.” Dat was ook kenmerkend voor de Nederlandse filmindustrie in die tijd.

    Protesen voor gelaatsverandering

    Ook alle benodigde uitrustingen voor film en toneel kon je vinden via het boekje. Zo staan er reclames in van allerlei bedrijven en ateliers:  van kostuums, tabak (r. peukert aan de Spuistraat), muziekinstrumenten, touringcars, juweliers, fotografen en decorbouwers. Een tandarts prijst zichzelf aan, gespecialiseerd in ‘protese werk, niet van echt te onderscheiden’, geschikt voor ‘gelaatsverandering’. De bijgevoegde foto’s laten zien dat de tandartspraktijk toen heel wat gezelliger was ingericht dan nu, met Perzische tapijten, schilderijen aan de muur en Chesterfield fauteuils om het wachten te veraangenamen.

    Nefito Mies Versteeg

    Het uiterlijk was toen ook al een factor van cruciaal belang. De toen al gelauwerde theateractrice Mary Dresselhuys kreeg na een proefopname voor de hoofdrol in de film De Kribbebijter van de Duitse regisseur Hermann Kosterlitz in het Amstelhotel te horen: “Leider, gnädige Frau, sind Sie sind nicht zu fotografieren.” In de Nefito is ze niet te vinden.

    Net als nu werden schoonheidsfoutjes op de foto’s vakkundig weggetoverd, zij het nog niet met Photoshop maar met retoucheertechnieken. In het boek van het Stadsarchief Amsterdam over fotostudio Merkelbach, die toen aan het Leidseplein gevestigd was, wordt verteld dat retoucheren eigenlijk een vrij standaard procedure was, maar ‘de zorg die aan de retouche werd besteed, was het handelsmerk van het huis.’ Om iedereen een vlekkeloze look te geven werd ‘het negatief na ontwikkeling begoten met een natte lak. In deze laag bracht de retoucheur met een naalddun potlood minuscule krasjes aan en voorzag zo iedereen van een gave huid. Zelfs in de simpelste opname zat al gauw anderhalf uur werk.’ Het retoucheerwerk ging toen al best ver: ‘Plooien in de stof of krullen in het haar kregen een extra accent, te dikke vingers werden slanker gemaakt, wallen onder de ogen weggewerkt- alles was maakbaar.’ Dat dit niet altijd even goed lukt, toont de bovenstaande foto van ‘karakter-speelster’ Mies Versteeg.

    Starfotograaf

    Merkelbach is al genoemd, maar verreweg de meeste foto’s in de Nefito zijn gemaakt door Godfried de Groot.  Kees Brusse, die ik kort voor zijn overlijden in 2013 interviewde, debuteerde als kindsterretje in Merijntje Gijzen’s Jeugd (1936) en werd later door hem gefotografeerd, vertelde over hem: “De Groot was een echte starfotograaf. Hij werkte met glamour: kostuums, de juiste belichting. Mies [Merkelbach, VdL] deed dat wat minder. Als je een foto liet maken bij Godfried, dan werd je voor vol aangezien.” Zijn divaportretten sierden steevast het weekblad Cinema en theater, waar hij tot de redactie behoorde. Brusse staat niet in de Nefito, maar wel het ondeugend en verlegen in de camera kijkende jongetje Marcel Krols, dat Merijntje speelde.

    Voor Nederlandse filmkrachten

    Het boekje doorbladerend, zou je de indruk kunnen krijgen dat er alleen maar Nederlanders werkten in onze filmindustrie. Het tegendeel was waar. De meeste regisseurs kwamen uit Duitsland. En zo gold het eigenlijk voor bijna alle belangrijke functies in die tijd, van editor tot cameraman en producent; met name Duitse exils die voor het naziregime gevlucht waren, hielden onze filmindustrie overeind. Behalve de grote producent Rudolf Meyer is niemand van hen te vinden in de Nefito. De buitenlandse vaklieden waren veel meer ervaren, en dit wekte wat jaloezie op in de Nederlandse filmwereld. In de kranten was een toenemende discussie gaande over in hoeverre de buitenlanders vrij vertaald ‘onze baantjes inpikten’. Het kan dus ook deze minder kosmopolitische beweegreden zijn geweest voor de Nefito, om de Nederlandse filmkrachten meer voor het voetlicht te brengen.

    Nefito advertentie

    Een belangrijke vraag blijft onbeantwoord: Wat moest je als acteur of andere professional doen om in de Nefito te komen? Moest je ervoor betalen? De vermelding in de oproep ‘Billijke conditiën’ lijkt hier wel op te wijzen. Was er een commissie die zorgde voor selectie aan de poort? Het voorwoord vermeldt dat de gids gratis en ongevraagd werd toegezonden aan ‘belanghebbenden’, waarmee wordt verwezen naar ‘Regisseurs, Productie-leiders en theater-Directie’s.’ Het vervolgt verontschuldigend: ‘Uiteraard de korte tijd van voorbereiding, hebben wij niet aan alle aanvragen kunnen voldoen, daar wij rekening moeten houden met het belang der contractanten’. Het voorwoord is ondertekend door de uitgever, A. Leo Bonefang in Den Haag. Dit is wellicht familie van Alex Benno (zijn werkelijke naam was Benjamin Bonefang), een regisseur die ook in de Nefito staat. In ieder geval zullen er criteria zijn geweest voor selectie, maar die zullen waarschijnlijk nooit worden opgehelderd. Dan is het in onze tijd, met de invloedrijke sociale media, toch een stuk democratischer geregeld.

     

     

     

  • FORWARD: The rights assessment of films

    Thursday 26 January 2017

    Gloria Transita

    In recent years, there has been an increasing tendency of audiovisual archives to make their film heritage accessible through publication on various online platforms. A complicated part of this process is the rights assessment of film works. Many older films, produced before 1940, are orphan works. This means that they are copyright protected, but the rights holder(s) cannot be identified and/or located. In Europe, hundreds of thousands of orphan works are preserved in film heritage institutions. What are they to do with these orphans? In 2012, with a new European law, the Orphan Works Directive, the EU has made an exception to the copyright. If a film heritage institution cannot find the rights holder(s), it can still make use of the orphan work.

    Within the FORWARD project, involving the national film archives from 10 European countries, The EYE Filmmuseum has made an important leap forward in tackling the rights assessment issue. With the help of a sequence of questions (we call this the decision tree) the rights status of film works can be determined in a systematic way.  Through the performance of a diligent search- for which a long list of sources and databases is available- we try to find the creative makers and their life dates on which the protection term is based, and other possible rights holders. If the film results to be an orphan work, we register it with the orphan database of the European Intellectual Property Office. After that, the Cultural Heritage Agency of the Netherlands declares the film work officially orphan. With this declaration, as a non-profit institution EYE is allowed to publish the film online.

    In the last seven months of the FORWARD project the new program for rights assessment made it possible for me, as a film scholar without a juridical background, to clear the rights for 750 films. A part of those resulted to be orphan works, others turned out to be in the public domain or the rights holders were found. To give an idea of the practice of rights assessment, I will give an example of three different films I researched, with three different outcomes. It shows that the rights assessment can resemble the work of a detective in some cases, but can also be very simple in other cases.


    1. Gouvern. proefrijstbedrijf 'Selatdjaran' Palembang

    To view this video, you need to accept cookies click here

    A special part of EYE’s collection consists of films that were recorded in the former Dutch East Indies. Gouvern. proefrijstbedrijf 'Selatdjaran' Palembang is a short documentary film from around 1922, which is, as the title already shows, commissioned by a government company. It shows the modernization of agriculture techniques that were used in the rice company Selatdjaran.

    First of all, the question is: who are the creative makers? In the Dutch copyright law, there are four so-called ‘protection term roles’ on which the protection period of 70 years depends: the director, the composer, the screen writer and the dialogue writer. The credits of this film reveal the names Charls en Van Es & Co, Weltevreden (present-day Jakarta). From our Collection Database (CE), I learn that they are the directors and that they owned a photo studio together.

    For the diligent search, I need to find their full names, which helps to find their birth and death dates. Because the film was made in the Dutch East Indies and Charls and Van Es were photographers, I search for them in the database of the Dutch Museum of World Cultures. This museum appears to have their photos in its collection and a copy of an article about the photo studio from the Bataviaasch Nieuwsblad of May 14, 1934. This article gives a historical overview on the occasion of the photo studio’s 50th anniversary. It notes that Charls and Van Es handed over their studio in 1920 to two gentlemen, named Theobald and Kraus.

    Even though Charls and Van Es are on the film credits, in practice the company was thus run by others, of which we can assume they also made the films. These new photographers turn out to be hard to find. I find the most on mister Theobald: His complete name is Heinrich Theobald and he was born 26/1/1883 in Frankfurt. In 1913, he married a girl ten years younger than him from The Hague, named Maria Theresia Schipperijn. According to a newspaper from the Dutch East Indies, in 1942 she settled alone in Surabaya. Did Heinrich Theobald die before? Did they divorce? Or was he interned in a Japanese camp? These questions remain unanswered; I cannot find anymore traces of him.
    Mr. Kraus remains almost a complete mystery. I only find a few advertisements with his name in it from the 1920’s and 30’s from the photo studio.

    Because this is a company film, the company is assumed to be the rights holder. On Delpher, an online directory which contains the digital archives of millions of texts from Dutch newspapers, books and magazines, I find an article from 1923 that describes the liquidation of the Proefrijstbedrijf. From this diligent search we can conclude that the makers could not be located and the rights holder has ceased to exist. We do not know whether the rights were transferred. The film can thus be considered an orphan work.
     

    2. Glasconserven

    Glasconserven consists of silent documentary footage from 1946 directed by Herman van der Horst and Allan Penning in which we see, among other things, the work in a glass factory. I cannot find the film title in Bert Hogenkamp’s book De Documentaire Film 1945-1965, but our Dutch collection specialist, Rommy Albers, tells me that this is working material for the film Rotterdam aan den slag, which was released in the same year. Working material has the same legal status as the published film. EYE owns two copies of Rotterdam aan den slag, but in the database of Beeld en Geluid (the Netherlands Institute for Sound and Vision), which also has many documentaries in its collection, I find that they have a copy as well. Of the well-known director Herman van der Horst, the birth and death date are submitted in CE- he died in 1976-, but of Allan Penning these dates are missing. I find his death announcement on Delpher, dating the 6th of June 1957. The term of 70 years hasn’t passed yet, so we know that the film is in any case copyright protected.

    The next step is to find out who the rights holders are. Because this is a commissioned film- just as is the case in the previous example- the rights holder is usually the commissioner. Rotterdam aan den slag is part of a series of short documentaries about the rebuilding of the Netherlands after WWII. It could be described as a propaganda film commissioned by a government committee for public works. Beeld en Geluid acquired its copy of this film from the RVD (the Netherlands Government Information Service) and also manages the RVD’s  film rights. Therefore we know that this film is copyright protected (needless to say, we cannot post a digital copy of the film here) and we have located the rights holders.
     

    3. Gloria transita

    To view this video, you need to accept cookies click here

    The third and last example I will give here, is also the easiest search. This silent feature film from 1917 about a street singer who made a short career as an opera artist was directed by Johan Gildemeijer, a cinematic jack-of-all-trades, who was also responsible for the screenplay and the production. It was a silent film, but the famous opera fragments that were shown in the film were sung by a choir behind the screen. Information about the film can be found in Geoffrey Donaldson’s famous book on silent film, Of Joy and Sorrow, and in CE, which also mentions that Gildemeijer died on the 31st of January, 1945. The protection term of 70 years has thus passed, so the film becomes a part of the public domain.

     

     

     

    collectie, collection, rights assessment, FORWARD
  • Animatiefilmpjes St. Joost: Een zee van informatie

    Tuesday 3 November 2015

    Een groep vierdejaars animatiestudenten van de Academie AKV|St.Joost heeft korte geanimeerde teasers gemaakt van ongeveer 1 minuut, waarbij zij zich hebben laten inspireren door de Filmgerelateerde collecties van EYE. In een serie publiceren we hier deze filmpjes, die ook als voorfilm vertoond kunnen worden. Veel van de filmmakers hebben deze blog als vertrekpunt gebruikt bij de keuze voor het onderwerp van hun animatie.

    To view this video, you need to accept cookies click here

    Sophie Neeleman was onder de indruk van de enorme omvang van de archieven van EYE en maakte met affiches, bladmuziek, foto's en scripts het filmpje Een zee van informatie/ EYE EYE Captain. De zee is een metafoor voor de grote hoeveelheid materiaal, en de archivaris is de schipper die hierop vaart: “In de eindeloos lijkende zee aan film-parafernalia weet de EYE-Kapitein (archivaris) alles te vinden. Hij weet wat er onder het wateroppervlak voor waardevols schuilgaat. Hij kent de beste visgronden op zijn duimpje en brengt je precies bij de goede school. De Kapitein helpt je op je zoektocht naar die ene speciale vangst waar jij naar speurt.”

    De teaser is gemaakt met een collagetechniek. Allerlei verschillende onderdelen zijn getekend, gefotografeerd, geknipt en geplakt. Wil je meer weten over het werk van Sophie? Kijk dan op haar website.

     

    animatie, AKV/St.Joost
  • Herbert Curiël draagt archief over aan EYE

    Thursday 3 September 2015

    Onlangs heeft filmmaker Herbert Curiël zijn archief aan EYE overgedragen. Het is een omvangrijk archief van ongeveer dertig verhuisdozen. EYE beschouwt dit als een unieke en belangrijke aanwinst voor de Nederlandse filmgeschiedenis.

    De 87-jarige Curiël werd in 1975 bekend met de speelfilm Het jaar van de kreeft, naar de roman van Hugo Claus. In 1970 deed hij al stof opwaaien als maker van een controversiële korte film over een Griekse politieke vluchteling, De aktivist. De Nederlandse politiek vreesde dat de diplomatieke verhoudingen tussen Griekenland en Nederland verstoord zou worden, wat Curiël veel publiciteit bezorgde. Voor zijn latere film Cha-Cha dook hij met Herman Brood en Nina Hagen in de Amsterdamse punk/new wave scene. Dit  leverde een even opwindende en chaotische film op als het leven van Curiël zelf. In 1989 verscheen Rituelen, met Thom Hoffman en Derek de Lint in de hoofdrollen. Curiël schrijft nog steeds scenario’s.

    Minder bekend is dat hij al vroeg internationaal carrière maakte als bijrolacteur, onder andere in de klassiekers Lawrence of Arabia (David Lean, 1962) en Cleopatra (Joseph L. Mankiewicz, 1963). Hij werkte in zijn jonge jaren ook mee aan buitenlandse films die in Nederland werden opgenomen, zoals Spy in the Sky! (W. Lee Wilder, 1958) en The Diary of Anne Frank (George Stevens, 1959).

    Het is een veelzijdig archief, dat nog moet worden ontsloten, bestaande uit onder andere foto's, correspondentie, productiemateriaal zoals call sheets en scripts, en blikken met zijn films. Onlangs is er een documentaire uitgezonden waarin Curiël terugkijkt op zijn jeugd in de oorlog.

    archief