Skip to content

In memoriam Béla Tarr: de meester van het betoverende lange shot

De Hongaarse regisseur Béla Tarr is op 6 januari op 70-jarige leeftijd overleden. Deze uitzonderlijke filmmaker gaf zijn melancholisch-pessimistische wereldbeeld vorm in hoog gestileerde zwartwitvertellingen, gedragen door lange takes. Hij werd zo de meester van het betoverende lange shot. In de filmzalen vertoont Eye Damnation, The Turin Horse en Sátántangó en The Man from London (met inleiding door Tilda Swinton). Vijf van zijn meesterwerken zijn nog te bekijken op de Eye Film Player, waaronder de trilogie Damnation (1988), Sátántangó (1994) en Werckmeister harmoniák (2000). In 2017 was in Eye de tentoonstelling Béla Tarr - Till the End of the World te zien.

Door Mariska Graveland08 januari 2026

Béla Tarr op de trap voor Eye Filmmuseum

© Babette Meyer

Béla Tarr (1955-2026) wordt wereldwijd beschouwd als de meest invloedrijke filmauteur van de afgelopen veertig jaar. Hij maakte grootse, aardse films, waarin hij de mens in de uitzichtloosheid van zijn bestaan portretteerde. Toch is er soms een glimp van verlossing, als de drank vloeit, een orkestje speelt en de barbezoekers zich verliezen in een dronken dans. Tarr toont ons het bestaan ontdaan van alle franje en nodigt ons uit tot mededogen.

Tarr grapte wel eens dat Kodaks standaardfilmrol van elf minuten een vorm van censuur is. Het is geen overdreven uitspraak van een man wiens films soms meer dan zeven uur duren, zoals zijn overrompelende ondergangsvisioen Sátántangó (1994). Het verhaal speelt in zijn films een ondergeschikte rol, de beelden – in zwart-wit – doen het werk, soundtrack en muziek dragen zijn parabels over de mens als een bundel van existentiële wanhoop.

Het dierlijke in de mens

Tarrs hypnotiserende films zijn verhalen van beschavingen op de rand van ondergang. Damnation (1988) behoort met Sátántangó (1994) en Werckmeister harmóniák (2000) tot een trilogie die tot stand kwam in samenwerking met de Hongaarse romanschrijver en Nobelprijswinnaar László Krasznahorkai. Alle drie de films zijn op te vatten als commentaar op de kwetsbaarheid van de menselijke beschaving; onverwachte, bedreigende ontwikkelingen blijken het dierlijke in de mens omhoog te brengen en doen de onderlinge solidariteit in een besloten gemeenschap snel teniet. Eenzaamheid, regen, alcoholdoordesemde cafés en menselijke vertwijfeling: Tarr vangt het in betoverende zwartwitbeelden.

Sátántangó
is Béla Tarrs zeven-en-een-half uur durende magnum opus over de bewoners van een Hongaars dorpje na de val van het communisme. Het lijkt bijna onmogelijk: een werkdag lang in de bioscoopstoel, kijkend naar een en dezelfde film. Toch is dat wat Tarr van zijn publiek vraagt, en dat dat geen probleem is, bewezen de lyrische reacties van filmkijkers en kritiek bij uitbreng van Sátántangó in 1994 en bij latere hervertoningen. Drank, veel drank en het gerucht dat de doden zijn opgestaan nemen bezit van de verbeelding van de bewoners in Sátántangó.

still uit Sátántangó (Béla Tarr, HU 1994)
still uit Sátántangó (Béla Tarr, HU 1994)

Het einde der tijden

Ook met Damnation maakte hij een ongrijpbare, melancholieke film over het naderende einde van het communisme. De existentiële film noir-parabel krijgt een bijna abstracte schoonheid temidden van regen, modder en huilende honden.

The Turin Horse
is een monumentale vertelling over wat we misschien moeten duiden als het einde der tijden. Tarr nam hiervoor de anekdote over Nietzsches geestelijke instorting in Turijn tot uitgangspunt. De hypnotiserende parabel over de beproevingen van het menselijk bestaan – opgenomen in dertig shots – is een ogenschijnlijk simpele registratie van een week uit het bestaan van de boer en palinka-stoker Ohlsdorfer. Vader en dochter verrichten hun taken, koken een aardappel en luisteren naar de storm op een kale vlakte, waar slechts één boom staat.

Na het in ontvangst nemen van de Zilveren Beer van het filmfestival Berlijn liet de regisseur weten dat The Turin Horse zijn laatste film was. Tarr: “Ik geloof dat alles wat in een film getoond moet worden in The Turin Horse bijeen is gebracht – dat wil zeggen dat ik alle mogelijkheden van filmtaal heb gebruikt.”

Tarr beschouwde The Turin Horse als een film over het einde van de wereld en daarmee tegelijkertijd als het einde van zijn eigen filmografie. Hij kon zich niet voorstellen ooit nog een film te kunnen maken die nog uitgebeender, nog meer tot de essentie teruggebracht zou zijn. Sindsdien bestierde Tarr een filmschool in Sarajevo.

still uit Damnation (Béla Tarr, HU 1988)

still Damnation (Béla Tarr, HU 1988)

still uit The Turin Horse (Béla Tarr, HU/FR/CH/DE 2011)

still The Turin Horse (Béla Tarr, HU/FR/CH/DE 2011)

Opgetild uit de ellende

Op zestienjarige leeftijd begon Béla Tarr al met het maken van films, veelal naturalistische en geëngageerde sociale drama's en documentaires. Na zijn opleiding aan de filmacademie in Boedapest ontwikkelde hij een eigenzinnige en invloedrijke stijl.

De regisseur staat bekend om zijn liefde voor de lange vertelling, waarin de uiterste mogelijkheden van de filmtaal worden verkend. Tarr durfde als geen ander te vertrouwen op het beeld, dat je optilt uit de ellende. Hij filmt sinds Damnation louter in zwart-wit, of eigenlijk zou je beter kunnen zeggen in grijs, en gebruikt extreem lange shots waarin de camera heel langzaam een ruimte of een landschap ‘verkent’.

“Ik beschouw film nog steeds niet als showbusiness, maar als de zevende kunst. Ik ben nooit geïnteresseerd geweest in verhalen, omdat het verhaal altijd hetzelfde is. Lees het Oude Testament maar, het staat er allemaal al in, we hebben geen nieuwe verhalen te vertellen, we belanden altijd in hetzelfde oude verhaal.”

Béla Tarr

Eye volgt al langer het werk van de internationaal gelauwerde regisseur, wiens werk met regelmaat te zien is geweest in Nederland. Het filmmuseum bracht twee films van Béla Tarr uit – Werckmeister harmóniák en The Turin Horse – en heeft een twintigtal titels van de regisseur in de collectie, waaronder vroege korte films en coproducties met de Hongaarse televisie.

Béla Tarr in Eye Filmmuseum (© Babette Meyer)

© Babette Meyer

Béla Tarr in Eye Filmmuseum (© Babette Meyer)

© Babette Meyer

LOF VAN HET DONKER

Fred Kelemen, 22 oktober 2025

De romans en verhalen van László Krasznahorkai en de films van Béla Tarr en mij zijn als ‘donker’, zelfs ‘duister’ bestempeld. Ze zijn niet duister, ze lichten op, en hun donkerte laat zien. Ze voeren naar een diepte achter of onder of boven of ín het oppervlak, die met haar fel weerkaatsende lichtflitsen en spiegelingen overstemt wat verborgen ligt en verzwegen wordt — vooral door hen die ons willen doen geloven dat alles in orde is, dat het ‘in ons eigen belang’ is, wat moet afleiden van de ontdekking van hun ware bedoelingen.

In deze tijd van schijnheilige moralisten, bedrieglijke profeten, uitbuitende redders en dodelijke ideologieën is het noodzakelijk zich voorbij de verblindende lichten te wagen, voorbij het duizelingwekkende spektakel met zijn verdovende tromgeroffel, het heldere, stille donker binnen, dat zich voor ons opent en waarin de beloning van het volharden het beeld is dat langzaam aan het oog verschijnt en de hartslag van de mens die aan het oor klinkt — in zijn gekwetstheid, angst, wanhoop, broosheid, verlangen, schoonheid, stoutmoedigheid en creativiteit.

Lof zij het weldadige donker, dat de ontstoken blik geneest en laat zien.