Skip to content

When we think of Dutch film and the Second World War, a few well-known feature films come to mind. Since the early 1960s, dozens of feature films have been made that deal with the war – films such as Soldier of Orange, Pastorale 1943, The Assault, Winter in Wartime and Black Book. Often based on a literary source, they tell us the story of the war.

But what about the first post-war years? Immediately after the liberation, when research and reflection were still pushed aside by the healing of the wounds and the reconstruction work. The Eye collection not only contains the first Dutch feature films after 1945, but also documentaries such as the rediscovered and restored colour film Herwinnen door werken (1946), which provides insight into the development of post-war Dutch film and the way in which films war and reconstruction are depicted.

Herwinnen door werken

In April 1945 – immediately after the liberation of Deventer by Canadian troops – photo dealer and filmmaker Alex Roosdorp started filming his hometown and surroundings. It would be the start of an eighty-minute documentary that he made together with his wife Marie Roosdorp - van den Berg about the liberated Netherlands.
A film that does not focus on the images of the arrival of the Allies and the liberation celebrations, but which shows us a picture of a battered country. Destroyed cities, destroyed infrastructure and a damaged landscape. Herwinnen door werken shows us the reverse side of the liberation: the Netherlands as a war zone with all the wounds and scars.

Debris

In the first weeks, Roosdorp and his wife mainly filmed in Deventer, Wageningen and the surrounding area; the places they knew well from the agricultural documentaries they had made in the thirties with their production company Marofilm. They are mainly observations and impressions. The couple also films in Arnhem, Walcheren in Zeeland and Wieringermeer.

Gradually, however, the film takes on a more documentary character, with impressive images of destruction, upheaval and loss. Filmed on 16mm colour film, it faithfully portrays the destructive power of war and violence. The second part of the film closes with images of Scheveningen: the Kurhaus and the bunkers that were part of the Atlantic Wall.

You have to accept cookies to be able to watch this.
Herwinnen door werken - fragment 1
You have to accept cookies to be able to watch this.
Herwinnen door werken - fragment 2

Reconstruction

In the last part of the film Roosdorp shows the first efforts for reconstruction. Sometimes with no more than a hammer and a chisel, people try to break down destroyed bridges and buildings and chip away material for reuse. British engineers remained stationed in the Netherlands until later in the summer to help with the repair work. Such as with the construction of the Catherine Miller Bridge over the river IJssel near Deventer – to replace the destroyed railway bridge.

The change of film style in the last part is remarkable: from observational and documentary to almost propagandistic. In images reminiscent of Soviet Russian cinema of the 1920s and 1930s, we see workers at work. The editing is rhythmic, with close-ups and diagonals predominating in the framing. The film closes with the liberation celebrations on August 31, 1945.

You have to accept cookies to be able to watch this.
Herwinnen door werken - fragment 3
You have to accept cookies to be able to watch this.
Herwinnen door werken - fragment 4

Rediscovery

Herwinnen door werken was completed in late 1945 and cleared for screening by the Film Board in early 1946. Despite this, the film has never been released and as far as is known has only been screened twice for a small audience of invited guests.
It was not until 2015 - after the film had been found in the archive of Eye Filmmuseum shortly before - that the film was shown for the first time in cinemas and film theatres.

Why has this special film remained under the radar for so long? Marofilm, the production company that Roosdorp and his wife ran, focused almost exclusively on self-released information films for agriculture. Later, commissioned films for companies were also made, but Marofilm in fact operated entirely outside the regular Dutch film world.

Nederlandse film tijdens de Tweede Wereldoorlog

Hoe zat het dan met de rest van de Nederlandse film na de bevrijding? Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond Nederlandse film onder toezicht van de Kultuurkamer – en daarmee direct onder controle van de Duitse bezetter. Films werden er nauwelijks gemaakt en de twee grote studiocomplexen Cinetone Studio’s en Filmstad Wassenaar werden door de Duitsers gebruikt om er Duitse speelfilms op te nemen.
Alleen het Nederlandse bioscoopjournaal verscheen nog met regelmaat; maar ook hier volledig onder Duitse controle en geproduceerd in een opgedrongen samenwerking tussen de vooroorlogse concurrenten Polygoon en Profilti.

Cinetone Studios (Ufa Filmstadt) in 1948.
Cinetone Studios in 1948.

De wederopbouw: documentaires

Na de oorlog kwam de filmproductie in Nederland weer op gang. Een belangrijke rol daarin speelde de Nederlandse Werkgemeenschap voor Filmproductie, waarin een aantal bekende vooroorlogse filmmakers als Mannus Franken, Paul Schuitema en Jan Hin samen met nieuwkomers als Herman van der Horst verenigd waren. Zij produceerden met steun van de overheid een aantal zogeheten Wederopbouwfilms: korte documentaires over de oorlogsschade en de eerste wederopbouwwerken. Een aantal van deze films gaat ook over de plekken die Roosdorp, de maker van Herwinnen door werken, heeft bezocht: Arnhem, Walcheren en de Wieringermeer.
Al snel volgden er meer voorlichtings- en promotiefilms; gevolgd door reclame- en bedrijfsfilms. Binnen een paar jaar had de Nederlandse filmindustrie weer een stabiele basis.

Speelfilm: studio’s in puin

Alleen de speelfilmproductie bleef achter. De twee grote studiocomplexen waren aan het eind van de oorlog onbruikbaar geraakt en de financiële middelen waren beperkt. Particuliere producenten waren er niet en de door de overheid gereserveerde subsidiegelden gingen naar de korte film.

Waar het om Nederlandse films ging moest het bioscooppubliek het in de eerste naoorlogse periode vooral doen met vooroorlogse film. Zo werden De Jantjes, Bleeke Bet en Ergens in Nederland weer met succes vertoond.

Still van Bleeke Bet (1934), Richard Oswald.

De eerste naoorlogse speelfilms

Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen fictiefilms in Nederland werden gemaakt. Verschillende belangenverenigingen gaven opdrachten aan filmmakers om films – vooral docu-drama’s – te maken over de oorlog en het Nederlandse verzet. Zo maakte Hein Josephson de korte film Zes jaren voor een internationale hulpactie voor studenten en produceerde Frans Dupont samen met Wim Gerdes de film Bezet gebied.
Het waren films waarin de eigen rol in de oorlog op een sobere manier wordt belicht. Niet heroïsch, maar ingetogen en gewetensvol. Een houding die we nog terugzien in 1962, toen de Nederlandse oorlogsfilm met De overval nieuw leven werd ingeblazen.

You have to accept cookies to be able to watch this.
Zes jaren, Hein Josephson

Echte bioscoopfilms

De eerste oorlogsfilms hadden slechts een beperkte roulatie; ze werden voornamelijk vertoond buiten de normale bioscoopprogrammering om tijdens speciaal georganiseerde vertoningen. Daarin kwam pas tegen het einde van het decennium verandering toen twee nieuwe films over de oorlog uitkwamen. De eerste was Niet tevergeefs – gemaakt ter gelegenheid van de heropening van Cinetone – en kwam in 1948 uit. Een jaar later volgde LO-LKP, gemaakt in opdracht van de samenwerkende Nederlandse verzetsgroepen.

Eenvoudige burgers

In beide films speelt vooral het plattelandsverzet en de hulp aan onderduikers een belangrijke rol. Evenals in het latere De overval­ gaat het over eenvoudige burgers die – vaak gesterkt door het geloof – de strijd tegen de bezetter aangaan. Waarbij opvalt dat die strijd wordt gesteund door alle gezindten en politieke stromingen in het land. Alleen de communisten – toch geen onbelangrijke kracht in het verzet tegen de Duitsers – waren uitgesloten. Hen zien we niet terug in de films.

De verschillen overstijgen

De verwijzing naar het gezamenlijke optrekken tegen de bezetter was ook een directe maatschappelijke en politieke boodschap. Want ook in de periode van de wederopbouw moeten we de verschillen over boord zetten en gemeenschappelijk werken aan het herstel. Vooral LO-LKP draagt deze boodschap uit.

You have to accept cookies to be able to watch this.
Niet tevergeefs

Ruimte voor individu en trauma: De dijk is dicht

In 1950 kwam de volgende speelfilm over de Tweede Wereldoorlog uit: De dijk is dicht met in de hoofdrol Kees Brusse. In tegenstelling tot de eerdere films staat in deze film het individu centraal en de psychische verwerking van de oorlog. De film vertelt het verhaal van een jonge man die bij het geallieerde bombardement op Walcheren zijn heeft verloren. Hij blijft ontredderd achter.
Langzaam weet hij zijn depressie te overwinnen, maar de genezing komt pas echt als hij terugkeert naar Walcheren en de wederopbouw van het verwoeste land ziet. Hij vindt zijn levensgeluk terug.

Oorlogsfilm die school maakt: De overval

Na De dijk is dicht zou het twaalf jaar duren voor er weer een film over de Tweede Wereldoorlog verscheen. De televisieserie ‘De bezetting’ van Lou de Jong had de belangstelling voor de oorlog weer doen toenemen en in december 1962 verscheen De overval in de bioscopen.
De film vertelt op een historische verantwoorde en zakelijke wijze de geweldloze bevrijding van een aantal verzetsstrijders uit de strafgevangenis van Leeuwarden op 8 december 1944.
De overval
was met bijna anderhalf miljoen bezoekers een groot succes en zou het begin zijn van een reeks Nederlandse oorlogsfilms. Vanaf dat moment werd de Tweede Wereldoorlog een van de grote thema’s in de Nederlandse speelfilm. Zeker in de jaren zeventig en tachtig met welhaast jaarlijks een of meerdere films over bezetting, verzet, collaboratie en de Jodenvervolging.

You have to accept cookies to be able to watch this.
De overval (1962), Paul Rotha
De overval, Paul Rotha