Skip to content

Ode aan de cinema: The Grand Budapest Hotel

Tess Milne is schrijver, programmamaker en verhalenverteller met een grote liefde voor film. In haar werk zoekt ze altijd naar de menselijke laag, of het nu op televisie is of in geschreven woord. Voor Eye Filmmuseum schrijft ze de columnreeks Ode aan de cinema, waarin ze haar persoonlijke blik werpt op de magie van film – van jeugdherinneringen tot onverwachte ontdekkingen in het filmarchief. Ze overpeinst dit keer de verloren kunst van service als moraal aan de hand van Wes Andersons The Grand Budapest Hotel.

Door Tess Milne03 februari 2026

Terwijl de temperatuur onder nul duikt opent The Grand Budapest Hotel opnieuw haar deuren. Aan de balie staat Gustave H., conciërge extraordinaire. Hij neemt je mee in een wereld die in onze moderne tijd aan het verdwijnen is. Eentje waarin efficiëntie niet de heilige graal is, waar esthetiek nog telt. Hier wordt service niet gegeven uit een oppervlakkige verplichting maar gekozen als een morele plicht.

still uit The Grand Budapest Hotel, conciërge Gustave H kijkt recht in de camera

still The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, US/DE 2014)

Er verdwijnen steeds meer stoelen uit gates op vliegvelden. In winkels staart niet de warme glimlach van een persoon, maar het flikkerende licht van een zelfscankassa je aan. In Amsterdam heb je überhaupt geluk als de bediening je een blik waardig gunt. En wat is er gebeurd met de straatlantaarns? Ze lijken zo goedkoop, efficiënt en lelijk mogelijk te zijn ontworpen. Dat voelen we ook terug in de wereld van dienstbaarheid. Maar The Grand Budapest Hotel laat ons zien dat het anders kan.

De film speelt zich af in het fictieve land Zubrowka, dat qua gevoel doet denken aan een Oost-Europees land in de jaren 30 van de vorige eeuw. Monsieur Gustave H. (droogkomisch gespeeld door Ralph Fiennes) neemt een jonge medewerker (Tony Revolori) onder zijn hoede. Ze worden vrienden, en snel daarna beschuldigd van een kunstroof. Samen proberen ze op vrije voeten te blijven, terwijl Gustave H. met de jonge Zero zijn lessen over service en etiquette deelt. “You see, there are still faint glimmers of civilization left in this barbaric slaughterhouse that was once known as humanity.

still uit The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, US/DE 2014)

still The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, US/DE 2014)

Dat laat hij zien in de behandeling van zijn gasten, elk met dezelfde waarde en etiquette. Ook wanneer de omstandigheden verslechteren laat hij zijn code of service niet los. Zo zien we hem in de gevangenis soep rondbrengen alsof het een vijfgangendiner is. “Gentlemen, tonight we dine as if in The Grand Budapest Hotel.” Ook stopt hij niet het woord 'monsieur' te gebruiken nu hij in detentie zit. Het laat zien dat het een keuze is, niet een truc die hij gebruikt om geld af te troggelen. Het is in de omgang met de minder bedeelden dat je ziet hoe oprecht de goedheid van een mens is. Blijft je standaard overeind staan wanneer de wereld om je heen instort?

Over het talent van regisseur Wes Anderson is al veel geschreven. Met zijn statische perspectieven creëert hij rust in een chaotische wereld. Daarnaast lijken de beelden rechtstreeks uit een patisserie te komen. Toch wordt deze film nergens te zoet. Dat komt door het heerlijke chaotische narratief. Dit is de whiskey in de cola van Wes Andersons werk. De strakke shots maken dat de droge humor nog lekkerder valt. Credits liggen ook bij de rest van de productie, de film won vier Oscars: Beste Kostuumontwerp, Beste Make-up en Haarstyling, Beste Originele Muziek en Beste Production Design.

Al met al is deze film de perfecte winterse ontsnapping. Vanuit etiquette kunnen kleine momenten een gouden randje krijgen. En als de winter één ding van ons vraagt, dan is het wel om de kleine momenten groots te waarderen. Gun jezelf eens een pastel taartje in plaats van het zoveelste bord smakeloze havermout. Een kleine daad van service aan jezelf. In een chaotische wereld kan etiquette ons leren dat we altijd de keuze hebben om vanuit respect te reageren. Misschien lukt het niet altijd, maar het streven is op zichzelf al iets moois.