Tilda Swinton zegt het keer op keer. In bijna elk interview komt het ter sprake, dat ze geen acteur is en dat ze ook nooit de ambitie had om een acteur te worden. Opmerkelijk is het zeker, want Swinton (64) wordt al vier decennia geroemd om haar spel.
Het Filmfestival van Berlijn bekroonde haar in 2025 nog met een ere-Gouden Beer, dit in navolging van het Filmfestival van Venetië dat haar enkele jaren geleden al een Lifetime Achievement Award toekende.
In het najaar van 2025 maakt Swinton op uitnodiging van Eye ook een exclusieve, immersieve tentoonstelling. Daarin zal het vooral gaan over de artistieke samenwerking tussen regisseur en acteur. Denk bijvoorbeeld aan Swintons recente optreden als de terminaal zieke vrouw die haar vriendschap met een oude vriendin nieuw leven inblaast in Pedro Almodóvars The Room Next Door (2024), winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië. Almodóvar hield naar verluidt in de scenariofase al rekening met Swintons wensen.
Tilda Swinton: de collectieve vibe
Tilda Swinton staat sinds Orlando op de kaart als de Schotse sfinx met het opmerkelijke, androgyne uiterlijk. Haar klassieke elegantie heeft iets hypnotiserends en betoverends, maar ook iets droefs. In haar werk smeedt Swinton altijd sterke banden met de filmmakers, fotografen en modeontwerpers die haar lief zijn. Artistieke samenwerking staat voorop.
Door Belinda van de Graaf09 september 2025
Tilda Swinton (© Brigitte Lacombe)
“Ik ben geen acteur.”
still Orlando (Sally Potter, GB 1992)
Of neem Orlando (1992), de gerestaureerde en in 2024 opnieuw in de bioscoop uitgebrachte Virginia Woolf-verfilming van Sally Potter. In de sprookjesachtige, historische fantasie, die Swintons internationale doorbraak betekende, speelt ze een jonge edelman die in de vierhonderd jaar dat we hem volgen, transformeert in een prachtige, jonge vrouw. Ook wat Orlando betreft had Swinton als hoofdrolspeler al in een vroeg stadium overleg met Potter, de regisseur.
Swinton stond door haar optreden als de man die vrouw wordt ook opeens op de kaart als de Schotse sfinx met het opmerkelijke, androgyne uiterlijk. Ze werd nogal eens vergeleken met David Bowie, de Britse popster die volop speelde met zijn androgyne looks, en met wie ze uiteindelijk ook samenspeelde.
In 2013 vroeg Bowie haar om zijn vrouw te spelen in een muziekvideo bij zijn single 'The Stars (Are Out Tonight)'. Het is een geweldige korte film van de Italiaanse regisseur Floria Sigismondi waarin Bowie en Swinton een gelukkig getrouwd echtpaar spelen. Hun wereldje wordt tijdelijk op z’n kop gezet door een jong glamourkoppel dat van de roddelbladen zo hun huiskamer in stapt.
Alternatieve familie
Maar een carrière als acteur was dus nooit haar ambitie. Swinton ging naar Cambridge om Engelse letterkunde te studeren, en sociale en politieke wetenschappen. Ze had poëziewedstrijden gewonnen in haar jeugd. Als schrijver was ze naar de universiteit getogen, beklemtoonde ze in interviews. Maar op het moment dat ze in Cambridge arriveerde, hield het schrijven opeens op. Een mysterieuze aangelegenheid, vond ze zelf, maar ze kon niet anders dan zich erbij neerleggen. Haar vrienden op de universiteit waren bezig met toneel. Ze vroegen Swinton om mee te spelen, en zo geschiedde.
Als prille twintiger kwam ze zelfs even bij de Royal Shakespeare Company terecht, het hoogste wat je in Engeland zo’n beetje kunt bereiken op het gebied van theater. Maar het enige wat ze ervan leerde, was dat ze géén toneelspeler wilde worden. Swinton bleef twijfelen. Ook toen de Britse regisseur Derek Jarman haar in het Londen van 1985 vroeg om mee te spelen in zijn debuutfilm Caravaggio (1986).
Swinton wist inmiddels dat ze geen ‘industrial performer’ wilde zijn, zoals ze het formuleerde. Jarman nodigde haar uit om te vertellen wat ze wél wilde. Ze zei dat ze graag stil wilde zijn voor de camera, dat ze niet per se wilde praten. Dat ze ervan hield om te bewegen en te kijken, ja, dat haar referentiekader eigenlijk de stille film was. Jarman luisterde en vond het allemaal prima. Hij maakte het mogelijk dat Swinton haar weg vond.
Daarmee is vrij exact aan te wijzen waar en wanneer de artistieke samenwerking tussen regisseur en acteur voor Swinton begon: in het gezelschap van Derek Jarman, de queer undergroundfilmer die de kunst verstond van het experimenteren en improviseren. En niet onbelangrijk: hij wist als filmmaker een alternatieve familie om zich heen te verzamelen.
Caravaggio werd geen reguliere biopic over de roemruchte Italiaanse Renaissanceschilder maar een spannende avant-gardefilm opgetrokken uit geestige anachronismen en beeldschoon chiaroscuro. Swinton is in de film de jonge Lena, een ongewassen straatmeid die het vroeg 17de-eeuwse schildersatelier van Caravaggio komt binnenvallen en een van zijn modellen wordt.
Prachtig is het als Swinton met haar bleke huid en lange rode lokken poseert als de berouwvolle Maria Magdalena. De debuterende Swinton heeft inderdaad niet veel tekst nodig om te imponeren.
still Caravaggio (Derek Jarman, GB 1986)
Opgewekt en geestig
Niet dat ze trouwens moeite had om zich te uiten. Swinton werd geboren in een familie van oude Schotse adel. Haar vader was Sir John Swinton of Kimmerghame, generaal-majoor in het Britse leger. Swinton werd in 1960 geboren in Londen en zat op dezelfde kostschool in Kent als Lady Diana Spencer, de toekomstige prinses van Wales, met wie ze bevriend was.
Swinton, die tegenwoordig met haar vijf Spaniels in de Schotse Hooglanden woont, is zeer welbespraakt, opgewekt en geestig. In interviews rijgt ze de ene prachtige, melodieuze volzin aan de andere. Ook schudt ze in een vraaggesprek luchtig een quote van de Sloveense filosoof Slavoj Žižek uit haar mouw:
“We hebben de cinema nodig om te weten wat onze verlangens zijn.”
Slavoj Žižek
Maar Swinton zei ook altijd het gevoel te hebben gehad te vondeling te zijn gelegd in die oude aristocratische familie, omdat ze zich, reikend naar de kunsten, vaak alleen voelde. Opgenomen worden in het vrije, Londense fillmmakersgilde rond Derek Jarman voelde als thuiskomen. Het ging erom samen aan iets te werken, samen te dromen en na te denken over nieuwe filmprojecten. ‘The collective vibe’, daar ging het om.
Zeven films maakte Swinton uiteindelijk met Jarman, waaronder het modern vormgegeven koningsdrama Edward II (1991) waarin ze koningin Isabella speelde en waarvoor ze in Venetië werd uitgeroepen tot de beste actrice. De samenwerking stopte in 1994, toen Jarman vroegtijdig overleed aan aids. Je zou kunnen zeggen dat Swinton daarna altijd naar eenzelfde soort artistieke samenwerking met een regisseur is blijven zoeken. Als het klikte met een filmmaker, werd de samenwerking opmerkelijk vaak voortgezet.
Sensuele cinema
Swinton voelde zich zichtbaar thuis in de sensuele cinema van de Italiaanse regisseur Luca Guadagnino met wie ze inmiddels vier films maakte. De meest indrukwekkende is tot nu toe wel Io sono l’amore (2009), een kostelijk vormgegeven drama dat zich voor een groot deel afspeelt in de Milanese villa van signora Emma Recchi, gespeeld door Swinton. Het gaat om een vrouw van middelbare leeftijd die op een dag kennismaakt met de lustopwekkende kookkunsten van Antonio, een vriend van haar zoon.
Swintons klassieke elegantie in de film heeft iets hypnotiserends, zoals zo vaak eigenlijk, maar ook iets droefs. Van die combinatie gaat een bepaalde betovering uit. Maar wat Io sono l’amore ook speciaal maakt: Swinton ontwikkelde het drama samen met Guadagnino, en trad voor het eerst op als producent.
still Io sono l'amore (Luca Guadagnino, IT 2010)
still Io sono l'amore (Luca Guadagnino, IT 2010)
Ze houdt ervan om mee te denken, zei ze vaak, en soms mee te helpen om het geld voor een project bij elkaar te krijgen. Swinton is vooral dol op de preproductie van een film, de fase waarin je nog kunt fantaseren over het project.
Het is iets wat steracteurs zich natuurlijk kunnen veroorloven. Nicole Kidman die Halina Reijn opbelt en zegt dat ze graag een keer met haar wil werken, waardoor ze de hoofdrol kreeg in Babygirl. Hollywoodactrices als Nicole Kidman, Natalie Portman en Reese Witherspoon zijn zelf gaan produceren. Door het heft in eigen hand te nemen, kunnen ze mede bepalen welke verhalen er worden verteld.
Schot in de roos
Bij Swinton bestaat die behoefte om met bepaalde regisseurs te werken al vanaf het allereerste begin. Behalve in Guadagnino vond ze ook een goede gesprekspartner in Jim Jarmusch, zie de vier films die ze inmiddels samen maakten: de roadmovie Broken Flowers (2005), de thriller The Limits of Control (2009), het vampierdrama Only Lovers Left Alive (2013) en de zombiefilm The Dead Don’t Die (2019).
still The Limits of Control (Jim Jarmusch, US/JP 2009)
still Only Lovers Left Alive (Jim Jarmusch, DE/GB/FR/GR/US/CY 2013)
Haar samenwerking met Wes Anderson, die andere onafhankelijke New Yorkse regisseur, bleek eveneens een schot in de roos. Vanaf Moonrise Kingdom (2012) ging Swinton deel uitmaken van Andersons vaste acteursensemble en kon ze ook iets meer haar droogkomische talent laten zien, getuige The Grand Budapest Hotel (2014), Isle of Dogs (2018), The French Dispatch (2021) en Asteroid City (2023).
still The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, US/DE 2014)
Tot twee keer toe verbond Swinton zich aan de Coen Brothers en ook met de Zuid-Koreaanse regisseur Bong Joon-ho ging ze inmiddels twee keer in zee. Swinton speelde niet alleen in Bongs Netflix-avontuur Okja (2017); ze was ook coproducent van de film.
Het is een vrij duizelingwekkende lijst arthousefilms, waarin Swintons kleine rolletje in Uncut Gems (2019) van de Safdie Brothers niet onvermeld mag blijven, evenals haar hoofdrol in Memoria (2021) van Apichatpong Weerasethakul, over een vrouw die reizend door Colombia opeens onverklaarbare geluiden hoort.
Met de Schotse regisseur Lynne Ramsay kon ze uiteindelijk lekker sparren en brainstormen over de Lionel Shriver-verfilming We Need to Talk About Kevin (2011). Swinton speelt in de psychologische horror een moeder die moet zien te leven met het feit dat haar zoon een bloedbad heeft aangericht op school. Swinton is erg sterk als de eenzame, gekwelde geest die in de ogen van haar omgeving een monster heeft gebaard.
still Memoria (Apichatpong Weerasethakul, TH/CO/FR/DE/MX 2021)
still uit We Need to Talk About Kevin (Lynne Ramsay, GB/US 2011)
Modeontwerpers
En ja, Hollywood ontdekte de beeldschone, rossige actrice met de groene ogen ook. Swinton was te zien aan de zijde van Leonardo DiCaprio in The Beach (2000), Tom Cruise in Vanilla Sky (2001) en George Clooney in Michael Clayton (2007), de thriller waarin ze een meedogenloze bedrijfsjurist speelde en waarvoor ze de Oscar voor de beste vrouwelijke bijrol won.
Lang leve de sandwichformule, zou je kunnen zeggen. Want laverend tussen films van gerenommeerde arthouseregisseurs en incidenteel wat commerciëler Hollywoodwerk groeide ze uit tot een wereldwijd idool. Dat commerciëlere werk betreft de Narnia-trilogie waarin ze van 2005 tot 2010 een huiveringwekkende rol speelde als de White Witch. Ook trad ze op aan de zijde van Robert Downey Jr. in het superheldenavontuur Avengers: Endgame (2019).
Haar werk overziend, komt Swinton vooral naar voren als iemand die sterke banden smeedt en onderhoudt met de filmmakers, fotografen en modeontwerpers die haar lief zijn en die natuurlijk haar verschijning bepalen. Ze werkte graag met Karl Lagerfeld, zei ze, en met Chanel, maar verwees ook regelmatig naar haar samenwerking met de Nederlandse modeontwerpers Viktor & Rolf en Iris van Herpen, en de Nederlandse fotografe Inez van Lamsweerde.
Swinton is goed op de hoogte van wat er speelt in de kunst en de mode. John Byrne, haar eerste, twintig jaar oudere man en tevens de vader van haar tweeling Honor en Xavier (27), was toneelschrijver. Sandro Kopp, haar tweede, achttien jaar jongere man, is beeldend kunstenaar.
Komediante
Met haar dochter Honor maakte ze uiteindelijk ook een van haar allermooiste Engelse producties: Joanna Hoggs The Souvenir (2019), gevolgd door The Souvenir: Part II (2021). Honor Swinton Byrne speelt in de semi-autobiografische coming-of-agefilm de hoofdrol als Julie, de Londense filmacademiestudente die in de jaren tachtig verstrikt raakt in een tumultueuze liefdesrelatie met tragische afloop.
Swinton is Rosalind, haar moeder die duidelijk afkomstig is uit de Britse upper class. Prachtig zoals Swinton haar in een paar penseelstreken neerzet als een liefdevolle, begripvolle en zorgzame vrouw die geleerd heeft haar emoties voor zich te houden.
Onvergetelijk hoe ze in een van de eerste scènes het appartement van haar dochter komt binnenvallen, dodelijk vermoeid van het shoppen en gehuld in een felrode jas en dito laarsjes, terwijl de grijze krullen in bedwang worden gehouden door een grote hoofddoek. De anders zo mondaine Swinton is zonder make-up en designer-outfit heerlijk down to earth.
In de opvolger The Souvenir: Part II, waarin de dochter een tijdje wordt opgevangen in het landhuis van haar ouders, maakt Swinton van de traditioneel bezorgde moeder bijna een klucht. Je ziet Swinton, de komediante, er vaak doorheen schemeren, heel precies en subtiel, en heel knap.
still The Souvenir: Part II (Joanna Hogg, GB 2021)
En dat geldt voor de hele productie. De Engelse regisseur Joanna Hogg maakte met haar twee bioscoopfilms een unieke, eposachtige kunstenaarskroniek, een associatief bouwwerk over een introverte heldin, een jonge, ontwakende filmmaker die Hogg schiep naar haar eigen evenbeeld, in de roerige jaren tachtig.
Het is ook het ultieme bewijs van Swintons nauwe band met haar regisseurs, want Hogg is Swintons jeugdvriendin. De twee leerden elkaar kennen toen ze tien jaar waren en groeiden samen op. Swinton speelde – lang voordat ze bekend was – de hoofdrol in Hoggs afstudeerfilm Caprice (1986), een korte fantasyfilm over een jonge vrouw die de droomwereld van haar favoriete modetijdschrift betreedt.
Slapen in een glazen kist
Swintons afkeer van de aanduiding ‘acteur’ is uiteindelijk ook wel begrijpelijk. Ze moet er niet aan denken om gebeld te worden voor een klus, na gedane arbeid naar huis te gaan en pas weer te verschijnen op de première. Ze wil sparren en brainstormen met filmmakers en ziet zichzelf meer als een ‘performer’ omdat het vrijer klinkt, omdat je er ook improvisatie onder kunt scharen. Niet zo gek ook dat ze in de loop der jaren geregeld uitstapjes maakte naar ‘performance art’.
Tilda Swinton performing The Maybe, Serpentine Gallery, London, 1995. Photo: © Hugo Glendinning
Denk aan haar optreden in 2013 in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York waarin ze op onverwachte tijden en plekken in het museum opdook, slapend in een glazen kist. De installatie heette The Maybe, en was in 1995 ook al eens te zien in Londen en in 1996 in Rome.
De installatie verwijst naar onze sterfelijkheid, naar het verglijden van de tijd. Iets specifieker refereert Swinton met haar stille live performance aan de vele vrienden die ze midden jaren negentig aan aids verloor, onder wie Derek Jarman, haar grote inspirator die het haar gunde om te zijn wat ze wilde voor de camera of voor de ogen van het museumpubliek.
Dit artikel verscheen eerder in het Filmjaarboek 2024/2025, een uitgave van Amsterdam University Press en Stichting Filmuitgaven, en te koop in de Eye Shop.