Het zevende zegel (Det sjunde inseglet)

Woody Allen en Ingmar Bergman, ‘t lijkt niet de meest voor de hand liggende combinatie. Toch bewondert de New Yorkse filmer de regisseur van Het zevende zegel, wiens literaire, beschouwelijke inslag hem niet vreemd is. De film is nu te zien in het aan Allen gewijde zomerprogramma.

Bergman, Antonioni, Renoir, Buñuel: voor een regisseur die bekend staat om zijn voorliefde voor snappy oneliners houdt Woody Allen er een stevige cinefiele smaak op na. ‘Ik ben niet zo geweldig geïnteresseerd in komedies’, liet Allen ooit weten, gevraagd naar zijn filmvoorkeuren: de klassieke Europese cinema, de ‘basically serious stuff’, was belangrijker.  

Met het mysteriespel Het zevende zegel – over een ridder (Max von Sydow) die terugkeert van de Kruistochten in het door de pest geteisterde Zweden, schaak speelt met de Dood en een rondtrekkende komediantengroep van de ondergang redt – verkreeg Bergman eind jaren vijftig internationale bekendheid. De Zweed gold voortaan als vertegenwoordiger van de ‘auteurscinema’, het  intellectuele antwoord op de snel aan invloed winnende Amerikaanse filmindustrie.

Het ontzag voor Bergman weerhield Allen er niet van in de eindscène van Love and Death (1975) een geestige parodie op diens zegelfilm af te leveren: de satiricus won het van de bewonderaar, beter gezegd: ze gingen hand in hand. Von Sydow speelde later overigens een rol in Hannah and her Sisters (1986).