Skip to content

Enis Aldjelis, die Blume des Ostens: een oriëntalistisch raadsel

Enis Aldjelis, die Blume des Ostens (1920) is een Oostenrijkse stille film die meer raadsels dan antwoorden oplevert. Opgenomen in Istanbul maar onbekend in de Turkse filmgeschiedenis, uitgebracht als nieuwe film maar jaren eerder al opgenomen en met een actrice in de hoofdrol wier echte naam en levensverhaal uit de geschiedschrijving verdwenen. Aan de hand van nieuw beschikbare historische kranten en archieven reconstrueert Eye-curator Elif Rongen-Kaynakçi de ingewikkelde productiegeschiedenis van de film, en wat er is geworden van de mensen die hem maakten.

Door Elif Rongen-Kaynakçi25 augustus 2026

Sensationeel! Spannend! Het verhaal van een jonge Turkse vrouw... Een oosters liefdesverhaal... Originele locaties in Constantinopel met prachtige uitzichten op de Bosporus en de Gouden Hoorn... Geschreven en geregisseerd door Ernst Marischka... Met Lilly Marischka in de hoofdrol...

In 1920 kondigden kranten Enis Aldjelis, die Blume des Ostens vol enthousiasme aan als een episch liefdesverhaal dat zich afspeelt in het Oosten, zonder veel over het plot te verklappen.

Gelukkig bestaat de film vandaag de dag nog in bijna volledige vorm, waardoor we hem kunnen beschrijven:

Achmed, de rokkenjagende zoon van een rijke Ottomaanse pasja, belooft zijn vader zijn leven te beteren. Hij vermomt zich als bedelaar en gaat op zoek naar een geschikte echtgenote. Hij wordt verliefd op Enis Aldjelis, die zijn liefde beantwoordt. Na verschillende obstakels te hebben overwonnen, trouwen ze, maar Achmed blijkt een ontrouwe echtgenoot: hij maakt Enis' leven tot een hel.

De unieke nitraatkopie van Enis Aldjelis, die Blume des Ostens dook in de jaren tachtig op in Nederland en keerde in 1986 terug naar Oostenrijk. Filmarchiv Austria restaureerde de film in 1991; daarvoor was hij decennialang niet vertoond en wist men er vrijwel niets over. Ook nu nog bestaan er veel onduidelijkheden rond de film.

Onderzoek dat nu pas mogelijk is, dankzij de wereldwijde beschikbaarheid van historische kranten en andere databases, werpt nieuw licht op de hoofdrolspelers en de productieomstandigheden van de film. Tegelijkertijd laten deze bronnen zien dat de promotie van de film destijds verwarrend was, soms zelfs tegenstrijdig, mogelijk met opzet. Sommige Duitse kranten en tijdschriften noemden de film bij de release in 1920 Enis Aldjelis, die Rose des Ostens. In het buitenland werd de geëxporteerde film geadverteerd onder vertaalde titels (in het Nederlands: Enis Aldjelis, de roos uit het oosten), met wisselende spelling van de namen van acteurs en personages. En hoewel de film in 1920 werd uitgebracht als recente productie (‘soeben fertiggestellt’: net voltooid), hadden de opnames zo'n twee jaar eerder al plaatsgevonden.

Wie Enis Aldjelis vandaag de dag bekijkt, blijft achter met veel vragen. De film is overduidelijk opgenomen op straat in Istanbul, met een overwegend Oostenrijkse cast en crew. Toch maakt de Turkse filmgeschiedenis nergens melding van de film, niet officieel en niet in persoonlijke memoires, ook al beschrijven Oostenrijkse bronnen hem als een omvangrijke, spraakmakende productie die op straat in Istanbul veel bekijks trok. Ook zijn er tot nu toe geen artikelen bekend uit lokale tijdschriften of kranten.

Ten tijde van de release in 1920 was Enis Aldjelis al een politieke onmogelijkheid. Hoe konden Oostenrijkers, samen met het Ottomaanse Rijk verslagen in de Eerste Wereldoorlog, door de straten van Istanbul zwerven om een melodrama op te nemen, terwijl de zegevierende Britse en Franse troepen de stad van november 1918 tot 1923 bezet hielden? En hoe maak je een speelfilm in een land met nauwelijks filmproductiefaciliteiten?

In search of answers, here is an attempt to piece together the careers of the protagonists and reconstruct the context in which the film was made.

Op zoek naar antwoorden volgt hier een poging de loopbanen van de hoofdrolspelers in kaart te brengen en een reconstructie van de context waarin de film tot stand kwam.

Regisseurs en acteurs

De gebroeders Marischka en het Marischka-Filmgesellschaft

Ernst Marischka (1893-1963) staat tegenwoordig vooral bekend om zijn latere films, maar was vanaf het begin van zijn carrière een ambitieuze regisseur. Hij werd geboren in Wenen en ging, net als zijn broer Hubert, al op jonge leeftijd in de filmindustrie werken. In 1913 had hij al zijn eerste scenario geschreven, en hoewel hij vooral scenarioschrijver bleef, regisseerde hij vanaf 1915 ook af en toe films. Zijn grote doorbraak kwam pas in 1954, toen Mädchenjahre einer Königin een internationale hit werd, gevolgd door Sissi in 1955, allebei met Romy Schneider in de hoofdrol. Al snel volgden er meer.

Hubert Marischka (1882-1959) had zich vóór 1910 al gevestigd als succesvol operazanger en speelde van 1913 tot 1932 regelmatig in films. Tot aan zijn dood groeide hij uit tot een bekende film- en operaregisseur en scenarioschrijver.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtten Ernst en Hubert in Wenen het Marischka-Filmgesellschaft op, die ogenschijnlijk tot halverwege de jaren twintig actief bleef. Enis Aldjelis was waarschijnlijk hun eerste productie.

Lilly Marischka als Enis Aldjelis

De ster van de film, Lilly (ook wel Lily of Lilli) Marischka (1900-1978), was Ernst Marischka's aanstaande echtgenote en werd gepromoot als dé ster van het Marischka-Filmgesellschaft. Toch bestond er tot voor kort verwarring over haar ware identiteit. Dankzij de onderzoekers van het Oostenrijkse filmmuseum, waar de archieven van de familie Marischka worden bewaard, weten we nu dat ze in Wenen werd geboren als Karoline Bobrowsky. Ze trouwde op 11 augustus 1918 met Ernst en beviel op 8 maart 1919 van hun dochter Mady.

Ondanks haar sterrenstatus rond 1920, toen ze de covers van filmtijdschriften sierde, verdween ze geleidelijk naar de achtergrond bij de productiemaatschappij van haar man. Haar acteercarrière raakte nog tijdens haar leven volledig in de vergetelheid, en ze verdween vervolgens vrijwel volledig uit de filmgeschiedenis.

still Enis Aldjelis, die Blume des Ostens (Ernst Marischka, AT 1920)

still Enis Aldjelis, die Blume des Ostens (Ernst Marischka, AT 1920)

Georg Reimer-Hahn als Achmed

Over Georg Reimer-Hahn, die de rol van Achmed speelde, is maar heel weinig bekend. Tot op de dag van vandaag schrijven bronnen zijn naam op sterk uiteenlopende manieren, wat voor verwarring zorgt, mogelijk zelfs met andere personen.

Deze onduidelijkheid lijkt van meet af aan te hebben bestaan: een Oostenrijkse advertentie voor Enis Aldjelis in Neue Kino Rundschau noemt hem Tom Raimer-Hahn. Een overlijdensbericht dat Edith Helen Gitana in 1922 schreef in Filmwelt vult echter meer details in over zijn carrière, en bevestigt dat Reimer-Hahn in 1922 op slechts 28-jarige leeftijd overleed.

Voor een eerder interview, gepubliceerd in Filmwelt in 1921, had dezelfde journaliste uitgebreid met hem gesproken, onder meer over zijn avonturen in Istanbul met de Marischka's. Door zijn slechte gezondheid en vroege dood bleef zijn filmografie beperkt tot een handvol films, wat zijn anonimiteit vandaag de dag verklaart.

Hoe en wanneer werd Enis Aldjelis opgenomen?

Een lang verslag dat Ernst Marischka schreef voor Kinowoche verduidelijkt een aantal productiedetails. Onder de titel ‘Mein film-kreuzzug’ (‘Mijn filmkruistocht’) beschrijft hij hoe hij in 1917 met zijn gezelschap aan boord van de Oriënt-Express stapte, op weg naar Constantinopel: zijn broer Hubert, zijn vrouw Lilly en de acteurs Georg Reimer-Hahn, Theodor Weiss en Ludwig Stärk. Lothar Ring sloot zich bij hen aan als ‘dramaturg’. Nadat ze nog een paar extra acteurs hadden opgehaald bij het Koninklijk Theater van Sofia in Bulgarije, kwamen ze eindelijk op hun bestemming aan.

Mijn bedoeling was duidelijk: ik wilde een film maken die in het buitenland belangstelling zou wekken... Daarvoor had ik een exotisch onderwerp en een exotische omgeving nodig. Aangezien ik niet wist hoe ver we zouden komen, moest ik mijn werkwijze aanpassen. Ik kon de verhaallijn van de film niet van tevoren vastleggen, maar moest erop vertrouwen dat ik die later zou ontwikkelen, zodra de film was opgenomen, op basis van de landschappelijke mogelijkheden die zich zouden voordoen.

"… Eerst moesten we bij de autoriteiten de weg vrijmaken. We waren voorbereid op weerstand en wisten ook hoe we die konden overwinnen: bachsish [fooi of smeergeld]."

"… We hadden een deel van de figuranten uit Sofia meegenomen, en de regieassistenten rekruteerden een ander deel bij het Turkse theater. Het was een nogal bonte groep die we uiteindelijk bij elkaar wisten te houden: Armeniërs, Grieken, Bulgaren."

"… Waar we ook kwamen, was de opschudding enorm. Mensen verdrongen zich om ons heen, en heel vaak stonden er veel te veel vrijwillige figuranten in beeld. De politie moest meerdere keren ingrijpen om de weg vrij te maken."

"…. We reisden door alle wijken van Constantinopel en filmden in Pera, Galata en Eyüp; we staken ook de Bosporus over en bezochten Skutari (Üsküdar) en Yemkö [sic, Yeniköy?]."

"… Het resultaat van het verblijf, dat zes weken duurde, zijn de twee films Der Prinz von Pera en Enis Aldelis [sic], die Blume des Ostens. Omdat we daar ter plaatse niet konden ontwikkelen, konden we de mislukte scènes pas na onze terugkeer eruit knippen. We hebben die scènes opnieuw opgenomen in een Weense studio."

"Ik ben tevreden met het resultaat. De twee werken, die binnenkort ook in Wenen in première gaan, zijn een compleet artistiek succes en, omdat ze aan Amerika en Duitsland zijn verkocht, ook een commercieel succes.

– fragmenten uit ‘Mein film-kreuzzug’ in Kinowoche (vol. 3, 1920).

Enis Aldjelis werd ook verkocht aan Nederland, waar de film enthousiaste recensies kreeg van de lokale pers. Eén advertentie prees de film zelfs aan als “De eerste Turksche film in Nederland. Iets heel bijzonders!” (Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad, 9 juli 1920)

De Marischka's wilden duidelijk inspelen op de oriëntalistische mode van die tijd. Tegen 1920 bracht de westerse filmindustrie de ene na de andere exotische liefdesfilm uit: Die Rose von Stambul (A. Wellen, DE 1919), Sumurun (E. Lubitsch, DE 1920), Die Todeskarawane (J. Stein, DE 1920), La Sultane d'amour (Somptier & Burguet, FR 1919), The Right to Love (G. Fitzmaurice, US 1920), en dan hebben we het nog niet eens over het wereldwijde succes van de ‘Maharadja’-films, met Gunnar Tolnaes in de hoofdrol sinds 1916. Geen van deze films werd echter daadwerkelijk in Istanbul opgenomen, en de Marischka's moeten het gevoel hebben gehad dat ze goud in handen hadden. Juist het opnemen op locatie onderscheidt Enis Aldjelis: door het alledaagse straatleven te tonen, krijgt de film documentaire-achtige scènes. De bekendste toeristische bezienswaardigheden van Istanbul – de Blauwe Moskee, de Galatabrug, Eyüp – maken allemaal deel uit van het decor.

still Enis Aldjelis, die Blume des Ostens (Ernst Marischka, AT 1920)

still Enis Aldjelis, die Blume des Ostens (Ernst Marischka, AT 1920)

Zoals eerder vermeld werd de film weliswaar in 1920 uitgebracht, maar was het beeldmateriaal al eerder opgenomen: een bevestiging van Marischka's vooruitziende blik voor exotische onderwerpen. Zijn geheugen lijkt echter te ver terug te gaan: hij beweert dat hun reis naar Istanbul in 1917 plaatsvond. Leggen we de puzzelstukjes naast elkaar, dan is het waarschijnlijker dat ze in juni-juli 1918 in Istanbul waren. De aanwijzingen staan in Marischka's eigen verslag:

Ik betreur het nog steeds dat we de grote brand van Constantinopel, die tijdens ons verblijf woedde, niet hebben kunnen filmen. Wel legden we met onze camera de begrafenis van de sultan vast. We waren net een straatscène aan het filmen toen de stoet voorbijtrok [...] De stoet werd geflankeerd door twee rijen vrouwen die met zakdoeken zwaaiden. We filmden de scène en improviseerden een verband met de verhaallijn van de film.” (uit Kinowoche, vol. 3, 1920)

In zijn interview uit 1921 in Filmwelt bevestigt Reimer-Hahn dit: "Marischka wilde de sultan daar destijds filmen, maar kwam net op tijd aan voor zijn begrafenis, en ging onverschrokken door met filmen."

De ‘grote brand van Constantinopel’ waar hier over wordt gerept betreft waarschijnlijk de brand in Cibali, die op 10 juni 1918 uitbrak en een paar dagen aanhield. Sultan Mehmed Reshad stierf op 3 juli aan hartfalen, of misschien de Spaanse griep. Zijn begrafenisstoet vond plaats op 4 juli 1918.

Toen Marischka in 1920 ‘Mijn filmkruistocht’ schreef, noemde hij Lilly in retrospectief met vanzelfsprekendheid zijn vrouw, al waren ze tijdens de opnames van Enis Aldjelis nog niet officieel getrouwd. Hun huwelijk vond plaats in Wenen op 11 augustus 1918, waarschijnlijk direct na hun terugkeer uit Istanbul (mogelijk nadat ze hadden ontdekt dat Lilly zwanger was).

Ook de filmografie van Reimer-Hahn wijst erop dat de reis niet in 1917 kan hebben plaatsgevonden. Na in 1917 zo'n vijf films te hebben gemaakt, werd hij kort na de première van Hilde Warren und der Tod op 31 augustus 1917 in het Tauentzien-Palast in Berlijn ziek. Pas zo'n zes maanden later had hij genoeg kracht om zich bij de Marischka's aan te sluiten voor de reis naar Constantinopel en zijn filmcarrière weer op te pakken.(Filmwelt, 1921, no. 25)

De beelden van de begrafenis van de sultan komen niet voor in Enis Aldjelis. Waarschijnlijk gebruikten ze dit beeldmateriaal voor de andere film, Der Prinz von Pera, werd aangekondigd als een ‘Italiaans spionageverhaal’ en naar verluidt geproduceerd werd door een Hongaars bedrijf genaamd Luna Film. Van deze film zijn tegenwoordig maar weinig referenties bekend, maar een advertentie in de Münchner neueste Nachrichten (16 juli 1920) opent de weg naar interessante nieuwe vragen. We weten uit zijn eigen verslag dat Reimer-Hahn ook in deze film meespeelde, maar de advertentie noemt Hubert Marischka en Lili Bobrovska als de hoofdrolspelers. Gezien de kleine cast en crew, en het feit dat Lilly Marischka geboren werd als Karoline Bobrowsky, is het zeer aannemelijk dat dezelfde actrice in beide films de hoofdrol speelde, onder een andere artiestennaam.

Helaas wordt Der Prinz von Pera, de ‘tweelingfilm’ van Enis Aldjelis, nog altijd verloren gewaand. Dat maakt Enis Aldjelis des te opmerkelijker als uniek historisch document. De cinematografische verdiensten zijn misschien niet heel groot, maar Enis Aldjelis biedt nog steeds een fascinerende blik op de eigenaardigheden van de stillefilmgeschiedenis, en op het leven en de carrières van de hoofdpersonen.

Kijk online

De unieke nitraatkopie van Enis Aldjelis werd in de jaren 80 in Nederland gevonden en in 1991 gerepatrieerd naar Oostenrijk, waar deze door Filmarchiv Austria werd gerestaureerd en gedigitaliseerd. Omdat het originele scenario niet meer bestaat, werden nieuwe Duitse titelkaarten gecreëerd, gebaseerd op de Nederlandse tussentitels op de nitraatkopie. De soundtrack is van de Turkse psychedelische band BaBa ZuLa en live opgenomen tijdens een optreden op 30 april 2025 in Istanbul. Je kunt de film gratis bekijken op ons streamingplatform Eye Film Player.

Naar Eye Film Player