Skip to content

Stopping power en bloedspoed, de affiches van Jaap Bollee

Waarschijnlijk zonder het te weten heeft elke filmliefhebber weleens naar werk van Jaap Bollee gekeken. Met een schenking van een collectie door hem ontworpen filmposters komt hij uit de anonimiteit.

Door Michael Oudman22 december 2025

Bij het ontwerpen of herontwerpen van filmposters was het zo klein mogelijk houden van de credits één van zijn handtekeningen. Tel je daarbij op dat Bollee, áls hij zichzelf al op de credits vermeldde, hij dat slechts in de vorm van zijn nagenoeg onvindbare bedrijfsnaam Coma Prima deed dan is het duidelijk waarom zijn naam waarschijnlijk niet direct een belletje doet rinkelen.

Jaap Bollee poseert voor de affichegalerij in Eye Filmmuseum

Foto © Michael Oudman

Koketteren met zijn naam was ook niet nodig; een groot netwerk en bewezen kwaliteit hebben ervoor gezorgd dat hij nooit heeft hoeven acquireren of adverteren. Zijn werk vond ongemerkt een plek in het collectief geheugen. Hij ontwierp bijvoorbeeld de filmposters voor beide All Stars films en Lek, maar maakte ook de posters van internationale films als Dances with Wolves, In the Mood For Love en Se7en geschikt voor de Nederlandse markt. Van bijna elke poster bewaarde hij een maagdelijk exemplaar in ladekasten. De inhoud daarvan schonk hij recentelijk aan Eye Filmmuseum.

Toen Bollee in 1979 begon als graficus, en zich in de jaren 80 specialiseerde in het maken van filmposters, ging dat nog op wat we nu de ouderwetse manier noemen. Hoewel hij als een van de eersten in Nederland een Apple Macintosh ging gebruiken, leverden filmproducenten en distributeurs hun beeldmateriaal vaak hard copy aan.

Voordat Bollee digitaal ging opleveren, begon hij met knip- en plakwerk. “Als ik klaar was met mijn ontwerp, ging dat met een koerier – je had een normale, een spoedkoerier en een bloedspoedkoerier, die vaak al stond te wachten voordat ik klaar was – naar de zetter, de lithograaf en naar de drukker. Bij het starten van het drukproces zette de chef-drukkerij de drukpers aan om op kleur te komen. De eerste posters gingen zo de prullenbak in. Als eenmaal alles liep, pakten we er één van de band af, legden die op de lichtbak en gingen met een loep kijken of alles in orde was. Dan moest daar een puntje blauw bij, daar een beetje meer geel. Dan ging de pers weer draaien, en ging je de nieuwe en de oude versie weer met elkaar vergelijken. Als alles eenmaal in orde was, zette ik mijn handtekening en de chef zijn stempel. Daarna ging alles lopen.” En op dat moment haalde Bollee een exemplaar voor zijn eigen collectie van de band.

Bijzonder aan de collectie die Eye nu in het bezit heeft, is dat de posters in perfecte staat zijn. Het was in de tijd van celluloid films gebruikelijk om de filmposter in het filmblik van de betreffende film mee te sturen naar de bioscoop. Vier keer opgevouwen dus. En waneer de film doorging naar een volgend theater, dan ging dezelfde poster weer mee. Veel oude filmposters tonen met vouwnaden en punaisegaten sporen van het zware leven dat ze ooit hadden. Blootstelling aan licht deed de inkt vaak ook niet veel goeds.

De posters die Jaap heeft geschonken zijn daarentegen rechtstreeks van de drukpers naar de lades van zijn archiefkast gegaan, waar ze plat, ongeschonden en in totale duisternis opgeslagen hebben gelegen. Inmiddels zijn ze verhuisd naar het Eye Collectiecentrum. “Ik heb toen een uitnodiging ontvangen voor een rondleiding. Ze hebben daar prachtige posters van de eerste Franse films, steendrukken op heel mooi papier. Veel dikker dan wat wij nu hebben. En zo groot ook, ongeveer 2,50 bij 1,60. Ik heb daar als graficus diep respect voor, die historie.”

Jaap gaat verder. “Als je een poster maakt, wil je natuurlijk de beste poster maken die er ooit gemaakt is. Een goede poster heeft stopping power. Als je op straat fietst, tussen allemaal neon, stoplichten, auto’s, allemaal indrukken die je moet verwerken, dan wil je dat toch de aandacht getrokken wordt door een poster die ergens op een paal is geplakt. Als dat lukt, dan voelt het hetzelfde als wanneer ik met mijn bandje in de groove zit en je elkaar aankijkt in de hoop het niet te verliezen. Dan zweef je ineens vijftien centimeter boven de grond.”

Als voorbeeld van een poster met stopping power geeft Bollee de poster van When We Were Kings. Zo’n bezweet hoofd, afgemat en goed uitgelicht, heeft meteen de aandacht.

Een poster waar Jaap minder over te spreken is, is de oorspronkelijke poster voor Barb Wire. Want hoewel het platinablonde haar van Pamela Anderson in eerste instantie de aandacht trekt, komt ze toch wat flets over. En dan die titel, die over twee regels is verdeeld en wat muffig overkomt.

De oorspronkelijke versie (VS) van het affiche voor Barb Wire

De VK-versie van het affiche voor Barb Wire

Bollee licht Anderson wat op, en kiest voor een titel met een scherpe outline. “Die van mij is nu de beste, ik heb hem onherstelbaar verbeterd”, zegt hij met een schalkse glimlach.

De Nederlandse versie van het affiche van Barb Wire, door Jaap Bollee

Dat de credits daarvoor wat kleiner moesten, daar maalt Bollee niet om. “Je moet daar slim mee omgaan. Ik koos bijvoorbeeld voor een smal lettertype. En ik varieer ook in letterhoogte: voor de functies gebruikte ik een letter die een paar punten kleiner is dan voor de naam.” Die extra ruimte was vaak nodig omdat Nederlandse distributeurs ook graag een soundtrack vermeld zagen.

Zijn eerste stappen in de filmwereld zette Jaap ten tijde van de Filmladder die op donderdag in alle dagbladen stond met daarnaast de filmadvertenties die hij opmaakte voor Meteor Film en The Movies, waar Pieter Goedings destijds aan het roer stond. “Op maandag besprak men de bezetting in de filmzalen en werd besloten of een film van zaal 1 naar zaal 2 ging, of misschien wel naar Vlissingen. Op dinsdagochtend werd ik op kantoor ontboden, en daar kreeg ik de nieuwe filmtitels, quotes van recensenten, het aantal sterren en wat basis-artwork. Dan moest ik woensdagmiddag de advertenties bij de kranten aanleveren. Toen Meteor Film een eigen film ging produceren, moest daar ook een poster bij. Toen zeiden ze: probeer jij dat maar. Omdat de filmwereld heel klein is, wist elke distributeur of producent mij op een gegeven moment wel te vinden."

Het werk voor de filmladderpagina werd steeds minder. Ze gingen over op bijvoorbeeld het beplakken van trams, waar elke maand een nieuwe bestickering op kwam.

"Ik heb eens een tram gemaakt voor Spice World, de film van The Spice Girls. Dat artwork was zo mooi, die meiden waren prachtig geretoucheerd."

"Ook de beplakking van de Austin Powers-tram en de Mr. Bean-tram hadden 100% stopping power als die de hoek om kwamen rijden. De trams werden toen beplakt in de Havenstraatremise, om twee uur ‘s nachts na de laatste rit. Vaak ging ik dan even kijken. Het GVB liet de trams verschillende routes rijden. In de ochtend belde ik dan even op om te vragen op welke route hij zou rijden, zodat ik kon kijken. In de remise zie je het niet goed, de beplakking komt in het straatbeeld pas echt tot z’n recht.”

Hoewel Bollee snapt wat een goede filmposter nodig heeft, lukt het hem niet altijd om die stopping power in elke poster te stoppen. “Je moet het doen met het materiaal dat je aangeleverd krijgt en het budget dat beschikbaar is. Van bijvoorbeeld Advocaat van de Hanen en Temptation of a Monk kreeg ik heel slecht beeld. Met wat ik kreeg heb ik het beste gemaakt dat mogelijk was. Bij Temptation of a Monk mocht ik voor het eerst vijf kleuren gebruiken, CMYK met goud."

"Voor Don Juan, een vreselijke film trouwens, kreeg ik juist een enorm boekwerk met eisen, opgesteld door de advocaten van Johnny Depp, Marlon Brando en Faye Dunaway. Daarin stonden dingen als: wanneer Faye rechts geplaatst is, dan moet ze die kant op kijken, en minimaal zo groot zijn.”

De namen en de koppen van de acteurs op de poster zijn dan nog belangrijker dan de titel van de film. Toch is er niet één winnend recept voor de beste typografische oplossing. “Het heeft allemaal te maken met leesbaarheid. In Nederland is een grote traditie van grafisch ontwerp, we hebben hier aan het begin van de vorige eeuw veel lettertypes ontworpen die nog steeds zijn gebruikt. De vorm van een letter wordt bepaald door de ruimte eromheen. Voor een bodytekst gebruik ik altijd letters met een schreef, die verbinden de woorden optisch met elkaar.”

Nu het toch over tekst gaat herinnert Bollee zich ineens een spreuk van voormalig distributeur/filmproducent Haig Balian. “Hij kwam voor Dances with Wolves met de zin ‘Eens in de zoveel jaar mag je een film niet missen’. Die zin is daarna door alle distributeurs nagedaan, totdat het niet meer werkte. En Rob Houwer bemoeide zich ook altijd zeer met de posterteksten. Als iemand dan zei dat zijn tekst niet in correct Nederlands was, dan zei hij dat hij dat expres deed.”

Een aantal van de films die Bollee van een poster voorzag is inmiddels in gerestaureerde vorm opnieuw uitgebracht. Bollee’s posters hebben voor de heruitgave soms het veld moeten ruimen voor nieuw artwork. “Ik kan dat redelijk van me af laten glijden.” Minder makkelijk gaat dat met woordgrappen. “Ik ben niet blij met de titel van de film Affair Play. Dat zie je wel vaker, dan is iets verzonnen met een borreltje. Dan moet je de volgende dag eigenlijk denken: ‘dat moesten we maar niet doen'.”

Het artwork dat Bollee voor All Stars maakte is gemaakt op basis van het scenario, voordat er één meter gedraaid was. “Ik las het scenario en dacht aan afgezakte kousen en modder. Voor de titel heb ik het Champions League-logo wat misbruikt. Jules van den Steenhoven (DoP) is tussen de scènes door op een ladder geklommen om die jongens te fotograferen. Toen moesten de vriendinnen van de spelers er ook ineens op van de distributeur, die toen voorstelde ze maar in een bosje tulpen te doen, dat was wel wat minder.”