Manhattan

Zelden verlaten de personages in Woody Allens (vroegere) films hun biotoop, dat zich uitstrekt van Central Park tot aan de Brooklyn Bridge. Verdiept in zichzelf, hun neuroses en hun relaties flaneren ze langs Bloomingdales en het MoMA. Zo ook comedyschrijver Isaac (Allen), die verlaten is door zijn vrouw. EYE wijdt deze zomer een retrospectief aan de films van Woody Allen.

Hij lijkt zo succesvol en gevat, Isaac.Kwistig rondstrooien met oneliners en quasi diepzinnigheden gaat hem makkelijk af, maar zijn vlotte optreden in de media-arena strookt niet met zijn privé leven. Daarin blijkt hij een tobber die worstelt met zijn triviale ambities (geld! aanzien! macht!) en hopeloze relaties.

Manhattan, Allens zwartwitode aan The Big Apple, is zowel een geestig-snijdend portret van de New Yorkse culturele jetset – de beruchte culture vultures – als een melancholische  tekening van een man in midlife crisis met een veel te jonge vriendin. De ontvangst van de film (met muziek van George Gershwin) was juichend; critici repten van ‘Woody Allens beste werk’ en prezen de mix van satire en luchtig sociaal commentaar.

Manhattan – met optredens van Meryl Streep, Diane Keaton en Mariel Hemingway – is nog steeds een buitengewoon onderhoudende schets van de ‘Ik-generatie’ van de late jaren zeventig, die volledig verstrikt leek in de vraag ‘Ben ik compleet?’ In de woorden van Isaac: ‘I feel like we're in a Noel Coward play. Someone should be making martinis.’