Enkele inzichten over de praktijk van een vj: Een interview met Rossella Catanese

Als onderdeel van de openbare lezingenreeks This is Film! Film Heritage in Practice, gewijd aan opmerkelijke projecten in het hergebruik van archieffilms, nodigde het Eye Filmmuseum in mei 2021 academicus en vj Rossella Catanese uit. Ze zette een meeslepende vj-set neer, waarbij ze Eye's unieke Bits & Pieces-collectie mixte en bewerkte.

Door Anna Dabrowska12 juli 2021

still uit de Bits & Pieces-collectie
still uit de Bits & Pieces-collectie
portret van Rossella Catanese
portret van Rossella Catanese

Over Rossella Catanese

Rossella Catanese is de auteur van de boeken Lacune binarie. Il restauro dei film e le tecnologie digitali (2013) en Futurist Cinema. Studies on Italian Avant-garde Film (2017). Ook is Rossella een postdoctorale onderzoeker in Film Studies aan de Universiteit van Udine en adjunct-professor aan de NYU Florence. Ze ontdekte de concepten, kaders en technieken van het vj-en door haar partner Piero Fragola, die de MEFF organiseert: een beurs voor modulaire synthesizers in Florence. Rossella combineert haar academische carrière met vj-en in clubs die zich toespitsen op elektronische muziek.

Je moet cookies accepteren om dit te kunnen kijken.
slide This is Film! 2021 #5: Bits & Pieces and the VJ

Gebruik je voornamelijk archiefstukken voor je vj-creaties en hebben ze een specifieke esthetiek die past binnen vj-verhalen?

Ik heb altijd geprobeerd archiefmateriaal te combineren met abstracte en grafische animatiewerken. Hoewel dit de visuele continuïteit soms bemoeilijk, is het veel interessanter qua creativiteit.

Vj-en heeft niet het doel om historisch te contextualiseren, maar tracht alleen om beelden te creëren die de ervaring van het publiek verrijken. Wat archieffilmerfgoed betreft, gebruik ik vooral experimentele en avant-garde film, vooral beelden waarin je interactie met het menselijk lichaam kan zien. Mijn favoriete meesterwerken passen perfect in bepaalde sferen in de club: zij schommelen tussen abstractie en lichamelijke beweging. Van Man Ray's Le retour à la raison (1923) tot Fernand Léger en Dudley Murphy's Ballet mécanique (1924), van René Clair's Entr'acte (1924) tot Hans Richter's Vormittagsspuk (1928), van Maya Deren's The Very Eye of Night (1958) tot Henri-Georges Clouzot's L'Enfer (1958), van Norman McLaren's Pas de deux (1968) tot Paul Sharits' T,O,U,C,H,I,N,G (1968).

Ik pas de beelden echter altijd aan, door middel van de effecten die ik live implementeer. Vaak zijn ze niet eens herkenbaar omdat ze weer vermengd worden met andere beelden. Grafische animatievideo's werken heel goed in combinatie met historische experimentele films, vooral wanneer ze spelen met het effect van continuïteit, gesuggereerd door lijnen, vormen of kleuren.

Hoe was het voor jou om te werken met de Bits & Pieces-collectie van Eye?

Ik heb erg genoten omdat deze ervaring totaal anders was dan mijn gebruikelijke werk: normaal gesproken moet de vj-set in clubs de muziek versterken om de algehele meeslepende ervaring van het muzikale evenement te verbeteren. In plaats daarvan was deze keer de Bits & Pieces-collectie het belangrijkste element, in plaats van de muziek. Het doel van de muziek was om deze filmische schatten te benadrukken en te versterken.

Wat betreft Bits & Pieces: het concept om verweesde fragmenten, zowel fictie als non-fictie, te beschouwen als link naar een tijd in het verleden, fascineert mij als filmhistoricus. De iconische waarden, de dynamische kracht, de kleuren en de interactie met de contingentie (om een ​​sleutelbegrip uit Mary Ann Doane's theorie van tijdelijkheid in het filmmedium te citeren, in The Emergence of Cinematic Time), spelen een centrale rol in het plezier wat ik beleef met dit materiaal.

Afbeelding van een VJ-set van Rossella Catanese in Tenax Club, Florence (Italië, 2016)
Afbeelding van een VJ-set van Rossella Catanese in Tenax Club, Florence (Italië, 2016). De videobron is de muziekvideo 5th Interval (Vlaysin Rmx) geregisseerd door Piero Fragola en Matteo Giampaglia - muziek van Avenir & Restivo geremixt door Vlaysin. Met dank aan de artiesten.

Vormen auteursrechten een obstakel in je werk?

Dat is een moeilijke vraag. Ik heb veel fragmenten gedownload van het internetarchief, materiaal dat onder Creative Commons-licentie stond. Ik heb ook een videoclip gemaakt voor een Techno-Industrial track door enkele van deze clips te bewerken door middel van verschillende effecten en montagetechnieken. Maar het meeste materiaal dat ik gebruik is auteursrechtelijk beschermd. Omdat mijn werk echter bestaat uit het hevig bewerken van materiaal en het aanpassen door middel van effecten, mag het live vertoond worden.

Kun je iets meer vertellen over de verbrede vorm van een vj-optreden?

Je zou kunnen zeggen dat vj’s een bepaald soort “expanded cinema” uitvoeren. Expanded cinema bloeide op in de jaren 60 en 70 en was in feite een filmvertoningsevenement dat verschillende kenmerken van film en videokunst bevatte. Expanded cinema zoekt het filmische verder dan de typische schermpraktijk van het filmische medium en het toeschouwerschap. Het is eigenlijk een oude praktijk: de futuristische schilder Arturo Ciacelli maakte al in 1915 een show met "schaduwfilms" op het lichaam van dansers.

Dit idee om de plaats van de vertoning uit te breiden, heeft me altijd gefascineerd. Als performer-zijnde, zoals ik, ben je altijd diep geworteld in de clubpraktijk, waar het publiek altijd meer gefocust is op de muziek dan op het visuele. Hoewel ik veel vrijheid heb bij het kiezen van arthouse-films, moet ik altijd de sfeer interpreteren en visuele inhoud aandragen die de muziek begeleidt en reageert op de reactie van het publiek. De gebruikelijke context voor techno clubs heeft vaak een specifieke esthetische uitstraling, dat speelt met zwart-wit en neigt naar een donkere sfeer. In dat geval moet het gebruik van kleurenfilm spaarzaam zijn, terwijl housemuziek bijvoorbeeld vraagt om een kleurrijker uitstraling.

Mijn sets bouwen, samen met de muziek, een visuele ervaring die ervoor zorgt dat het publiek de beelden en vormen die hen omringen gaan bevragen. Hierdoor worden hun visuele en cognitieve vaardigheden geactiveerd in een "verbreed" zintuiglijk kader.

Wat is jouw relatie met de vj-technologie?

Ik begon met optreden als vj na 2012, toen alles al digitaal was. Het is grappig dat ik de software heb bijgewerkt en de hardware van mijn computer heb geïmplementeerd, maar ik gebruik nog steeds dezelfde laptop als toen! Ik ben in het bezit van een lichtere computer maar het gewicht en de stevigheid van een oude laptop zijn een pluspunt in een club, vanwege de trillingen van de consoletafel. Dat is nogal vreemd, als je bedenkt dat apparatuur voor het maken van video's jaar na jaar wordt verbeterd en geïmplementeerd. De veroudering van computer hardware is een groot probleem voor alle gebruikers, vooral op het gebied van de audiovisuele industrie. Hoewel ik werk met video's met een hoge resolutie, verklein ik het formaat zodat ze lichter en gemakkelijker te hanteren zijn. De digitale technologieën en niet-lineaire systemen bieden een snelle en gemakkelijke manier om de vertoningen te bewerken en te beheren, terwijl analoge systemen complexer en tijdrovender zijn, vooral voor de selectie en het realtime mixen.

still uit de Bits & Pieces-collectie
still uit de Bits & Pieces-collectie

Sommige vrouwen klagen dat de wereld rondom vj’s erg op mannen is gericht. Hoe is dat voor jou?

Eigenlijk was de eerste VJ in de geschiedenis een vrouw! In 1980 werd multimediakunstenaar Merrill Aldighieri uitgenodigd om op te treden in club Hurrah, in New York. Muziekvideo's waren toen nog niet zo gebruikelijk en film als medium werd vooral geassocieerd met musea en galerieën voor moderne kunst. Aldighieri bouwde een visuele scenografie die interacteerde met de muziek: ze mixte, in realtime, videoclips om zo ritmes en pauzes van de muziekstroom te interpreteren. Persoonlijk ken ik verder veel vrouwen die VJ-en in clubs. Ook zijn veel belangrijke dj's, muzikanten, componisten en technici vrouwen. Daarom heb ik mijn gender in deze context nooit als een nadeel ervaren. Vrouwen zijn wel vaak minder vertegenwoordigd, maar mijn ervaring is dat dit meer in het academische kader gebeurt dan in clubs.

Vj-en gaat vooral over sampling: een techniek die in de jaren 70 door de komst van VHS werd begunstigd en nu door digitale technologie en internettoegang. Hoe zie je remixpraktijken in een grotere historische context?

In rockshows uit de jaren 60, bijvoorbeeld van Pink Floyd en The Velvet Underground, werden gekleurde lichten over de band geprojecteerd, waarbij werd geëxperimenteerd met oliën, kleurstoffen, gelatine, rook en reflecterende oppervlakken. Na de jaren 70 was er een toename van populaire experimenten binnen de elektronische muziek, dankzij Kraftwerk en een paar anderen; de toename van visuele effecten liep parallel met het gebruik van nieuwe technologieën in muziekinstrumenten, zoals synthesizers.

Ik leef natuurlijk in een heel ander tijdperk. Ik voel me op mijn gemak bij het concept van 'remixcultuur'. De term remix werd geboren in een muzikale context, tijdens de ontwikkeling van sampling: een compositiepraktijk gebouwd door het verwerven, opnemen en reproduceren van een audiosignaal. Later nam deze definitie een multimediale wending en omvatte alle vormen van selectie, sampling en hergroepering van verschillende elementen uit een verscheidenheid aan media. De definitie van 'remixcultuur' doet denken aan de culturele praktijk van intermediahybridisatie, met betrekking tot de participatieve dimensie van de hedendaagse samenleving, waartoe ik behoor. Als ik denk aan het huidige medialandschap, dat ik consumeer als publiek en als vj, moet ik erkennen hoe het wordt gevoed door bottom-up producties en user-generated content. De convergentie van media, het idee van een internationale onderlinge verbinding door middel van de prothetische uitbreiding van onze zintuigen, zoals de belangrijkste mediatheorieën van de afgelopen zestig jaar hebben verklaard, wordt steeds doordringender en maakt deel uit van onze dagelijkse ervaring, dus buiten deze wereld kan ik mijzelf niet voorstellen.

Bits & Pieces Collection

Geïnspireerd door de New Film History-beweging, koos Eye Filmmuseum (voormalig Nederlands Filmmuseum) in de jaren tachtig ervoor om afstand te nemen van de canon: Eye Filmmuseum besloot de conserverings- en presentatieactiviteiten te verbreden naar de marges van de filmgeschiedenis, mede op basis van de esthetische waarde van films. Na die beslissende wending richtte het collectie- en conserveringsbeleid van Eye zich op de conservering van non-fictiefilms uit de jaren 1910, de kleuren van de stomme film en filmmaterialiteit in het algemeen. In die context, onder leiding van wetenschappers en filmmakers Eric de Kuyper en Peter Delpeut, ontstond de traditie van het samenstellen van de Bits & Pieces-collectie. Deze onvolledige en ongeïdentificeerde filmfragmenten, die normaal gesproken in de prullenbak belanden, worden bewaard en samengesteld door Eye-archivaris, op basis van hun schoonheid en uniciteit.

still uit de Bits & Pieces-collectie
still uit de Bits & Pieces-collectie

Dit interview met Eye-curatoren Elif Rongen-Kaynakçi en Mark-Paul Meyer, door wetenschapper Christian Olesen in het tijdschrift NECSUS, geeft meer inzicht in de geschiedenis en de fotogénie van de Bits & Pieces-collectie.

Read the interview on the NECSUS website
still uit de Bits & Pieces-collectie
still uit de Bits & Pieces-collectie