Onderweg naar de opnamestudio om de 'hopelijk definitieve' voice-over in te spreken voor haar nieuwste productie strijkt Merel Westrik neer op een zonnig terras in Amsterdam-Oost om te vertellen over de film. Veel dieren zullen er niet langskomen, op een brutale mus na, maar haar verhalen zijn gelardeerd met diersoorten. Haar enthousiasme over de stadsfauna werkt zo aanstekelijk dat je bijna verwacht en passant een boommarter te treffen.
Bij een referentie over een trend op social media waarin dertigers schoorvoetend toegeven opeens van vogels te houden kijkt ze glazig terug, maar zodra ze begint te vertellen over de kievit of de fitis gaan haar ogen stralen.
Merel Westrik over Amsterdam Wildlife by Night
Ruim tien jaar na Amsterdam Wildlife komen stadsecoloog Martin Melchers en maker Merel Westrik met een nachtelijk vervolg met de klinkende titel Amsterdam Wildlife by Night. Het eerste deel draaide ruim drie jaar onafgebroken bij Eye en leverde de film meer dan 14.000 bezoekers op, goed voor een officiële kristallen status. Amsterdam Wildlife by Night draait vanaf 5 juni exclusief in Eye. Reden genoeg om Merel Westrik aan de tand te voelen over de stadsnatuur van Amsterdam.
Door Sarah Famke Oortgijsen02 juni 2026
Merel Westrik en Martin Melchers
Waar komt jouw liefde voor de (stads)natuur vandaan?
“Ik groeide op in een lintdorp in Westzaan. Ik had er een hele fijne jeugd en denk dat ik daarom nog steeds het meest gelukkig word van weilanden en veldjes. Ik heb eindeloos rond gerend in wilde weilanden vol boterbloemen, kievietsbloemen, pinksterbloemen en, als je goed zocht, zelfs zonnedauw. We zagen grutto’s en zochten kievietsnesten en babyhaasjes. Mijn moeder had ook kasten vol boeken met grote prenten van allerlei planten- en insectensoorten. Dat laat blijkbaar een imprint op je hersenschors achter die nooit meer weggaat. Ze benoemde ook altijd de verschillende soorten. Als ik zei ‘kijk mam, een gele bloem!’ dan zei ze ook nooit zomaar ‘ja, inderdaad’, maar bijvoorbeeld ‘ja, dat is een boterbloem' of 'dat is klein hoefblad’. Als je daar mooie herinneringen aan hebt, dan hecht dat aan je.”
Dat klinkt meer ‘natuur’ dan ‘stad’.
“Toen ik een jaar of twintig was ging ik in Amsterdam wonen en bij stadszender AT5 werken. Daar ontmoette ik Martin Melchers, die bij de gemeente werkte als stadsecoloog. Die belde op een dag met de boodschap dat het eerste kievitsei in Amsterdam was gevonden. Daar moest ik heel hard om lachen: hádden we die dan in Amsterdam? ‘Nou en of’, zei hij, dus ik vroeg of ik een reportage mocht maken.”
Merel Westrik en Martin Melchers
Zo geschiedde. Voor het eerst sinds jaren liep Merel weer met laarzen aan door het landschap van haar jeugd, maar dit keer in het Amsterdamse havengebied. “Dat triggerde iets in mijn hoofd, het opende een luikje naar vroeger. Ik realiseerde me weer hoe veel plezier ik altijd had.”
Het was de eerste reportage van de vele die ze daarna samen zouden maken: “Daarna probeerde ik Martin te claimen. Dan werd er bijvoorbeeld een dode oehoe gebracht bij de dierenambulance en gingen we uitzoeken hoe die daar kwam.”
Aan anekdotes over haar tijd met Martin bij AT5 geen gebrek, van een in het havengebied aangetroffen vossennest (“Daar werd een bouwkeet verplaatst, waar de jongen onder zaten") tot een haas die zomaar een schoenenwinkel in de Nieuwendijk binnen was gelopen (“Waarschijnlijk de harde muziek van een festival in het Westerpark ontvlucht en daarna de weg kwijt geraakt”).
Was het vanaf toen 'aan' met Martin?
“Martin kan gewoon ontzettend leuk over dieren vertellen. Neem nou het verhaal van de paling in Amsterdam. Die komen als glasaaltjes helemaal uit de Sargassozee bij Cuba gezwommen en komen via het gemaal onze binnenwateren in, dat doen ze volledig op hun neus. En dan zegt Martin: ‘Merel, die hebben allemaal dingen gezien die wij niet hebben gezien hè. Orca’s, blauwe dolfijnen, vinvissen…’ Dat is zo’n leuke manier van de boel benaderen. Altijd gedacht vanuit het dier en altijd met humor.”
Glasaaltjes
Die combinatie van kennis en humor verklaart waarom ze hem nooit meer heeft losgelaten. De samenwerking duurt inmiddels vijfentwintig jaar, en de films zijn er een rechtstreeks uitvloeisel van. "Het is ook een beetje een ode aan onze vriendschap. Martin is echt een specialist. Hij weet hoe de hazen lopen, denkt als een egel, weet hoe een halsbandparkiet of uil zich gedraagt. Je hebt zulke mensen nodig in de stad – en in je leven – om je te wijzen op hoe wonderlijk alles eigenlijk is. Dat willen we heel graag delen, zonder het mensen door de strot te duwen.”
Waar Martin de rol van stadsecoloog pakt in de films, is Merel de (niet zo) stille kracht achter de producties. Ze heeft zelf veel gefilmd, monteerde mee, regelde de uitnodigingen, maakte de ondertiteling, ook een Engelse en zocht iemand voor de poster. “Ik heb helemaal geen idee hoe de filmwereld werkt joh. Het is een uit de hand gelopen hobby”, zegt ze met affectie.
Amsterdam Wildlife draaide uiteindelijk drie jaar onafgebroken in Eye. Had je dat succes verwacht?
“Amsterdam Wildlife begon als ons passieproject. We hebben mensen vooraf gevraagd symbolisch een kaartje te kopen. Van de opbrengst hebben we een bioscoopversie gemaakt en Tuschinski afgehuurd. Toevallig was daar iemand bij die zei: ‘Deze film is veel te leuk om maar één keer te draaien.’ Zij heeft ons in contact gebracht met een van jullie programmeurs.”
Wat verklaart volgens jou het succes dat daarop volgde?
"Als Amsterdammer denk ik: ik ben óók geïnteresseerd in met wie ik mijn stad deel, of dat nou de mensen zijn of de dieren. Als je een nieuwsgierige Amsterdammer bent, is het gewoon heel erg leuk om te weten wat er allemaal mee zit te gluren. Wat er leeft in het Amsterdamse Bos waar je elke week hardloopt of je hond uitlaat."
Een karekiet in diens nest in het riet
"De kleine karekiet zit overal in de rietkragen, dat moet je maar weten. Maar áls je het eenmaal weet, en je hoort er een, dan weet je vanaf nu altijd wat het is."
Zoals je kan genieten van de menselijke paradijsvogels, zo kan je ook genieten van alle wonderlijke dieren. Ik vind dat mind boggling."
Amsterdam is ook een bijzonder goede plek daarvoor, voegt ze eraan toe. De stad ligt op een knooppunt van landschappen. "Op een hoog punt zie je gewoon de zee liggen, de duinen en de binnenwateren. We zijn als stad omringd door een groot groen gebied." Dat trekt soorten aan die je in een willekeurige andere stad niet zomaar kunt verwachten. “Maar zelfs – en zeker – in het havengebied, midden in het geweld van scheepvaart en laden en lossen, wonen veel soorten.”
Op een gegeven moment was er ook de documentaire De Wilde Stad, die zich – letterlijk en figuurlijk – op hetzelfde terrein begaf. Hoe keken jullie daarnaar?
“Onze babyvos is hun volwassen vos, zeg maar. Wij maakten in 2015 onze film, drie jaar later kwam De Wilde Stad uit. Ik zeg: hoe meer natuurfilms hoe beter! Wij hebben de makers nog geholpen trouwens, wij wisten bijvoorbeeld een bepaald eendennest op een hoog balkon te vinden. Als de kuikentjes uit het nest komen, springen ze zo naar beneden. Dat is spectaculair om te filmen, maar wij hadden maar een handycam en een paar GoPro's. Zij hadden een groot professioneel productieteam, met cameramensen van National Geographic. Dus die beelden hebben we hen gegund. Er kunnen niet genoeg van dat soort dingen gemaakt worden.”
Ruim tien jaar later is er nu Amsterdam Wildlife by Night. Waarom duurde het zo lang?
“Na deel één zijn we eigenlijk meteen fanatiek begonnen met deel twee, maar het leven kwam er tussendoor." Ze somt het op met de luchtigheid van iemand die er inmiddels vrede mee heeft: een editor met een gebroken rug, zijzelf druk met het ochtendjournaal, een verhuizing, verbouwing, de tropenjaren met een jong kind. "En de termijn waarin je kan filmen is gewoon krap, we hadden steeds het voorjaar nodig. Als er dan iets tegenzit, ben je meteen een jaar verder. De beelden komen dus uit meerdere jaren, maar dat zie je er niet aan af."
Martin Melchers en Merel Westrik
Ransuiltje
Waarom wilden jullie überhaupt een vervolg maken?
"Er waren nog zoveel diersoorten die we niet kwijt konden in het eerste deel. We hadden de marterachtigen nog niet allemaal vastgelegd, we hadden geen uilen in het eerste deel. Het was vrijwel meteen duidelijk dat we een tweede deel wilden maken. Om een soort van compleet te zijn, al ben je dat nooit helemaal. De ondertitel is over de verborgen natuur van Amsterdam. Dan heb je het vooral over nachtactieve soorten. Die zie je overdag niet en zijn daardoor extra lastig vast te leggen, maar des te magischer. Neem nou de boommarter."
Bij het noemen van deze diersoort verandert er iets in Merels houding. Ze wijst met beide handen aan hoe groot het beest is: zowat een meter van kop tot staart. Thuis heeft ze een opgezet exemplaar staan, een aangereden boommarter die ze ooit vonden in Amsterdam Zuidoost. "Als dieren worden aangereden is dat heel spijtig, maar het is ook een teken dat ze er zijn, in dusdanige aantallen dat er af en toe een aangereden wordt.”
De boommarter was de heilige graal van de film, hoewel Martin er een hard hoofd in had. Ze werkten met nacht- en wildcamera's en lokten het dier met graan. "Maar daar kwamen natuurlijk alleen maar muizen en ratten op af. Haha! We hebben denk ik hónderden uren aan materiaal met muizen. Elke keer dat we gingen terugkijken hadden we hoop, elke keer waren het muizen."
De boommarter bij dag
De boommarter bij nacht
Uiteindelijk lukte het en konden ze de boommarter zelfs overdag filmen. Naast de boommarter passeren ook de steenmarter, de hermelijn, de wezel en de bunzing de revue, en dat allemaal binnen de gemeentegrenzen van de stad Amsterdam. En dan is er nog de vos, waarover je volgens Merel ook een hele film kunt maken. Met enige regelmaat dwaalt er een vos de stad in. "Ik heb… laat ik het bewondering noemen, nee, diep respect, voor hoe die soorten zich weten te handhaven in een drukke stad als Amsterdam."
Wat maakt, behalve het duister, deze film anders dan het eerste deel?
"We wilden nu meer de verborgen soorten doen, die je minder makkelijk ziet, maar waarvan het zó leuk is om te weten dat ze er zijn. Neem de nachtvlinders. Als je zoet rot fruit op een boom smeert en er 's avonds met een zaklamp naartoe loopt, kan het zomaar zijn dat je de meest spectaculaire nachtvlinder in je eigen tuin hebt zitten. En ze komen op licht af omdat ze denken dat daarachter een nog duisterdere duisternis zit. Dat is gewoon heel leuk om te weten.”
De gele uil, een nachtvlinder uit de familie van de uilen
still Amsterdam Wildlife by Night (Merel Westrik & Martin Melchers, NL 2026)
Ze was er helemaal flabbergasted van, zegt ze. Voor de film ging ze mee met veldbioloog Edo Govers, die zoogdier- én nachtvlinderonderzoek doet in de stad. "Wat je je niet realiseert is dat er 's nachts hele wolken voedsel door de lucht gaan, door al die binnentuinen en stadsparken, overal waar maar groen is. En daar zitten soorten tussen, die zijn zo allejezus prachtig en groot, daar word je niet goed van.”
Zijn er ook soorten of beelden die je níet hebt kunnen vangen?
"Ik had heel graag willen laten zien hoe roofvogels en uilen muizen spotten vanuit de lucht. Muizen zijn een soort incontinent en laten een spoor van urine achter. Daar zit schijnbaar een stofje in dat roofvogels kunnen waarnemen met hun ogen. Ik wilde dat met een drone vastleggen, maar we wisten niet hoe, en daar waren we een te kleine productie voor. We maken dit echt maar met z'n tweeën."
Wanneer is deze film voor jou een succes?
Merel denkt even na, maar aarzelt niet lang. "Eigenlijk is dat al zo. Wij hebben hier zelf enorm veel plezier aan beleefd. Dit is mijn hobby, hier geniet ik van, hier zit m’n hart in. En als er een paar Amsterdammers zijn die na het kijken van Amsterdam Wildlife by Night net even anders door de stad fietsen, even blijven staan om te kijken, dan vind ik dat al geweldig." Ze lacht. "Als iedereen een half uur per dag naar een eend zou kijken, zou de wereld er sowieso heel anders uitzien. Daar zou de wereld echt van opknappen."