Jeanne Moreau overleden, in memoriam-voorstelling zondag 6 augustus

Een van de laatste grote Europese actrices: Jeanne Moreau werkte o.m. met Louis Malle, Truffaut, Antonioni en Buñuel.

31 juli 2017

Ter herinnering aan de grote Franse actrice vertoont EYE aanstaande zondag de film waarmee Moreau doorbrak op het witte doek, Ascenseur pour l’échafaud van Louis Malle. Moreau overleed op 31 juli 2017 op 89-jarige leeftijd. De Parisienne speelde onder grote regisseurs als Antonioni, Truffaut, Buñuel en Fassbinder en was alleen de laatste twee jaar van haar werkende leven niet actief.

Jeanne Morau (Parijs, 1928) was een van de laatste grote Europese actrices. Ze speelde in meer dan honderd films, waaronder klassiekers als Ascenseur pour l’échafaud (1958), Jules et Jim (1961), Le journal d’une femme de chambre (1964) en Le procès (1962).

Moreau begon haar carrière als toneelactrice. Met twintig jaar was ze de jongste debutante ooit bij de Comédie Française, Frankrijks roemruchte theatergezelschap. In de jaren vijftig speelde ze voornamelijk kleine rollen in Franse genrefilms. Toen de jonge regisseur Louis Malle haar castte voor zijn speelfilmdebuut Ascenseur pour l’échafaud verwierf ze in één klap sterstatus. Met het daaropvolgende Les amants (Louis Malle, 1958) en Jules et Jim (François Truffaut, 1961) groeide Moreau uit tot een van de iconen van de nouvelle vague. In de jaren zestig werkte de Franse actrice met tal van internationaal vermaarde regisseurs, onder wie Michelangelo Antonioni (La notte, 1961), Luis Buñuel (Le journal d’une femme de chambre, 1964) en Orson Welles (o.a. Le procès, 1962).

opvallende verschijning

Moreau, die voornamelijk in Europese auteursfilms optrad, speelde vaak een vrijgevochten femme fatale. Door haar expressieve gezicht met de omlaag gebogen, sensuele mond en haar natuurlijke manier van acteren was Moreau een opvallende verschijning; de Parisienne trok zich weinig aan van vooropgezette ideeën over sterrendom en de rol van de vrouw. In haar persoonlijke leven had Moreau de reputatie van ‘grande amoureuse’; ze had verhoudingen met Louis Malle, François Truffaut en modeontwerper Pierre Cardin, en is korte tijd getrouwd geweest met regisseur William Friedkin.

Naast haar werk als actrice is Moreau van grote betekenis geweest voor de Franse filmindustrie. Ze hielp jonge filmmakers op weg door mee te spelen in hun films (o.a. Bertrand Blier in Les valseuses). Ook was ze tot twee keer toe voorzitter van de jury van het Cannes-festival en speelde ze een actieve rol in diverse filmorganisaties, waaronder het Franse filmfonds. Retrospectieven op internationale filmfestivals en in musea (o.a. het New Yorkse MoMA) en verschillende oeuvreprijzen, waaronder een Oscar, getuigen van de wereldwijde waardering voor haar films.

Moreau heeft een drietal films geregisseerd: Lumière (1976), L’adolescente (1979) en Lillian Gish (1983). Ze bleef tot op hoge leeftijd een veelgevraagd actrice en was onder meer te zien in films van Rainer Werner Fassbinder (Querelle, 1982), François Ozon (Le temps qui reste, 2005), Tsai Ming-lian (Visage, 2009), Amos Gitai (La guerre des fils de la lumière contre les fils des ténèbres, 2009) en Manoel de Oliveira (Gebo et l’ombre, 2012).

Een retrospectief van Moreau was in Nederland te zien in 2005 in het Filmmuseum, Amsterdam, waarbij de gerestaureerde versie van Ascenseur pour l’échafaud opnieuw werd uitgebracht.