Eye Filmmuseum, inclusief terras, is toegankelijk met een geldige QR-code in de CoronaCheck-app of uitgeprint (13+) en geldig ID (14+).

Meer informatie
Sluit

Female Gaze: Esther Duysker

De blonde bombshell, de femme fatale, sirens of the silver screen. Al 125 jaar zien we vrouwen op het filmdoek, maar zelden hadden ze achter de schermen de touwtjes in handen. Gelukkig is er een verandering gaande. In een reeks interviews met inspirerende vrouwelijke makers vertellen zij over hun eigen werk aan de hand van een filmfragment van een andere vrouwelijke maker. In dit eerste interview vertelt scenarist Esther Duysker over de film Daughters of the Dust van regisseur Julie Dash.

Door Gina Miroula07 oktober 2021

Geschilderd portret van Esther Duysker door Kiki Weerts
Portret door Kiki Weerts

Esther Duysker komt aanlopen over de trappen voor Eye Filmmuseum. “Zullen we eerst koffie drinken en elkaar leren kennen?” oppert Esther glimlachend. Ze draagt een Afrikaanse hoofddoek, het kleurpalet ervan keert terug in haar goudgele gympen. “Ik vind het best persoonlijk om alles meteen op tafel te gooien.”

Esther Duysker op de trap voor Eye Filmmuseum
Foto door Anna Meijer

In haar werk (ze is scenario-, toneel- en hoorspelschrijver) staat het vinden van de eigen identiteit vaak centraal. Esthers personages moeten herkenning oproepen en daardoor troost bieden. Ze koos Daughters of the Dust (1991) van regisseur Julie Dash als leidraad voor het interview: de eerste grote bioscooprelease van een zwarte vrouwelijke maker.

Esther verhuisde op achtjarige leeftijd van Amsterdam naar Bovenkarspel. De liefde voor taal erfde ze van haar Surinaamse moeder. In diens werkkamer schreef ze haar eerste verhalen. “Ik herinner me volle boekenplanken, waaronder Het bureau van Voskuil in zeven delen, en veel antropologische literatuur. Tussen haar spullen gebeurden dingen in stilte.”

Na de opleiding Writing for Performance in Utrecht werkte Esther aan uiteenlopende projecten, zoals de toneelteksten A Raisin in the Sun, Othello en De blackout van ‘77. Ook bewerkte ze roman De kleuring van H.H. Monkau tot hoorspel en schreef ze met Brian Elstak het kinderboek TROBI. Buladó, haar speelfilmdebuut als scenarist, opende in 2020 het Nederlands Filmfestival. De film won een Gouden Kalf in de categorie Beste Film.

Je hebt gekozen voor Daughters of the Dust. Wat raakt jou in deze film?

“Het verhaal wordt verteld vanuit een volledig vrouwelijk narratief – dat is toch prachtig?” glundert Esther. “Een belangrijk thema vind ik de spiritualiteit. Die toont zich in de kracht van het water waar Ibo Island door wordt omringd. De Gulahs zijn over dit water gekomen, ze worden er in gedoopt en baden erin. Zonder dat het wordt uitgesproken toont de aanwezigheid van het water het belang ervan.”

“Neem de scène waarin drie vrouwelijke hoofdpersonages (Yellow Mary, Trula en Eula) uitkijken over Ibo Landing. Ze wisselen gedachten uit over vrouw-zijn en over mannen: hebben we ze wel of niet nodig? Tijdens dit gesprek verdwijnen we in een flashback naar een uitgerekt strand waar een verliefd stel overheen rent. Het had bij de tekst van de vrouwen kunnen blijven, maar ineens is daar de zee. In Daughters symboliseert de zee de begraafplaats voor de zwarte lichamen die terug wilden zwemmen naar hun geboortegrond.”

Je moet cookies accepteren om dit te kunnen kijken.
Het fragment uit Daughters of the Dust dat Esther Duysker uitkoos.

Welke rol speelt spiritualiteit in jouw eigen films?

“De dag dat mijn moeder 65 had moeten worden, vloog er een Dagpauwoog-vlinder mijn werkkamer binnen. Ik legde de laatste hand aan mijn eerste speelfilm: Buladó. Tegelijk zat een van mijn zusjes [presentatrice Sosha Duysker] bij Rutte aan tafel om over racisme te praten. We maakten die dag beiden een carrièregroei door. De vlinder voelde als een bezoekje van mijn moeder, die kwam vertellen dat ze trots op ons is. In Buladó proberen we het gevoel dat ik kreeg toen de vlinder binnen vloog ook over te brengen.”

Dit gebeurt wanneer hoofdrolspeler Kenza voor het eerst naar het graf van haar moeder gaat. Het is alsof een leguaan haar de weg wijst. Ze gaat op de zerk liggen en kijkt naar de voorbijdrijvende wolken. Even lijkt het alsof ze boven het graf uitstijgt.

“Ze ervaart een soort revelatie die haar verder helpt de dood voor zichzelf en haar vader een plek te geven. Spiritualiteit kan een realistisch, zingevend en verzachtend onderdeel van het leven zijn. Dat geef ik de kijker graag mee. En wat de vlinder betreft: die stierf na enkele reddingspogingen in mijn raamkozijn. Met een vriendin heb ik het beestje geprepareerd. Nu staat ze te prijken in de kast naast mijn button van het Gouden Kalf.”

Was er tijdens je opleiding ruimte voor het onderzoeken van je eigen identiteit?

“Nou… ik miste voorbeelden zoals Julie Dash. Alles was overwegend westers, wit en man. In mijn debuutfilm, de NTR KORT! DAG (2011) was de hoofdrol oorspronkelijk weggelegd voor een Nederlands wit jongetje. Mijn producent vroeg: waarom is hij niet Surinaams? Ik herschreef het verhaal. Nu gaat het over twee verschillende culturen en hoe Surinamers omgaan met de dood en tegelijk het leven vieren. De producent opende een deur binnen mijn makerschap naar een wereld die niet altijd op de mijne leek. Een wereld waaraan ik, anders dan tijdens mijn opleiding, bredere opvattingen, ervaringen en perspectieven toe kon voegen.”

Voordat Esthers filmcarrière (mede door Buladó) in een stroomversnelling terechtkwam, werkte ze veel voor het theater. Dat doet ze nog steeds. “Bij mijn hertaling/bewerking van Othello voor Het Nationale Theater heb ik veel nagedacht over mijn zwartzijn. Wie ben ik, en wat is mijn identiteit? Genoeg mensen zullen zeggen: ‘Je maakt werk voor een wit publiek om hen uit te leggen hoe het is om zwart te zijn.’ Bij de eerste vertoning zat ik naast een vriend, een donkere jongen. Op het moment dat het witte publiek lachte om racistische opmerkingen, was ik vooral bezig hen iets uit te leggen. Ik zag mijn vriend steeds kleiner worden en vroeg me af: voor wie heb ik de voorstelling in godsnaam gemaakt? Volgens mij stuit ik nu mensen tegen de borst met wie ik mij identificeer. Wat zegt dit over mij als maker en als mens? En hoe definieert mijn makerschap mijn identiteit, en omgekeerd? Ik hecht veel waarde aan de zwarte identiteit, maar kan deze alleen vanuit mijn eigen perspectief benaderen, en daardoor nooit volledig vertegenwoordigen. Ik wil veel meer putten uit dat wat ik weet en ken. Bovendien is er een publiek voor. Zoals Julie Dash destijds, ben ik bezig met het vinden van mijn eigen stem.”

“Herkenbaarheid zorgt voor troost.”

Esther Duysker

Wat wil je dat jouw films bij het publiek losmaken?

“Herkenbaarheid die zorgt voor troost. Ik wil verhalen maken voor mensen die op mij lijken. Deze hoeven niet per se cultuur- of kleurgebonden te zijn. Laatst werd ik geappt door een kennis die een kort verhaal van mij had gelezen in AfroLit [een bloemlezing van moderne literatuur uit de Afrikaanse diaspora]. Over de seksuele ontluiking van kinderen binnen een familie. De vrouw bedankte mij. Ze had het er thuis en daarbuiten nooit over. Op zulke momenten weet ik dat er behoefte is aan dit soort verhalen, en dat je mensen iets geeft waardoor ze minder alleen zijn in hun ervaring.”

De belevingswereld van jonge kinderen komt veel naar voren in je werk. Je ziet het terug in jouw debuutfilm DAG en ook in Buladó. Hoe komt dat?

“Op mijn achttiende overleed mijn moeder. In diezelfde periode lagen mijn ouders in scheiding. Ik had ze nodig, maar ze konden er allebei niet zijn. Als oudste van drie zussen voelde ik mij heel verantwoordelijk. Aan de periode voorafgaand aan mijn moeders ziekbed heb ik mooie, nostalgische herinneringen. Ik koester dat kleine meisje, dat ik ineens niet meer kon zijn. In de blik van een onbezoedeld kind schuilt een puurheid waardoor je op een andere manier naar de wereld kijkt. Zo is het ook met het verleden; het speelt een belangrijke rol voor je verdere leven en identiteit. Net als het kind-zijn moeten we dit koesteren. Dat neem ik onbewust mee in mijn werk.”

Hoe ga je als scenarist om met de bewerking van jouw verhaal?

“Ik schets een raamwerk. Hieraan wordt in een later stadium geschaafd door een regisseur, acteur of art director. Als makers delen we dezelfde fascinatie voor hetzelfde thema, maar de perspectieven op of de ervaringen binnen die thematiek zijn verschillend. Het is daarmee altijd de vraag hoe een tekst of scène zijn weg naar buiten vindt via de acteur en de regisseur.”

Kun je een voorbeeld schetsen uit Buladó?

“In een bepaalde scène zit Kenza met haar vader in een bootje op het water. Ze maken ruzie over het lot van grootvader Weljo, en daarmee over hun eigen toekomst. Uiteindelijk springt het meisje van boord en zwemt ze weg onder water. Dit gaat over het kiezen van je eigen pad. De vader en dochter verwijderen zich van elkaar, om elkaar later weer terug te vinden. Voor de acteurs was het nodig om deze scène te spelen, maar in de montage bleek dit niet meer van belang. De regisseur, Eché Janga, had dit goed opgemerkt. Hij belde mijn vanuit de montagekamer om te zeggen dat de scène het niet had gehaald, en onderbouwde dit. Ik voelde me serieus genomen omdat hij mij in zijn keuze betrok. Als schrijver heb je soms een secundaire positie in de aanloop naar het eindproduct. In dit geval was het tegendeel waar.”

Esther noemt het “een toffe ontwikkeling” dat scenaristen en toneelschrijvers in de laatste jaren steeds meer een podium krijgen in de media. “Een scenarist wordt door de buitenwereld vaak niet gezien, terwijl een verhaal negen van de tien keer bij de schrijver begint.”

Waar gaat jouw nieuwe speelfilm over?

The Lake in January (voorlopige titel) wordt een late coming-of-age-film. Over het schrikbeeld van mezelf als vijftigjarige vrouw, wanneer ik de dynamiek met mijn vader zoals die nu is, niet heb kunnen veranderen. Lange tijd wilde ik zijn goedkeuring en erkenning. Dusdanig dat ik niet kon genieten van alles wat ik zelf doe en al heb bereikt. Wanneer we ons te veel fixeren op het welzijn en de erkenning van een ouder, vergeet je bijna zelf te leven.

“Voor mijn nieuwe film put ik inspiratie uit het echte leven. Dat zie je vooral terug in het taalgebruik. Laatst zei mijn vader uit het niets: ‘Mijn verleden met jullie is niet uit te vlakken’. Zulke uitspraken blijven me bij. Ze zijn veelzeggend in het vormgeven van mijn personage, maar ook in het begrijpen van mijn vader, en wat dit in retrospectief voor mij betekent.”

Vandaar dat ze haar nieuwe film een late coming-of-age-film noemt. “Je bent nooit te oud om een tweede leven te beginnen. Om inzichten op te doen en jezelf het leven volledig te gunnen.”

Esther kijkt naar buiten, registreert een vrachtschip dat zojuist passeert. Groot en log, op weg naar elders. “Aan de andere kant vraag ik me af of het leven niet juist bestaat uit de eeuwige zoektocht naar zingeving. Het is een van de redenen, misschien wel ‘de reden’, dat ik blijf schrijven.”

Still Daughters of the Dust (Julie Dash)
Still uit Daughters of the Dust (Julie Dash, 1991)

Bekijk Daughters of the Dust online

Daughters of the Dust is (tot 1 november 2021) te zien in Eye's online bioscoopzaal op Picl.

Kijk op Picl