Het waren de jaren zeventig. Na een lange incubatietijd leek de Nederlandse (speel)film volwassen geworden: maar liefst een kleine 9 miljoen bezoekers vonden de weg naar publieksfilms als Wat zien ik!? (1971), Turks fruit (1973), Keetje Tippel (1975) en Soldaat van Oranje (1977).
Twee van de titels – Turks fruit en Soldaat van Oranje - behoren inmiddels tot de canon van de Nederlandse film. Het spel van nieuwe gezichten als Rutger Hauer en Monique van de Ven was verfrissend, scenarist Gerard Soeteman en regisseur Paul Verhoeven bevrijdden de Nederlandse speelfilm van jarenvijftigtuttigheid en mikten op grootse, emotioneel meeslepende cinema, daarbij geholpen door de kunde van Rob Houwer als producent.
In memoriam: filmproducent Rob Houwer op 87-jarige leeftijd overleden
Turks fruit, Soldaat van Oranje, De kleine blonde dood en De vierde man: het zijn een paar van de filmtitels waarmee Rob Houwer de Nederlandse film cachet en aanzien gaf. De filmproducent werd twee keer onderscheiden met een Gouden Kalf en wist het publiek en masse naar de bioscoopzaal te trekken. Vrijdag 4 juli overleed Houwer in zijn woonplaats Amsterdam. Hij was al enige tijd ernstig ziek.
Door Eye redactie08 juli 2025
foto uit de Eye-collectie / photo from the Eye collection
foto uit de Eye-collectie / photo from the Eye collection
foto uit de Eye-collectie / photo from the Eye collection
Stroom memo’s
Houwer stond bekend om zijn hang naar perfectie, reden dat hij zich onophoudelijk bemoeide met alle details, zowel in het stadium van de voorbereidingen als tijdens de draaidagen en de montageperiode. Wie met Houwer heeft gewerkt herinnert zich de stroom memo’s die dagelijks op de set en in de montagekamer arriveerden, teken van buitengewone inzet. “Hij haalde eruit wat erin zat”, memoreerde regisseur Pieter Verhoeff (Van geluk gesproken, 1987) eens. “Hij is niet te beroerd om uit eigen zak te betalen als hij vindt dat een nieuwe mixage nodig is. Dat zie je zelden bij producenten.”
Dat Houwer na een opleiding aan de filmacademie van München zelf een aantal films had gemaakt en in nauw contact stond met de regisseurs van de Neue Deutsche Film (o.a. Schlöndorff, Von Trotta, Wenders en Fassbinder) kan zijn engament met alle facetten van het filmproces verklaren. Het leidde ook tot fricties en aanvaringen met regisseurs en filmvakmensen die zijn aanpak als “tiranniek” ervoeren. Houwer eiste totale inzet en was van mening dat cast en crew tijdens draaiperiodes 24 uur per dag inzetbaar moesten zijn.
foto uit de Eye-collectie / photo from the Eye collection
foto uit de Eye-collectie / photo from the Eye collection
Veelzijdig producent, harde onderhandelaar
Vanaf eind jaren zeventig toonde Houwer zijn veelzijdigheid als producent met verfilmingen van Jan Willem van de Weterings misdaadromans (Grijpstra en de Gier, 1979), serieuze verfilmingen van het werk van schrijvers als Marga Minco (Het bittere kruid, 1985) en Boudewijn Büch (De kleine blonde dood, 1993, Gouden Kalf Beste lange speelfilm). In 1999 kwam er nog een Gouden Kalf, nu voor Turks fruit als Film van de eeuw.
Houwers pad als producent ging niet altijd over rozen; er waren fricties, ruzies – Houwer stond bekend als harde, zakelijke onderhandelaar – en ook flops. Komedies De gulle minnaar (1990, scenarist Rob Houwer) en De zeemeerman (1996, met Houwer als coscenarist) werden door de pers neergesabeld, het publiek bleef weg. Daar stond tegenover dat Houwer het eerder had aangedurfd om Nederlands’ “eerste avondvullende tekenfilm” te produceren, de Olie B. Bommel-verfilming Als je begrijpt wat ik bedoel (1983, naar Marten Toonders verhaal De Zwelbast uit 1957).
Houwers liefde voor de film en de filmcultuur bleek ook uit een documentaire die hij produceerde, Het grootste van het grootste (2001, regie Ger Poppelaars). Hierin worden leven en werk van van bioscoopexploitant Abraham Tuschinski geëerd, die in 1942 in Auschwitz werd vermoord.
Met Matthijs van Heijningen en Wim Verstappen/Pim de la Parra (Scorpio Films) geldt Rob Houwer – oud bestuurslid van het Filmmuseum – als een van de producenten die een onuitwisbaar stempel op de Nederlandse filmgeschiedenis heeft gedrukt, niet in het laatst omdat hij de entree van Paul Verhoeven in Hollywood mogelijk maakte. Verhoeven in 2006: “Zonder Rob was ik nooit in Amerika aan de bak gekomen. We zijn vrienden geworden.”
Samuel Meyering, Rem Koolhaas, Frans Bromet, René Daalder, Jan de Bont.
(c) Frans Bromet
Kennisbank
In onze kennisbank lees je meer over hoe het Nederlandse filmlandschap veranderde in de jaren zestig en zeventig.