Skip to content

Filmrestaurateur Jan Scholten over Gebroken spiegels

Voor het opnieuw tot leven wekken van Gebroken spiegels uit 1984 was het werk van Eye's filmrestaurateur Jan Scholten onmisbaar. Begeesterd vertelt hij over wat erbij kwam kijken.

Door Tamara Klopper14 februari 2023

still uit Gebroken spiegels (Marleen Gorris, NL 1984)
still uit Gebroken spiegels (Marleen Gorris, NL 1984)

In Gebroken spiegels (Marleen Gorris, 1984) leer je vrouwen kennen die allemaal om een eigen reden in bordeel Happy House werken. Tegelijkertijd wordt een huisvrouw ontvoerd en in een kelder opgesloten. Langzaam wordt duidelijk hoe het lot van deze vrouwen met elkaar is verbonden. In de podcast-aflevering …in het Nederlandse filmarchief uit de serie Op de vijfde rij... spreekt presentator Cesar Majorana kenners over deze feministische klassieker van Marleen Gorris.

Conservator Catherine Cormon, professor Patricia Pisters en de makers van serie en film Anne+ komen aan het woord over deze film die werd geprezen maar ook shockeerde vanwege de visie op mannelijke seksuele exploitatie en geweld tegen vrouwen. Jan Scholten, filmrestaurateur bij Eye Filmmuseum, belicht de film vanuit een ander oogpunt. In de podcast vertelt hij hoe de restauratie verliep.

Verloren kunst

Vooropgesteld: analoge filmprojectie is een bijna verloren gegane kunst. In ons land is Eye een van de weinige bioscopen waar dit nog gebeurt. Dus wil je een analoge film vertonen, dan zal deze in principe gedigitaliseerd moeten worden. Dankzij de restauratie kan iedereen Gebroken spiegels opnieuw beleven, thuis op de Eye Film Player.

Het resultaat dat je op de Eye Film Player kunt bekijken, hebben de bezoekers destijds eigenlijk nooit in de bioscoop gezien. Eye’s filmrestaurateur Jan: “De restauratie van Gebroken spiegels is namelijk nog mooier dan bezoekers het destijds vanuit hun rode stoel zagen. Dat zit zo: in de analoge tijd kregen bioscopen altijd een kopie van het originele negatief voor vertoningen, dus het was een duplicaat die op het witte doek werd geprojecteerd. Het dupliceren van analoge film betekent kwaliteitsverlies. De kleur is minder, de scherpte is minder, de briljantie is minder.”

“De restauratie van Gebroken spiegels is nog mooier dan bezoekers het destijds vanuit hun rode stoel zagen.”

Filmrestaurateur Jan Scholten

36 beelden per seconde

Voor restauraties werkt Jan met wat er in het Eye-archief voor handen is. Bij voorkeur zijn dat de scans van het originele negatief. “Dat is het materiaal dat tijdens het filmen op de locatie is geschoten en rechtstreeks uit de camera werd gedraaid. Als dat in het archief zit en niet gigantisch beschadigd is, ben je als restaurateur heel erg blij.” Zo’n negatief gaat eerst naar het lab van Haghefilm. Helemaal mooi als de lijsten van de kleursamenstelling per shot van toentertijd beschikbaar zijn, want bij Haghefilm kunnen ze deze gegevens van analoog overzetten naar digitaal. “Je krijgt daarmee de identieke kleuren terug en bereikt een sublieme grading.”

Dit was het geval bij Gebroken spiegels, want zowel het originele negatief als de kleurenlijsten waren te vinden in het archief van Eye. Film vliegt normaal gesproken met 24 beelden per seconde door de projector. Maar het getrainde oog van Jan – sinds 2009 restaurateur bij Eye – onderscheidt vuil, strepen, perforaties en scheurtjes bij een snelheid van 36 beelden per seconde. Jan scant het negatief, maakt notities. Dan gaat het de digitale workflow in en retoucheert hij de onvolkomenheden met software. Voor Gebroken spiegels had hij daar vijf dagen voor nodig.

“Analoge film leeft meer, er zit een korrel in.”

Filmrestaurateur Jan Scholten

still uit Gebroken spiegels (Marleen Gorris, NL 1984)
still uit Gebroken spiegels (Marleen Gorris, NL 1984)

Spelen met licht

Bij elke restauratie kom je hindernissen tegen, ook bij deze. “Gebroken spiegels is met heel speciaal licht geschoten, met rood licht en donkere partijen. Je moet als restaurator dan heel goed opletten wat je doet, want op dit punt heb je te maken met een verschil tussen analoog en digitaal. Waar je voor moet zorgen is dat alle details in de donkere partijen overeind blijven. Je wilt dat het goed te zien is dat iemand zwart haar heeft en dat het kapsel niet een grote zwarte muts lijkt.”

Waarom zouden we volgens Jan deze film uit 1984 allemaal weer moeten bekijken? Wat Jan tijdens het bestuderen van het licht bevestigd zag, is dat de cameramannen van weleer wisten hoe ze ermee om moesten gaan. “Ze spelen met licht, beheersen het oude ambacht. Bij het digitale filmproces wordt makkelijker gezegd: 'Dat licht krijgen we later wel goed in de postproductie.'” Analoge film vindt hij wat meer hebben dan hartstikke strak digitaal beeld: "Het leeft meer, er zit een korrel in. En van mij mag het beeld wat onstabiel staan.”

Prachtig schoon beeld

In de podcast zegt Jan dat er voor hem geen verschil is als het gaat om welke film hij restaureert. “De curator maakt de keuze voor de film. Die heeft er plannen mee en daarom wordt het gedigitaliseerd. Eigenlijk moet je me inhoudelijk ook niks vragen over de film.” Verrassend genoeg, want Jan zag de beelden van Gebroken spiegels vier, vijf keer voorbijkomen, met shots van een vermoorde vrouw en van sekswerkers in ondergoed. Daarover doorvragen blijkt zoiets als aan een gynaecoloog vragen wat het patiëntenonderzoek met je doet, want het antwoord is ontnuchterend.

“Het moet prachtig ‘schoon’ beeld zijn, dan is je missie geslaagd.”

Filmrestaurateur Jan Scholten

“Mijn focus ligt op de kwaliteit van het materiaal”, benadrukt Jan. “Is het aangetast door een bacterie, zie ik kleine haarscheurtjes en zit daar een randje? In de digitale versie wil je gewoon niet meer zien dat het beeld heeft geleden.” Het mag duidelijk zijn: restaurateursogen kijken met een technische blik naar de films die door hun handen glijden. “Het moet prachtig ‘schoon’ beeld zijn, dan is je missie als restaurateur geslaagd.”

Opgaan in het verhaal

Tot slot de vraag: zie je als leek het verschil tussen een gerestaureerde en een niet-gerestaureerde film? “Het zijn de kleur, scherpte en briljantie die de grote verschillen maken. Een kenner valt dat op. De gemiddelde toeschouwer zal het om het verhaal gaan, en om hoe mooi het op camera staat.” Wat er precies anders is aan de gerestaureerde versie is voor de leek niet inzichtelijk. Toch is een gerestaureerde film ook voor de gemiddelde filmliefhebber een genoeglijke kijkbeleving. Jan: “De verhoogde kwaliteit van een gerestaureerde film maakt dat je als kijker helemaal opgaat in het verhaal.”