Parijs, jaren 90. Het ondergronds orkest neemt ons mee door een slangennetwerk aan gangen. Daar stelt gevierd documentairemaker Heddy Honigmann (1951-2022) ons voor aan de straatmuzikanten die hun geld proberen te verdienen in de volle coupés waar mensen elkaar nog aankijken. Onverwacht raakt het me. Ik dacht dat alleen kinderen dat deden. Nu weet ik beter, vroeger staarden grote mensen elkaar ook aan.
De beelden in de metro voelen intiem. Vooral omdat de mensen die langs de camera lopen nog niet door lijken te hebben dat ze gefilmd worden – dat was in die tijd nog niet een dagelijks fenomeen. Sterker nog: mijn ogen detecteren geen enkele telefoon op het scherm. En zo voelen de eerste vijf minuten van deze documentaire aan alsof je in een tijdmachine bent gestapt met als eindbestemming je eigen Midnight in Paris. De romantiek is hoorbaar in het geruis van de metrowielen op de rails en het vakkundige gepingel op een gitaar. Toch vallen de achtergrondverhalen van de artiesten niet bepaald onder het genre 'romcom'. De meesten zijn gevlucht of verbannen uit hun eigen land en afgereisd naar Parijs in de hoop op een beter leven.
Ode aan de cinema: Het ondergronds orkest
Tess Milne is schrijver, programmamaker en verhalenverteller met een grote liefde voor film. In haar werk zoekt ze altijd naar de menselijke laag, of het nu op televisie is of in geschreven woord. Voor Eye Filmmuseum schrijft ze de columnreeks Ode aan de cinema, waarin ze haar persoonlijke blik werpt op de magie van film – van jeugdherinneringen tot onverwachte ontdekkingen in het filmarchief. Deze keer bewondert ze de veerkracht van de muzikanten uit Het ondergronds orkest.
Door Tess Milne20 maart 2026
still Het ondergronds orkest (Heddy Honigmann, NL 1997)
Hun verhalen zijn een viering van het doorzetten, ondanks de schaduwklauwen uit hun verleden. We ontmoeten onder anderen een violist uit Sarajevo. Gevlucht uit het leger, zijn leven als musicus bij de Bosnische Nationale Opera achterlatend. Hij vertelt hoe zijn nieuwe leven letterlijk onder de grond in Parijs is begonnen. De metro is zijn Carré. Geen fluwelen stoelen of pauzes die met een gong worden omgeroepen, wel passagiers die even pauzeren om naar hem te luisteren.
De Venezolaanse harpist Mario Guacarán timmerde zijn eigen harp in elkaar met hout dat hij uit de bossen van Venezuela heeft gezaagd. Hij omschrijft de metrohallen als "de nationale muziekacademie van Parijs" en wanneer je de magische klanken van zijn harp door de gangen hoort galmen, kun je niet anders dan hem gelijk geven.
De Malinese zangeres Assitan Keïta betaalt een crimineel hoge prijs voor een klein kamertje voor haar kinderen. “Je kan niet anders als je uit Afrika komt. Ik kan nergens anders heen.” Ondanks dit onrecht zie je de ogen van haar kinderen oplichten wanneer ze begint te zingen. Haar stem is haar trots, het is de reden dat ze voor haar gezin kan zorgen.
Een Argentijnse pianist, de inmiddels overleden Miguel Angel Estrella, is de enige muzikant die in concertzalen speelde. Hij vluchtte naar Parijs nadat hij in zijn thuisland gevangen werd gezet. Daar werd hij expres gemarteld aan zijn vingers zodat hij nooit meer piano zou kunnen spelen. Maar hij herstelde. Elke noot die hij daarna speelde was een overwinning.
still Het ondergronds orkest (Heddy Honigmann, NL 1997)
still Het ondergronds orkest (Heddy Honigmann, NL 1997)
Wanneer zie je nu nog muzikanten in een metro spelen? Wanneer ik nu zonder mobiel in een metro zit, probeer ik vooral andere mensen niet het gevoel te geven dat ik ze veroordeel. Of ik kijk naar de enige vrouw boven de 50 die naar me glimlacht alsof ik de laatste persoon op aarde ben. Spotify Wrapped is daarin de ultieme viering van muziek als individuele ervaring. Terwijl muziek gedeeld nog zoveel meer kan zijn.
Straatmuzikanten kunnen van het alledaagse een gedeeld avontuur maken. Dat spontane was er in de jaren 90 meer… minder regie, geen reviews, geen kleurgecodeerde agenda's. De route was vaker onbekend. Dat dodgy restaurant bleek opeens de lekkerste tapas te serveren. Een vrouw met een viool verschijnt en betovert iedereen die passeert. Zo wordt het spitsuur in de 51 richting Gein plots een feestje.
Gelukkig heeft Het ondergronds orkest dankzij een digitale restauratie zijn sprankeling terug gekregen. En kunnen we, wanneer we maar willen, de metro instappen. Voor een ritje dat ons meer geeft dan enkel het samenzijn. Want als deze documentaire ons iets laat zien, dan is het wel: muziek bevrijdt. Niet alleen voor de luisteraar, maar vooral voor de maker. Deze vrijheid gaat verder dan het plezier in het spelen zelf, het geeft de muzikanten een kans om te overleven. En uiteindelijk weer te leven.
Kijk Het ondergronds orkest
Op Eye Film Player kun je de documentaire thuis kijken, net als vele andere films uit de collectie van Eye Filmmuseum.
Naar Eye Film Player